In onze kerk is elke doordeweekse avond de gelegenheid voor Aanbidding van het heilig Sacrament van 19.30 uur tot 22.00 uur. Om te zorgen dat er steeds minimaal twee mensen aanwezig zijn en de Aanbidding in de kerk toegankelijk is voor iedereen die even wil binnen lopen voor stil gebed, zijn er mensen die geregeld op een vaste tijd komen.

Hebt u de mogelijkheid en wilt u voor een vaste tijd per week, om de week, per maand of misschien wel dagelijks inschrijven dan horen we dat graag!

Aanmelden via een mail naar het secretariaat, info@mariageboorte.nl 

Carla Windau

Afgelopen februari 2021 zijn acht kinderen gestart met de voorbereiding op het ontvangen van het sacrament van het Vormsel. De meeste kinderen kennen elkaar van de Mary Kids Club en/of van de vieringen in de Maria Geboortekerk. Aanvankelijk was het de bedoeling om de bijeenkomsten online te doen. Maar tijdens de informatieavond hadden de ouders en de kinderen hun voorkeur te kennen gegeven om fysiek samen te komen. Aangezien de groep niet groot was, konden wij dit doen met in achtneming van de coronaregels.

Ter voorbereiding hebben wij het project ‘Sta op en ga’ van de Stichting Samuel, te Oisterwijk gebruikt. Dit project, dat uit zes bijeenkomsten bestaat, geeft de vormelingen de gelegenheid om hun geloof te verdiepen. Het is een impuls om wat extra energie te stoppen, te groeien in het geloof en de stap te kunnen maken om van het geloof te getuigen. Het eerste getuigenis is dat wij het geloof leven. Dat is een persoonlijke keuze en wij mogen elkaar hierin ondersteunen. Hoe beter wij Jezus kennen, des te beter kunnen wij Hem zichtbaar maken in ons leven en in de gemeenschap.

Leven vanuit het geloof – of dat nu is een navolgen van Jezus of een leven vanuit de Heilige Geest is – is meer dan het navolgen van regels. Het gaat om Gods Woord te leven, ofwel levend te laten zijn. Een manier is het leven van het woord van Jezus ‘al wat Gij aan de minsten van mijn broeders, of zusters doet, doet gij aan mij’ (Mat. 25,40). Het is een actief zoeken naar het gelaat van Christus in onze naasten, Christus in alle eenvoud in onze naasten dienen.

Regels geven een grens aan van wat wel en niet goed is. Met de hulp van de Heilige Geest willen wij aardse grenzen verleggen en zoeken wij hoe wij Gods wil kunnen volbrengen. Dit vraagt veel meer dan alleen de regels naleven. Het is een uitnodiging te antwoorden op de radicaliteit waarmee God ons liefheeft. God heeft ons het eerste lief (1 Joh. 4,19). In hoeverre beseffen wij dat God ieder van ons onvoorwaardelijk liefheeft? Hij kijkt ons liefdevol aan (Mc. 10,21). Op deze uitnodiging ingaan aanvaarden wij dat wij onze bijdragen kunnen geven aan Gods Rijk, dat zich midden onder ons bevindt. Het is maar een schamele afspiegeling, want als wij dood zijn zullen wij verder leven in Gods aanwezigheid.
Op de eerste plaats moeten wij ons verantwoorden aan Jezus, die ons ruimte geeft om te groeien in geloof.

Zoals een boom langzaam groeit, zo groeit ook ons geloof langzaam. In de eerste eeuwen van de Kerk duurde de voorbereiding op het ontvangen van het doopsel, vormsel en de eerste deelname aan de eucharistie drie jaar. In de eerste eeuwen waren het hoofdzakelijk volwassenen die vroegen om opgenomen te worden in de katholieke kerk. De tijd van drie jaar heeft te maken met de tijd van het openbare leven van Jezus. In het evangelie van Johannes lezen wij dat Jezus tijdens zijn openbare leven driemaal naar Jeruzalem is geweest. (Vgl. Joh. 2,23; Joh. 5,1; Joh. 12,12). Het was bij gelegenheid van Pasen, waar het voor de Joden verplicht is om naar Jeruzalem te gaan. In deze tijd hebben de leerlingen van Jezus geleerd.

