Overweging van Hans Hamers o.p.

Lezingen: Handelingen 2, 1-11; en Johannes 20, 19-23.

Pinksteren, het kneusje onder de kerkelijke feesten, zo las ik laatst. Vanaf Kerstmis wordt het ook steeds geheimnisvoller en dus moeilijker om dat uit te leggen aan niet-gelovigen. De geboorte van Jezus is heel menselijk, zijn sterven aan het kruis ook, maar het wordt al snel lastiger om te spreken over de verrijzenis, hemelvaart en uitstorting van de heilige geest. Hoe dan wel? De lezingen van vandaag vertellen ons daar wel iets over, hoe we vandaag het gebeuren van Pinksteren, het ontvangen van de heilige geest, mogen verstaan om erover te kunnen spreken. 

Als ik de teksten uit Handelingen en Johannes lees, dan springt een aantal zaken er wel uit. Als eerste de aanwezigheid van een hele schare volken. De gebeurtenis van de neerdalende vurige tongen op de leerlingen en het daaropvolgende ‘wonder’ van de woorden kunnen verstaan in de eigen taal; het is gericht op de gehele mensheid. Een gebeurtenis van universele betekenis. En waarover spraken zij dan? Over de grote daden van God. Dus aan heel de wereld verkondigen over de grote daden van God. Hier begint de christenheid.

Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Handelingfen 1, 3-11; en Marcus 16, 14-20.

Thema: Verheven, maar niet verdwenen.

Verheven maar niet verdwenen. Jezus is verheven, teruggegaan naar zijn hemelse Vader, waar Hij aldus volgens Lucas, ook ooit vandaan kwam, door die goddelijke ingreep in het leven van Maria, zijn moeder. 

Maar Jezus is niet verdwenen. Zijn volgelingen waren zo van Hem onder de indruk dat zij bij elkaar bleven komen, en de vele verhalen en wonderen die over Hem de ronde deden, telkens aan elkaar vertelden, generaties lang.

Daarom zijn er ten minste in vier evangelies diverse en elkaar aanvullende levensbeschrijvingen van Jezus verzameld, die ieder op zich weer andere aspecten van dat verbazingwekkende leven van Jezus tot leven brachten. 

Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Gedicht ‘Aan Maria” (Micheël Steehouder) – Evangelie: Johannes 15,9-17

In de aanloop naar deze zondag waren er deze week een paar momenten die mij erg troffen; eerst was daar aan het begin ervan de viering van zondag: de boeiende overweging van voorganger pater Kimman, maar meer nog de geloofsbelijdenis die we daarna samen zegden en met name de woorden: “ik geloof in God, de Ene, die ons koestert als een moeder”.

Het volgende moment was thuis: Wij, Betty en ik hadden al afgesproken dat we het over Maria zouden hebben – Moederdag en meimaand dus . . . En als voorbereiding heb ik de gewoonte - om wat inspiratie op te doen – wat preken, overwegingen van anderen te raadplegen. Zo zocht ik ook in een boekje met preken van Toon Rabou, de vorige pastoor van Heiliglandstichting; hij had voor die gelegenheid een afbeelding van Maria van Wladimirskaja vóór in de kerk gezet – deze icoon hier vóór het altaar – achter in onze folder kunt u er meer over lezen, maar dat moet u straks maar doen.

Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Handelingen 4, 8-12; en Johannes 10, 11-18.

Thema: De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen geworden.

mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij geborgen weten?

noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

voor wie ik liefheb wil ik heten.

 

Waarschijnlijk voor velen geen onbekend gedicht. Maar zelden is een gedicht uit een debuut zo ingeslagen. . . 

Als heel veel later Neeltje Maria Min – die dit dichtte – ernaar gevraagd wordt, zegt ze: ‘Er valt zo weinig over te vertellen …. Men kan zich afvragen waarom het is geschreven. Nou, dat weet ik zelf niet.’

Ik denk dat ik wel weet waarom.

Overweging van Kees Scheffers.

Lezingen: Hand. 4, 32-35; en Johannes 20, 19-31.

Thema: Geloven is een weg, soms een weg van vergeven.

Het gaat vandaag over drie onderwerpen.

1. Vergeven,

2. Geloven,

3. Het samen komen van christenen. 

Zalig zij, die zonder gezien te hebben, toch tot geloof komen. 

Deze uitspraak is heel bekend. Gisteren las ik hem nog in de krant.

Ook helemaal onkerkelijke mensen  hoor je deze zin wel eens zeggen.

Zalig zij  die niet zien en toch geloven. Gisteren las ik het in de krant.

Overweging van Hans Hamers o.p.

 Lieve mensen,

Een jaar geleden ongeveer hebben we aan alle parochianen een paaswenskaart gestuurd. Deze! 
We wisten niet wat ons toen overkwam met de coronapademie. Geen Goede week – en paasvieringen. Deze kaart heeft een jaar lang in mijn tas gezeten, niet bewust hoor. Hij is er gewoon in blijven zitten, maar afgelopen week merkte ik pas deze kaart weer bewust op, en las de tekst.

Wat er staat is helaas nog steeds bijna helemaal het geval. We kunnen (nog) niet samen Pasen vieren zoals we willen. Maar bij herlezing, nota bene van mijn eigen tekst, valt me op dat het meer een Paaswake-tekst is dan een Paaswens. Want er staat over hoop en vertrouwen en dat de dood niet het laatste woord heeft, dat alle leed eens geleden zal zijn, en dat we dat tegen elkaar zullen zeggen “Ja Hij leeft, Ja wij leven”. Ik noem het een Paaswake wens omdat het uitdrukt dat we op een drempel staan. In deze Paaswake staan we ook op een drempel. Die drempel, daar gaat het nu even om. 

Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Lucas 19, 29-40 en Jesaja 50, 4-7.

PALMPASEN.

Aan het begin van de Goede Week staat de bekende intocht van Jezus naar Jeruzalem. Hij is niet alleen, zijn verzamelde leerlingen, mannen en vrouwen vormen enkele honderden volgers die nu alles van Jezus verwachten. 

Jezus heeft immers een lange tijd met hen opgetrokken, en hen voorbereid op het komend Koninkrijk dat Hij in Jeruzalem wil vestigen. De menigte is aangezwollen, aangetrokken door alle wonderen die Jezus verrichtte, tot een grote omvang van enthousiaste en verlangende mensen. Een ding hebben ze gemeen: vrede en bevrijding van de macht van de bezetter door de stichting van een eigen onafhankelijk Koninkrijk, in de traditie van Koning David.

Lag de nadruk in het Evangelie van Marcus langere tijd op de conflicten van Jezus met de demonische machten die mensen klein en gevangen hield; nu verlegt zich het accent op de conflicten met de religieuze en politieke machten.

Niet voor niets staat die grote menigte volgelingen aan de voet van de Olijfberg: want daar zal volgens de profeet Zacharias de Heer zijn intocht nemen en de dag van het eeuwig Koninkrijk aankondigen. En die Heer zal naar hen toekomen in de gedaante van een mens, gezeten op een ezelsveulen, volgens diezelfde Zacharias.