De pastoraatsgroep heeft pastor Eduard Kimman s.j. gevraagd om namens de pastoraatsgroep een Paasboodschap voor onze parochie te schrijven.

Het parochiebestuur sluit zich  graag aan bij deze brief.

 

De vastentijd is de tijd van voorbereiding op Pasen. Veertig dagen. Een tijd die in lengte lijkt op de veertig dagen die Jezus doorbracht in de woestijn, nadat hij gedoopt was: eenzaam, zonder mensen om zich heen, op zichzelf teruggeworpen. Die tijd begint op Aswoensdag. Dit jaar op woensdag 26 februari. Op de dagen voor Aswoensdag werd het Carnavalsfeest gevierd. Dat deden we in de Canisiuskerk met de Carnavalsmis op zondag 23 februari. Alles ging zoals andere jaren. Ergens, ver weg, wisten we wel dat er een griepepidemie heerste. Een nieuw en onvoorspelbaar virus, maar dat was in China. Toch zou het ook onze kant op kunnen komen. Op Aswoensdag vroeg ik aan de kerkgangers elkaar geen handdruk te geven bij de vredeswens en de communie uitsluitend op de hand te willen ontvangen. Hier en daar een verbaasde blik. Op donderdag 27 februari, de tweede dag van de Vastentijd, werd voor het eerst in ons land iemand positief getest voor dat Corona-virus: covid-19. De dagen erna steeg het aantal mensen dat positief was getest. We gingen met de zondagse liturgie door met wat kleine aanpassingen: eerste zondag van de Vastentijd. Er kwamen meer positieve tests. Had de verspreiding soms iets met Carnaval te maken, omdat er opvallend veel positieve tests waren in Noord-Brabant? Tweede zondag van de Vastentijd. Het werd ernstiger. Je hoorde van meer Corona-gevallen. Uden, Tilburg. Breda.

Op vrijdag 13 maart, in de tweede week van de Vastentijd, delen de bisschoppen mee dat er geen kerkdiensten meer zouden plaats vinden in de komende weken. Derde zondag van de Vastentijd. 15 maart. Ik loop naar de kerk en vang kerkgangers op, die komen voor de mis van 9.30 uur of 10.30 uur. Een blik van verbazing. Een berustende glimlach. Een knik. Twee lieve Antillianen: maar wilt U ons dan nu eerst zegenen? De kerk is dicht. Op dinsdag sta ik op een kerkhof. Geen Requiemmis. Slechts de zegen aan het graf. Allemaal op afstand. Er mogen niet meer dan 30 mensen aanwezig zijn. Geen rouwbeklag. Geen gebaar van troost. Na de zegen over het graf blijven we langer dan gewoonlijk stil staan, kijkend naar de bloemen op de kist in het graf. Aarzelend loopt de een na de ander weg. Nog even een liefdevolle blik, op afstand, naar de weduwe en haar kinderen.

En zo gaat het nu al twee, drie weken. Ook de Goede Week. De kerk is dicht. Nederland is op slot. Het is dit jaar niet de Goede Week met een Witte Donderdag, Goede Vrijdag en een Paaszondag, maar het wordt een Goede Week met een lange Paaszaterdag. Bij de protestanten heet die Stille Zaterdag. Het wordt dit jaar een Stille Week. Geen klok die ons roept om naar een viering te komen, geen kaartjes voor een uitvoering van de Mattheüs Passion in een stemmig ingericht kerkgebouw, geen paaskaars met een paasliturgie die ons in vervoering kan brengen over de diepte, het onvergankelijke en het ontroerende van Jezus die door de dood heen de Messias voor allen geworden is.

We zijn gemaand binnen te zitten, ons rustig te houden, de dingen voorbij te laten gaan. Dat zegt de overheid. De overheid let op de volksgezondheid. Een verstandige overheid poogt een epidemie te voorkomen of in te dammen. En dat heeft onze overheid ook gedaan. Wat de overheid ons zegt te doen, had een geestelijk leider ook kunnen zeggen: zit stil, blijf rustig, en wacht. Dat geldt voor de Vastentijd, de woestijntijd, de tijd zonder drukte of franje. Het is ook het parool dat Jezus op Pasen de apostelen meegeeft: wacht af, bidt, er komt een Helper. En nu wordt dat opnieuw aan ons gezegd. Zit, blijf rustig, wacht.

Ineens, zonder voorbereiding, is de consumptiemaatschappij een halt toegeroepen. We zijn niet meer productief, we zijn ook minder consumptief. Er is geen geld om te sparen, maar we ontsparen, we gebruiken de reserves, we lenen. Ouders worden ineens de leraren van hun kinderen. Het huis is ook school. De arbeidsverdeling, waarop onze welvaart rust, is niet meer. Hoe lang gaat dit duren? Zullen sommige veranderingen blijven? Een regering of een burgemeester die niet meer om de feiten heen hoeft te draaien, maar die ineens gezag heeft. De situatie is te ernstig voor populisme. Op bullebakken zitten we ook niet wachten. Het wijze woord van een expert, een viroloog, een verpleegkundige: daar luisteren we naar.

Is daardoor nu de viering van Pasen onmogelijk? Is een Stille Week, een verstilde week, een betreurenswaardige noodgreep? Dat hoeft niet. Deze verstilling van verkeer, van drukke sport, van shopping en van allerlei sociale verplichtingen kan ons ook helpen de kern van Pasen terug te vinden. Laten we onze Heilige Schrift er bij pakken. We lezen het lijdensverhaal van een van de vier evangelisten. We lezen over de laatste maaltijd, het gebed van de angstige Jezus in de Hof van Olijven, de kus van Judas, de gevangenneming. We leggen de Bijbel even weg en we mijmeren. We verplaatsen ons in de bange apostelen, die uit de verte ongezien het schijnproces willen volgen. Weglopen kunnen ze niet, er bij zijn durven ze niet. Wat hebben ze gevoeld toen de martelingen, de geselingen, de plaatsing van kroon van doornen hun rabbi, hun Jezus, hun Messias reduceerden tot een veroordeelde slaaf? Hoe heeft het kunnen gebeuren? Waarom moest een rechtvaardig mens dit ondergaan? De wrede dood en het ontzielde lichaam na de kruisafname. Die dappere Jozef van Arimatea die het ontzielde lichaam meeneemt, aan zich drukt, en begraaft. Beelden die nooit meer zouden verdwijnen van hun netvlies.

Hoe mijmeren we? Bijvoorbeeld door muziek aan te zetten: een CD of de radio. Ik denk aan de Mattheüs Passion. Hebben we nog ergens een missaal van vroeger liggen? Misschien vind je er een van de gebeden uit de liturgie van de Goede Week. Daar kun je over mijmeren. Bid het nog eens. Misschien helpt het turen naar een ikoon of een kruiswegstatie. Zet het boek rechtop en plaats er een waxinelichtje voor. En dan, op Paasmorgen, doe vroeg het raam open, of loop even naar buiten, waar het nog fris, maar stil is. En luister naar de vogels. Zij vertellen ons, wat de klokken dit jaar niet doen: Hij is verrezen, in ons stille hart. En, kijk, aan de overkant. De buurvrouw doet het ook. Kijk elkaar aan, lach, zwaai, steek je de handen in de lucht. Doe, zoals de gelovige Russen op paasmorgen, en zeg tegen elkaar: Hij is verrezen. Christos woskresie. Woistinu woskresie. Waarlijk verrezen. Hij heeft de dood overwonnen. Nu wij nog.

Eduard Kimman SJ