Het catechumenaat is erop gericht dat de mensen die opgenomen worden in de katholieke Kerk een leven gaan leiden, dat in Christus is geworteld (Ef. 3,17). Wij wensen de acht kinderen en de twee jongeren die gevormd zijn dat zij steeds meer in Christus geworteld mogen leven. En hetzelfde geldt voor de jongeman die door de volwassendoop opgenomen is in de RK Kerk.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Christen zijn zullen veel mensen associëren met volgeling van Jezus zijn. In de brief aan de Galaten wordt het Christen-zijn beschreven als ‘leven naar de Geest’ (Vlg. Gal. 5,16). Een leven naar de Geest kan het gevolg zijn van met de Heilige Geest gedoopt worden. Het grote verschil is dat de kracht van de Heilige Geest sterker aanwezig is in de persoon die deze ervaring heeft. Er is een sterker verlangen. De kenmerken van met de Heilige Geest gedoopt worden maken dit duidelijk. Ik noem er een paar.

Ten eerste: een nieuw bewustzijn van de werkelijkheid en de aanwezigheid van God. Het komt overeen met een ontmoeting met de levende Christus. Er is een innerlijke zekerheid dat God bestaat, dat Hij vergeeft en verlost. Het geloof wordt hierdoor tot nieuw leven gewekt.

Ten tweede: de kracht om aan persoonlijke heiligheid te werken. De gebrokenheid, die ervaren wordt, is geen negatieve ervaring. Het is eerder omgekeerd, omdat het een kracht in zwakheid is (Vgl. 2 Kor. 12,5). Je zwaktes kennen, helpt om met Gods hulp te kunnen weerstaan aan zondige neigingen. Innerlijk ervaren we een diepere vrijheid en kracht om te doen wat God vraagt.

Ten derde: herontdekken van de heilige Schrift, gebed en de sacramenten. We hebben een nieuwe honger naar gebed, het lezen van de Bijbel en het ontvangen van de sacramenten. Het gebed heeft een nieuwe diepte, het is spontaner en meer vanuit het hart. We bidden met meer overgave en vertrouwen dat God voorziet. Het lezen van de Bijbel wordt als het lezen van Gods levend woord. God spreekt heel persoonlijk tot mij, Hij voedt mij met zijn Woord en dit geeft richting aan mijn leven. Er is een groot verlangen de bijbel te bestuderen, alleen of samen met anderen.

Ten vierde: Een nieuwe liefde voor de Kerk, Maria en de heiligen. De Kerk is niet louter een menselijk instituut, maar ook charismatisch, zij wordt geleid door de Heilige Geest. De Kerk, het Lichaam van Christus, is een complex geheel, van paus, bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen en leken. Al deze mensen vormen het ene lichaam, met het goede dat zij doen en ook de minder goede dingen. Dat God de Kerk leidt dwars door de gebrokenheid van alle mensen, die deel uitmaken van de Kerk. Het zijn vooral de heiligen die een belangrijke bijdrage gegeven hebben: Maria, Jozef en vele anderen. Op cruciale momenten hebben zij in de geschiedenis van de Kerk een grote bijdrage gegeven, door de eenheid met de Kerk te bewaren. Heiligen inspireren Gods wil te doen, zij bouwen de Kerk in nederigheid op.

Ten vijfde: Charisma’s. God schenkt charisma’s aan wie Hij wil. Het kunnen heel eenvoudige charisma’s zijn zoals profetie, waar men verlangt op de ander te bouwen, te bemoedigen en te troosten. Maar ook bijzondere charisma’s zoals genezing, of wonderen. Charisma’s zijn ons door God geschonken en geen bezit.

Ten zesde: Genezing en bevrijding. Bidden om genezing hoort bij het door Jezus gezonden zijn. Het kan spontaan bidden om genezing zijn of in bijeenkomsten waar speciaal om genezing gebeden wordt. Het is belangrijk dat het in nederigheid gebeurt. Iemand kan genezen, maar dat is niet aan ons. Het ligt dus niet aan degene die bidt om genezing noch aan degene die gebed om genezing vraagt. De dienst van bevrijding is tamelijk nieuw in de RK Kerk. In mei 2017 is een boekje uitgegeven door de ICCRS met een goedkeuring van de congregatie van de geloofsleer. Daarmee is het een officiële bediening in de Kerk.

