Vol bewondering kijken we naar Artsen zonder Grenzen die zich in gevaarlijke oorlogssituaties begeven. Of naar mantelzorgers die zich met schijnbaar eindeloos geduld om dementerende ouderen bekommeren. Of naar de vrijwilligers van de voedselbank. De Moeder Teresa’s van onze tijd: ze zijn er nog.

Al deze mensen doen iets bijzonders. Alhoewel ze het zelf misschien heel vanzelfsprekend vinden. Ze brengen in praktijk wat klassiek ‘de zeven werken van barmhartigheid’ wordt genoemd: de hongerigen te eten geven, de dorstigen te drinken geven, de vreemdelingen opvangen, de naakten kleden, de zieken verzorgen, de gevangenen bezoeken en de doden begraven. Het bijzondere is de onbaatzuchtigheid: je doet iets voor iemand die jou daar niets voor terug kan geven.

In het Jaar van Barmhartigheid wil paus Franciscus opnieuw nadruk leggen op deze werken. Alleen als we meer op deze manier proberen te leven, zal de wereld beter worden. Maar moeten we dan allemaal voor de Voedselbank gaan werken of in de ziekenverzorging?

De Duitse theoloog Joachim Wanke heeft de zeven werken van barmhartigheid opnieuw geformuleerd voor onze tijd:

1. Tot iemand zeggen: ‘Jij hoort erbij.’

2. Ik luister naar je.

3. Ik spreek positief over jou.

4. Ik ga een stuk met je op weg.

5. Ik deel met je.

6. Ik zoek je op.

7. Ik bid voor je.

Met een beetje meer oprechte aandacht voor onze medemens komen we al een heel eind. Een jaar vol kansen ligt voor ons.

Hoe goed het ook is om ons in te zetten voor de minderbedeelden, er kleven ook risico’s aan. Het zou een slechte zaak zijn om barmhartigheid te beoefenen vanuit de hoogte: die ander is zielig en ik ben in mijn goedheid een reddende engel. De Franse filmcriticus Pierre Goursat, stichter van de Gemeenschap Emmanuel (waar ik zelf lid van ben), zei heel vaak: ‘Nous sommes tous des pauvres types.’ Hetgeen zoveel wil zeggen als: we zijn allemaal maar arme stumpers. Als het er op aankomt, is niemand volmaakt en hebben we allemaal onze kwetsuren en behoeften.

Bovendien, het christelijk gedachtengoed zet aan tot actie, maar we moeten ook niet verworden tot een soort padvinders die alleen nog maar bezig zijn om goede daden te doen. Het christelijk geloof is meer dan alleen normen en waarden. Aan de morele kant van de zaak gaat iets vooraf. En dat is Gods barmhartigheid voor ons. God houdt al van ons voordat wij iets gedaan hebben. Hij is de eerste die zegt: ‘Ik neem jou aan zoals je bent.’ Zelfs als arme sukkelaars vindt God ons de moeite waard. Met het Jaar van Barmhartigheid mogen we dat op een nieuwe manier ontdekken. En dat is misschien nog wel de grootste kans van dit jaar!


pastoor Cyrus van Vught