Een oase in je brievenbus.

Midden in de zestiger jaren van de vorige eeuw is de wijk Neerbosch Oost ontstaan.
Daartoe hebben boerderijen en landerijen letterlijk het veld moeten ruimen.
Voor meer dan 3000 mensen werden woningen gebouwd. Uit alle delen van Nederland kwamen jonge gezinnen zich hier vestigen
De vaders werkten veelal bij de NV Philips of bij de Radboud Universiteit.
De moeders troffen elkaar op het schoolplein, in de school als hulpmoeder en bij de Goede Herder parochie in activiteiten voor Jeugd en Katechese en alle gezellige evenementen die in het kader daarvan georganiseerd werden.
Het overgrote deel van de bewoners was Katholiek, ging op zondag met het kroost naar de kerk, stond geduldig in de rij om een kaartje voor de Kerstdiensten te bemachtigen en kwam in groten getale naar de Eerste Communie vieringen. Er was zoveel om samen te vieren, het voelde als een oase in een omgeving die volop in beweging was en waar we allemaal een plekje moesten zien te veroveren..
'De Stem' heette het parochieblad dat toen iedere week werd bezorgd door een legertje 'lopers' dat bevoorraad werd door de heer van Leth..
De straten tussen de dorpsstraat en de Bazuinstraat werden een 'proeftuin' voor Nijmegenaren die hun woningen in de benedenstad moesten verlaten vanwege grote sloop- en renovatiewerken aldaar.
Met het samenbrengen van oorspronkelijke en nieuwe bewoners hoopte men dat er vanzelfsprekend een soepele integratie zou ontstaan. Alle goede bedoelingen ten spijt kan dit project niet echt geslaagd genoemd worden.

Nu is het een feit dat de laatste decennia in alle straten van Neerbosch Oost steeds meer nieuwe Nederlanders komen wonen die in onze gemeenschap een plekje willen veroveren. Weer is het te hopen dat nieuwe en oude Nijmegenaren het met elkaar kunnen vinden.
En... er gloort hoop.
In de voormalige proeftuin mag ik de Oase bezorgen bij 17 gezinnen.
Afgelopen vrijdagmiddag begon mijn ronde in de Bazuinstraat. Op de stoep had  een jongen van een jaar of tien zijn fiets overdwars geparkeerd. Al van verre begon hij naar me te roepen: hallo mevrouw, alles goed met u? Daar kon ik gelukkig ja op antwoorden. Met hem ging het ook goed, dat was van verre al te zien en te horen. Hij vroeg of ik foldertjes aan het bezorgen was. Ik vertelde dat ik 't kerkblad rondbracht. Of hij er ook een mocht hebben. Nee, want ik had er precies genoeg.
Hij wilde er wel even in kijken. En van welke kerk was het dan. Ik wees naar de Goede Herder.
O, dat is een mooie kerk, daar was hij binnen geweest met de klas en ze hadden alles  mogen bekijken. 
Ja, toen  moest ik weer verder. Nou mevrouw nog een fijne dag hoor! Dit wordt zo vaak gezegd, maar deze keer werd ik er van binnen echt blij van.
Zomaar terecht komen in een oase van vriendelijkheid, daar knapt een mens van op!
Het kan best nog goed komen in de proeftuin want wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst.

IC