Dit is een kleine opsomming van kenmerken waaraan we kunnen herkennen met de Heilige Geest gedoopt te zijn. Het bijzondere is dat we meerdere keren met de Heilige Geest gedoopt kunnen worden, het helpt ons om ten volle vanuit de Heilige Geest te leven.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Op 20 mei was Mirjam Spruit, een medewerker van het Centrum voor Parochiespiritualiteit in ons midden om te spreken over parochievernieuwing. Deze lezing is op het youtube kanaal van de Maria Geboorte na te luisteren

Voor de bijeenkomsten over parochievernieuwing ben ik uitgegaan van het boek “Als God renoveert” van Fr. James Mallon. De belangrijkste reden voor deze keuze was dat ik dit boek vanuit mijn vorige parochie al kende. Ook al spreekt de auteur over zijn parochie in Canada, voor ons zijn er ook bepaalde overeenkomsten. Elke parochie is anders en toch, het fundament van iedere parochie is hetzelfde: Jezus Christus is het uitgangspunt, Hij is het fundament.

Tijdens de eerste bijeenkomst op 28 april jl. hebben we gesproken over het fundament van de Kerk. Jezus heeft de leerlingen geroepen, zij volgen Hem en worden door Hem uitgezonden. In de tijd dat Jezus leefde heeft hij zijn leerlingen geroepen, zij volgden Hem en zijn door Hem gezonden (Mc. 6,1-13). Ook al was Jezus in hun midden aanwezig, kon Hij niet met alle leerlingen meegaan. Zij moesten het zelf doen met de beperkte kennis die zij hadden. De enige instructie die zij kregen was: ‘neem niets mee’. De apostelen gingen zonder aarzelen op weg en bij hun terugkomst brachten zij Hem verslag uit (Mc. 6, 30).

Het lijden, sterven en de verrijzenis brengt hierin verandering. De apostelen zijn onzeker en bang om hun leven te verliezen. Jezus heeft geleden en dat kan ook hen gebeuren. Getuigen van wat zij Jezus hebben zien doen en de woorden die Hij gesproken heeft, is voor hen niet vanzelfsprekend. Hoe bijzonder de woorden ook zijn of wat Hij gedaan heeft, zij weten niet hoe zij moeten getuigen van de Blijde Boodschap. De apostelen ervaren een strijd en hoeveel te meer geldt dat voor ons?
Wij zijn gedoopt en gevormd en ik mag aannemen dat ieder van ons volgeling van Jezus wil zijn. Parochievernieuwing begint bij de keuze ‘missionair’ te zijn. Heb jij ervaren dat Jezus tegen jou gezegd heeft: ik heb je lief?’ In hoeverre ben jij bereid om je geloof met andere mensen te delen? Leerling zijn is net als Maria antwoorden op de boodschap van God door de engel gesproken: ‘mij geschiede naar Uw woord’.

Jezus roept iedereen om gezonden te worden. Het moment dat de verrezen Jezus aan de apostelen verschijnt en zegt: ‘Vrede zij u, zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend Ik u (Joh. 20,21). Het is een confronterend moment, want de apostelen beseffen ‘gefaald’ te hebben. En Jezus veroordeelt hen niet omdat zij Hem hebben verloochend of verlaten. Het is omgekeerd. Hij vertrouwt hen toe gezonden te worden. De vrede van Christus doorbreekt alle grenzen.

Bij de tweede bijeenkomst over parochievernieuwing op dinsdag 11 mei jl. waren er 27 deelnemers (negen meer dan bij de eerste bijeenkomst). De bijeenkomst stond in het teken van de 10 waarden, die horen bij een betekenisvolle gemeenschap:

  1. prioriteit geven aan het weekend;
  2. gastvrijheid;
  3. opbouwende muziek;
  4. een goede homilie;
  5. betekenisvolle gemeenschap;
  6. duidelijke verwachtingen;
  7. dienstbaar zijn gebaseerd op sterkte;
  8. vormen van kleine gemeenschappen;
  9. ervaring van de Heilige Geest;
  10. een uitnodigende Kerk.

Deze waarden zijn gericht op gemeenschap zijn en het vieren van het geloof. Als we een betekenisvolle gemeenschap willen zijn, dan is het fundamenteel dat de mensen zowel in de liturgie als in de gemeenschap Christus kunnen ontmoeten.

Laten we deze dagen rond Pinksteren bidden om de komst van de Heilige Geest. Als Hij komt worden alle grenzen doorbroken.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Ter voorbereiding op Pinksteren komen de apostelen, de heilige Maagd Maria en een groep van ongeveer 120 personen bijeen (Hnd. 1,14-15). Geduldig wachten zij tot de belofte van de Vader in vervulling gaat (Hnd. 1,4) en zij met de Heilige Geest gedoopt zullen worden (Hnd. 2,4). Op Pinksteren daalt de Heilige Geest over alle aanwezigen neer en zij ontvangen kracht van de Heilige Geest om van Jezus te getuigen (Vlg. Hnd. 1,8).


Samen met het ontvangen van de Heilige Geest, ontvangen alle aanwezigen charisma’s waardoor in hen een nieuw leven begint. Deze charisma’s worden door de apostelen gebruikt met de vrucht van de Geest als resultaat. In dit alles zien we dat de aanwezigen niet meer op zichzelf gericht zijn, zoals dat op Babel gebeurde (Gen. 11,1-9). Zij hebben zich overgegeven aan God en kunnen alleen maar spreken van Gods grote daden (Hnd. 2,11). Zij zijn innerlijk vrij en geven de Heilige Geest alle ruimte.


Hetzelfde geldt voor ons in de mate dat we innerlijk vrij zijn. Door God de controle over ons leven te geven, krijgt de Heilige Geest ruimte om in ons door te werken. God geeft charisma’s aan een ieder zoals Hij het wil en het gebruiken van de charisma’s, brengt in ieder leven vruchten voort. Er is maar één vrucht, want er is maar één Heilige Geest.


De vruchten van de Geest zijn liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en zelfbeheersing (Gal. 5,22)-23. De kerkelijke traditie heeft aan deze lijst van negen nog drie vruchten toegevoegd: bescheidenheid, matigheid en kuisheid (CKK 1832). Al deze vruchten tonen de natuur van God: God is liefde (1 Joh. 4,8), geduldig en trouw (Ex. 34,6) en dat geldt ook voor de andere vruchten. Het is één vrucht met verschillende “smaken”.


‘De vrucht van de Geest’ is in ons begonnen toen we gedoopt en gevormd werden. Dat is het moment dat de Heilige Geest in ons kwam wonen. Paulus zegt het in de eerste brief aan de Korintiërs: ‘Gij weet het, uw lichaam is een tempel van de heilige Geest, die in u woont, die gij van God hebt ontvangen. Gij zijt niet van uzelf.” (1 Kor. 6,19-20). Dit is meer dan een passief inwonen van de Heilige Geest, want vanaf het moment dat we gedoopt zijn hebben wij, of onze ouders, tegen God gezegd ‘mij geschiedde naar Uw woord’ (Lc. 1,38).
De inwoning van de Heilige Geest is het begin, want om te groeien moet ieder dagelijks kiezen zijn leven met Gods hulp te vernieuwen om te groeien naar beeld en gelijkenis met God (Vgl. Kol. 3,10). Zoals een vrucht geleidelijk rijper wordt, zo geldt dat ook voor de vrucht van de Geest. Aangezien de vrucht van de Geest de natuur van God toont, openbaart God zich door de vrucht aan de wereld.


Jezus zegt ons: ‘Iedere goede boom, brengt goede vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, noch een zieke boom goe¬de vruchten.’ (Mt. 7,17-18). Een andere vergelijking die Jezus maakt is die van de wijnstok, die de Vader is en wij die de ranken zijn. Elke rank die vrucht draagt zuivert de Vader zodat zij meer vrucht kan dragen. (Joh. 15,2). God heeft ieder van ons uitgekozen en Hij heeft ons de taak gegeven op reis te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. (Joh. 15,16).

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De brieven aangaande Kerkbalans zijn dit jaar later verzonden dan normaal. U kunt de brief ook hier van de website downloaden. 

We hopen dat dit de reden is dat de stand van de bijdrage achterloopt bij het vorig jaar. Er is tot en met april 25% minder ontvangen ten opzichte van 2019 en 2020.  

Hopelijk wordt de achterstand in de rest van het jaar ingehaald. Voor dit jaar zijn de kerkbijdragen begroot op € 68.000. Dat is ook hard nodig, willen wij het jaarlijks tekort zoveel mogelijk beperken. Ondanks de genomen maatregelen om het energieverbruik te beperken, worden wij ook dit jaar geconfronteerd met hogere energiekosten als gevolg van een forse stijging van de energieprijzen. Hartelijk dank voor degenen die hun bijdragen al hebben gegeven.

Uiteraard kunt u ook uw steentje bijdragen door uw tijd te geven, aarzel niet om aan kapelaan van Eijk of iemand van het welkomstteam aan de deur van de kerk aan te geven dat u ook graag op die manier bijdraagt. 

Meer info vindt u in de begroting 2021.


Penningmeester

De Kerk heeft een charismatische en een institutionele dimensie, die elkaar nodig hebben. Het beeld van de zeilboot kan dit verduidelijken. Een zeilboot heeft een mast met een zeil om vooruit te komen en een kiel om in balans te blijven. De grootte van de boot, het zeil en de kiel moeten in juiste verhouding met elkaar staan. Hetzelfde geldt voor de institutionele en de charismatische dimensie van de Kerk. De dogma’s en andere geloofspunten, zijn als de kiel, die ervoor zorgen dat de zeilboot in balans blijft. De mast met het zeil zijn de charisma’s die de Kerk vooruit doen gaan. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, dat afsloot op 8 december 1965, werd een tekst over charisma’s aangenomen.


Het weekend van Duquesne was van 17-19 februari 1967. De deelnemers mochten op een bijzondere manier de kracht van de Heilige Geest ervaren. Zij wilden echter niet een ‘eigen’ Kerk stichten, maar in eenheid met de Rooms Katholieke Kerk blijven. De charisma’s die zij ontvangen hadden wilden zij gebruiken tot welzijn van allen en tot opbouw van de Kerk. Dit bevestigt dat de charisma’s tot de Kerk behoren en van belang zijn voor haar vooruitgang.


De Heilige Geest deelt charismatische gaven uit aan wie Hij wil, zowel gewone gedoopte mensen, als mannen die de wijding ontvangen hebben. Op geen enkele manier is het mogelijk ze te verdienen. Het is een gave, een geschenk, aan de Kerk, tot welzijn van allen (Vgl. 1 Kor. 12,7; 1 Kor. 14,12)) en tot opbouw van de Kerk (Vgl. Ef. 4,12). In de geschiedenis van de Kerk zien we dat God gaven aan mensen schenkt, die in die tijd nodig zijn voor de Kerk. God rust mensen toe met gaven, opdat zij de opdracht die God hen geeft kunnen volbrengen.
De brieven van Paulus zijn aan plaatselijke gemeenschappen die hij bezocht heeft, geschreven. Hij wilde de plaatselijke gemeenschappen aanwijzingen geven rond allerlei pastorale zaken. Bij de pastorale zaken hoort ook het gebruik van de charisma’s. De gemeente of Kerk in Korinthe was hiermee vertrouwd, maar er waren ook allerlei verkeerde uitwassen. In een plaatselijke Kerk zijn vreugde en zorgen, bemoedigingen en frustraties, progressieven en conservatieven, gepassioneerden en minder gepassioneerden. In dit bonte gezelschap probeert Paulus te luisteren naar God en wordt tevens van hem gevraagd leiding te geven, Gods woord te verkondigen, de sacramenten te vieren en mensen te begeleiden de geestelijke gaven te gebruiken tot opbouw van de lokale kerk.


De geestelijke gaven waren normaal in de eerste eeuwen van de Kerk. Paulus moest lokale kerken soms afremmen, maar voor ons is het niet normaal meer. Dit heeft tot gevolg dat wij niet ten volle leven wat God voor ieder van ons en de gemeenschap verlangt. Bovenal moeten we prioriteit geven aan de onderlinge liefde, want waar oprechte onderlinge liefde is, zijn verhoudingen goed, groeit de gemeenschap, worden de gaven die God aan ieder geeft ontvangen, om ze te gebruiken tot opbouw van de gemeenschap. Waar mensen in een gemeenschap openstaan voor Gods Geest, bereid zijn onder zijn leiding vooruit te gaan, zien we dat de vrucht van de Geest groeit.


De gaven van de Geest die we kunnen lezen 1 Korintiërs 12 moeten we zien in de context van 1 Korintiërs 13 en 14. Hier leert Paulus de gemeente van Korinthe en ook ons wat liefde betekent: harmonie en geen verdeeldheid, nederigheid en geen hoogmoed, opbouw en geen vernietiging, bereidheid eigen vrijheid te beperken omwille van de liefde tot de naasten.
De gaven van de Geest zal onze liefde voor de naaste beproeven. Als ik weet dat iemand van mij houdt, zal ik bijna alles van hem of haar accepteren. Wat gaven ook mogen zijn (in 1 Kor. 12 lezen), geestelijke gaven (pneumatika), genadegaven (charismata), diensten (diakoniai), krachten (energemata), openbaringen van de Geest (phanerōsis): doet alles tot welzijn van de naaste, tot opbouw van het geloof (Rom. 1,11) de gemeenschap.

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Als ik denk aan Pinksteren komen er bij mij verschillende gedachten op. De meeste mensen zullen hierbij denken aan het neerdalen van de Heilige Geest, tongen van vuur en gaven van de Geest. Vanuit de traditie van de Kerk leren we dat God de Heilige Geest schenkt, met de 7 gaven van de Geest: wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis, vroomheid en ontzag voor de Heer. De 7 gaven zijn gericht op persoonlijke heiliging. Net zoals de sacramenten, die ons ten dienste staan voor onze groei in heiligheid.


Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie zijn de charisma’s een van de onderwerpen in het kader van de Kerk geweest. We kunnen het resultaat van het debat lezen in Lumen Gentium 12. Hier wordt gezegd dat de Heilige Geest het volk van God leidt door de sacramenten, de bedieningen. Bovendien deelt de Heilige Geest aan iedere gelovige gaven uit, zoals Hij het wil, om hem toe te rusten allerlei werken en taken voor de vernieuwing en de uitbouw van de kerk te verrichten. De eucharistie en de andere sacramenten zijn belangrijk om ons geestelijk leven te voeden, ze heiligen ons. Maar wat doen wij om de kerk te heiligen? Om de Kerk te heiligen, deelt God genadegaven (ofwel charisma’s) uit.


We leven in een tijd waarin de charisma’s en het gebruik ervan veel meer naar buiten mogen komen. Nu zijn deze naar mijn mening nog te veel verborgen. Dat was het geval in het Oude Testament waar God bepaalde mensen toerustte met gaven om de opdracht die Hij hen gaf te kunnen volbrengen. Bijvoorbeeld Mozes, die het volk van God leidt naar het beloofde land, of de profeet Elia, die een dode man opwekt. We komen de gaven van de Geest in het Oude Testament niet heel expliciet tegen.


Vanaf het Nieuwe Testament zijn de gaven van de Geest duidelijk aanwezig in de Kerk, vooral in de eerste eeuwen. Het kan zijn dat we te veel vast zitten aan de ‘7 gaven van de Geest’ en dat we vergeten dat charisma’s ook gaven zijn. Misschien denken we dat de charisma’s alleen voor de eerste eeuwen van de kerk waren, maar daarna niet meer nodig zijn. God schenkt juist in onze tijd charisma’s omdat ze belangrijk zijn voor de Kerk van nu.


In het Nieuwe Testament wordt het woord charisma vertaald in ‘gave’ of ‘genadegave’. De wortel van het woord ‘charisma’ is ‘charis’ wat genade betekent. Samen met het achtervoegsel -ma heeft het de grondbetekenis van ‘werk van genade’ of ‘gave van genade’.
Het woord ‘charisma’ komt 17 keer voor in het Nieuwe Testament waarvan een keer in 1 Petrus 4,10 en de andere keren in de brieven van Paulus. Als Paulus het woord gebruikt is het altijd vanuit de grondbetekenis van het woord ‘genade’, waarin hij de ‘gave van genade’ op drie manieren toepast.


Ten eerste gebruikt hij het woord ‘charisma’ in sommige gevallen om de genade van verlossing of eeuwig leven aan te duiden (Rom. 5,15 en 6,23). Ten tweede gebruikt hij het voor ‘goddelijke gunst’, bijvoorbeeld bevrijding van de dood (2 Kor. 1,10) of privileges aan door God geroepen mensen. De derde toepassing van het woord ‘charisma’ wordt verbonden met de christelijke gemeenschap als ‘lichaam van Christus’. De belangrijkste teksten vinden we in de brief aan de Romeinen hoofdstuk 12 en de eerste brief aan de Korintiërs. Het gaat in Rom. 12 om de gaven van profetie, bediening, onderricht geven of een opwekkend woord. En in 1 Kor. 12 lezen we over dienstverlening, een woord van openbaring, een woord van wijsheid of kennis, het charisma om zieken te genezen, wonderen te verrichten en de onderscheiding der geesten.


Waar het mij om gaat, is dat we de charisma’s opnieuw ontdekken. Het zou mooi zijn als we zelf verder op onderzoek gaan. Voor wie meer wil weten: op Hemelvaartsdag, na de eucharistieviering van 10.30u, zal ik om 11:45u u hierover een inleiding geven, waar ik hier verder op in wil gaan. Het is tevens een voorbereiding om op Pinksteren met de Heilige Geest vervuld te worden.

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Twee professoren van de katholieke Universiteit Duquesne (spreek uit Dukaine) in Pittsburgh kwamen in het voorjaar van 1966 op het idee te bidden om een grote uitstorting van de Heilige Geest. Dagelijks zongen zij de Pinkstersequentie in het vertrouwen dat God zijn woord houdt: ‘… hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen' (Lc. 11,13). Deze professoren, moderators van een Bijbel studiegroep, deelden met de studenten hun plannen voor een retraite over de Heilige Geest in februari met als thema “de Heilige Geest”. Aan de studenten, die wilden deelnemen, werd gevraagd om zich hierop voor te bereiden door de Handelingen van de Apostelen hoofdstuk 1 – 4 te lezen en het boek ‘The Cross and the Switchblade’ (dit boek is ook in het Nederlands vertaald onder de titel ‘Het kruis in de asfalt jungle’). Aan de retraite van 17 tot 19 februari 1967 namen 25 studenten deel. Allen hadden zij het verlangen naar een grote uitstorting van de Heilige Geest. Wat in dat weekend gebeurde zal in korte tijd over de hele wereld bekend worden. Het Duquesne weekend laat zien, dat net als op Pinksteren, de Heilige Geest over iedereen kan komen, die met verlangen naar Hem uitziet, zich aan Hem overgeeft.


Bij Pinksteren denken we aan de tekst die we in Hnd. 2,1-4 lezen. De gebeurtenis wordt beschreven met tekenen zoals ‘het gedruis van een hevige wind’, ‘tongen van vuur’, ‘het spreken in vreemde talen’. Dit de doet denken aan Mozes, die op de berg Sinaï de tien geboden (ofwel de Decaloog) ontving. Alleen Mozes en zijn broer Aaron zijn op de berg gehuld in Gods aanwezigheid. Op Pinksteren daalt de Heilige Geest over alle aanwezigen neer. Het doet ook denken aan Babel (Gen. 11,1-9). Het volk wil voor zichzelf ‘een naam maken’ en denkt dat zij één zijn en niet over de aardbodem worden verspreid. Pinksteren is omgekeerd, want de aanwezigen spreken in een taal die ieder verstaat ‘van Gods grote daden’ (Hnd. 2,11). Het gaat om de eer die God toekomt.


Op vier andere momenten kunnen we in de Handelingen van de Apostelen lezen dat de Heilige Geest neerdaalt. De eerste keer na Pinksteren (Hnd. 4,28-31), lezen we dat de Heilige Geest neerdaalt nadat Petrus en Johannes aan hun ‘eigen mensen’ verslag uitbrengen. Zij hebben lijden te verduren omwille van hun getuigenis dat Jezus Christus verrezen is. Samen baden zij en de plaats waar zij bijeen waren beefde … en allen werden vervuld van de Heilige Geest. De tweede keer (8,15-17) ontvangen de mensen die het Woord Gods hadden aangenomen de Heilige Geest door handoplegging van de apostelen. Een zekere Simon, die als tovenaar optrad, wilde geld geven om de Heilige Geest te ontvangen, maar de apostelen weigerden. Simon heeft spijt en vraagt om vergeving. De derde keer (10,44) is na de bekering van de heiden Cornelius. De Heilige Geest daalt na de toespraak van Petrus neer over de ‘heidenen’. De ‘heidenen’ verheerlijkten God en zij spraken in vreemde talen. Tenslotte in Hnd. 19,16 daalt de Heilige Geest neer als Paulus in de naam van Jezus kwade geesten uitdrijft. De naam van Jezus werd door allen hoog geprezen. De mensen bekeren zich tot Jezus.


Al deze gebeurtenissen zijn een beschrijving van ‘met de Heilige Geest gedoopt worden’. De mensen die vervuld worden van de Heilige Geest veranderen. We zien het bij Petrus, die belooft bereid te zijn met Jezus te sterven, maar Hem, als het erop aankomt, driemaal verloochent. Nadat de Heilige Geest over hem is neergedaald is hij bereid zijn leven voor Jezus te geven. Om met de Heilige Geest gedoopt te worden is het van belang bereid te zijn alle controle in de hand van God te leggen. Niet zelf de leiding willen nemen, maar de Heilige Geest. Geduldig wachten, opmerkzaam zijn op wat de Geest ieder van ons zegt, ten dienste van onze gemeenschap

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De schepping is een teken dat God een verbond met ons sluit. Het verbond tussen God en mens veronderstelt dat God altijd met ons is, altijd voor ons zorgdraagt. Door de Bijbel heen kunnen we in verhalen lezen dat God trouw is aan zijn verbond, maar zijn volk niet altijd. Met enige regelmaat horen we dat het volk van God van Gods wegen afdwaalt. God echter komt zijn volk tegemoet, zoals Hij ook al deed in de schepping toen de mens gezondigd had. Hij zoekt de mensen, wil hen vergeven (Gen. 3,9), verlangt dat zij terugkeren.

Met God op weg gaan, op zijn roep antwoorden, kan soms een hele opdracht zijn. Gelukkig mogen we vertrouwen op Gods Geest. De eerste persoon bij wie we dit zien is Abraham. Ook al is het niet expliciet vermeld, het is Gods Geest die Hem de kracht geeft om op weg te gaan. Hoe zou hij anders kunnen vertrekken uit zijn land, stam en familie om op de weg te gaan die God hem wijzen zal (Gen. 12,1)?

In het Oude Testament kunnen we lezen dat God mensen toerust. Als het niet expliciet vermeld wordt, kunnen we het afleiden uit dat wat zij doen. Bij sommige mensen wordt expliciet vermeld dat Gods Geest in hen is, zoals bij Josef (Gen. 41,38), of Saul, die gezalfd wordt tot koning (1 Sam. 16,19). God schenkt zijn Geest opdat de mensen Gods opdracht kunnen volbrengen. Het zijn vaak profeten, koningen en priesters die Gods Geest ontvangen. In het Oude Testament is het niet de volheid van de Geest, die komt pas met Pinksteren over iedereen.

De belofte dat Gods Geest over iedereen komt, kunnen we in het Oude Testament lezen. Geleidelijk merken we dat die belofte tot vervulling komt. In de profeet Ezechiël (11,19-20) lezen we: “Ik zal hen een nieuw hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste uitstorten; Ik zal het stenen hart uit het lichaam verwijderen en hen een hart van vlees geven, opdat ze mijn wetten in acht nemen en mijn geboden nauwlettend onderhouden. Zo zullen ze mijn volk zijn en Ik hun God.” En een paar hoofdstukken (Ez. 36, 26-27) verder: “Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten; Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven. Mijn geest zal Ik in u uitstorten en Ik zal ervoor zorgen dat ge mijn wetten nakomt en mijn voorschriften nauwkeurig onderhoudt.” Deze belofte wordt herhaald door de profeet Joel (3,1b-2): ”Ik zal mijn geest uitstorten over alle mensen, uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw grijsaards dromen zien, uw jonge mannen visioenen krijgen. Zelfs over de slaven en de slavinnen stort Ik mijn geest uit in die dagen.”

Na de Verrijzenis en Hemelvaart van Jezus nodigt Jezus de leerlingen uit geduldig te wachten op de belofte van de Vader (Hnd. 1,4). Op Pinksteren komt deze belofte tot vervulling en daalt de Heilige Geest neer over alle aanwezigen. Het Pinksterwonder herhaalt zich (Hnd. 11,15; 13,52; 19,16) en Hij daalt nog steeds neer, ook in onze tijd. Er zijn talloze momenten te noemen. Een wil ik u niet onthouden: het weekend van Duquesne in februari 1967. Ook wij die ons verbonden voelen met de Maria Geboortekerk mogen hiernaar verlangen.

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina