Om de maagdelijkheid van Jozef te begrijpen kunnen we het beste beginnen met de ‘maagdelijkheid’ van Maria. In de traditie van de Kerk is de maagdelijkheid van Maria altijd belangrijk geweest. Al in het jaar 553 werd opgenomen in onze geloofsbelijdenis ‘… geboren uit de Maagd Maria’. We geloven dat Maria altijd maagd is gebleven, vóór de geboorte van Jezus, tijdens en na zijn geboorte. 

Zowel binnen als buiten de christelijke traditie worden bezwaren geformuleerd waar het gaat om het geloof dat Maria altijd maagd is en was. Het eerste bezwaar verwijst naar de teksten waarin Jezus nog meer ‘broers en zussen’ heeft (zie Mc. 3,31; 6,3; Mt. 13,55-56). Echter in het Oude Testament wordt het woord ‘broeders’ ook in breder zin gebruikt. Bijvoorbeeld in Gen. 13,8, waar Lot een ‘broeder van Abraham’ genoemd wordt, terwijl Lot een zoon van de broer van Abraham is. In de brieven van Paulus komt het woord ‘broeders’ en ‘broeder’ regelmatig voor en heeft betrekking op de gemeenschap van christenen, die God tot Vader hebben.


In een tweede bezwaar verwijst men naar de Bijbeltekst waar Jezus de ‘eerstgeborene’ wordt genoemd (Lc. 2,7; Kol. 1,15)’. De uitdrukking ‘eerst geborene’ wil zeggen dat het kind het eerste kind is; het niet perse dat er nog meer kinderen volgen. Er zijn nog andere bezwaren, maar die laat ik voor wat ze zijn.


Het is veel belangrijker om in te gaan op de betekenis van de maagdelijkheid van Maria en Jozef. Als Maria maagd is, is het logisch te geloven dat ook Jozef maagd is. De meeste mensen denken bij Jozef aan een oude man. Maar als we nagaan hoeveel Jozef gelopen heeft, dat is het geloofwaardiger dat hij een jonge man was. De reis van Nazareth naar Bethlehem (ongeveer 14 km), naar Egypte (ongeveer 750 km), de jaarlijkse bedevaart naar Jeruzalem (ongeveer 150 km). Jozef was een timmerman en dat is zwaar werk, want het gaat niet alleen om het maken van eenvoudige meubels. Het Griekse woord voor timmerman kan ook ‘bouwvakker’ betekenen. Jozef heeft met zijn aangenomen zoon ook huizen gebouwd.


Als we geloven dat Jozef een jonge man was die maagdelijk leefde, dan kunnen we ons ook voorstellen, dat dit een veel groter offer is. Het is voor een jonge man over het algemeen moeilijker zuiver te leven, dan voor oudere mannen. Ieder mens heeft immers gevoelens en dat geldt ook voor Jozef en Maria.


Voorop staat: zowel Jozef als Maria zijn gehoorzaam aan God. Beiden willen zij in volle overgave meewerken aan Gods plan. Het antwoord dat Maria geeft op de boodschap van de aarstengel Gabriel is: ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.’ (Lc. 1,38). De heilige Jozef doet wat God hem in zijn dromen zegt (Mt. 1,24; 2,13. 19). Wat Jozef en Maria beleven is heel bijzonder en dat zullen zij ongetwijfeld in alle openheid met elkaar besproken hebben. Het laat zien wat onderlinge eenheid inhoudt. Om onvoorwaardelijk op God te vertrouwen, is het – zeker op zo’n belangrijk punt - van fundamenteel belang alles in openheid met elkaar te bespreken. Maria kon met Jozef huwen omdat zij geloofde dat Jozef haar maagdelijkheid zou respecteren.


Maria en Jozef zijn gehoorzaam aan God, maar ook Jezus is onderdanig aan zijn ouders (Lc. 2,51). Wat een groot vertrouwen heeft God in Maria en Jozef: God kende hen zo goed, dat Hij kon verwachten dat zij in alles zochten om zijn wil te doen en wilden meewerken om zijn Rijk op aarde op te bouwen.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina