Overweging van Jan van der Wal.

Exodus 3, 1-8a, 13-15; en Lucas 13, 1-9.

Thema: "Draagt ons leven vrucht?".

Als het kwaad goede mensen treft. Dat zou de aloude vraag kunnen zijn van de Evangelietekst. De mensheid buigt zich al eeuwenlang over de vraag hoe het toch mogelijk is dat mensen onschuldig sterven door een ernstige ziekte, een tragisch ongeval, of erger, door een moordaanslag. Hoe kunnen we God ter sprake brengen als zich iets dergelijks voordoet? Hoe houden wij zicht op een goede en barmhartige God te midden van rampspoed en ellende? Een en ander doet een dringend beroep op ons rechtvaardigheidsgevoel. 

In de vraag naar het kwaad lijken Gods almacht en Gods barmhartigheid in het geding. Hoe staan zij in relatie tot elkaar, als het kwaad goede mensen treft? Kan God indien Hij almachtig is en tegelijk liefdevol, het lijden toestaan? Is ons lijden een straf voor eerdere zonden, door ons begaan of onze voorouders of zelfs door dit mensengeslacht, zoals in Jezus’ tijd gebruikelijk was te denken?

Overweging van Wim Rigters.

Deut. 26, 4-10, en Lucas 4, 1-13.

Thema: "Gij roept ons terug".

“Mijn vader was een zwervende Arameeër” . . . 

In 1801 migreerde de 15-jarige Johan Henrich Richters – mijn bet-bet-overgrootvader vanuit Ennigerloh in het toenmalige Pruisen naar Nederland. Hij was één van die vele Holland-gänger die in de 18e en begin 19e eeuw uit Duitsland, waar de levensomstandigheden op het platteland slecht waren, wegtrokken naar het welvarende Holland, Nederland, een land dat overvloeide van melk en honing. Hij kwam terecht in Schiedam, vond werk als branders-knecht – de vuren stoken en aanhouden in de jeneverstokerij – van ’s morgens 6 tot ’s avonds 10 uur – slavendienst tot aan zijn dood. Hij werd 58, gaf negen kinderen het leven, waarvan 6 zonen aanvankelijk hetzelfde slavenwerk verrichte en enkelen iets opklommen. Mijn opa was mandenmaker en mijn vader gediplomeerd typograaf met een eigen bedrijf: een drukkerij.

Overweging van Hans Hamers o.p.

Jes 6, 1-8,  Luc 5, 1-11

Thema: "Wij, Gods handen".

Zojuist hebben we twee roepingsverhalen gehoord, van Jesaja en van Simon met zijn vissersmaten Jakobus en Johannes. Deze verhalen vertellen ons iets over de relatie God-mens. Als God zich laat kennen aan een mens, deze roept, dan gebeurt er van alles. Overigens, roepingsverhalen kennen we vooral uit de bijbel, maar ze leren ons ook iets over geroepen worden in onze tijd. 

In de Jesaja-tekst vallen een paar dingen op wat betreft de enscenering. Het speelt zich af in de tempel. Voor Jesaja een vertrouwde omgeving is, als lid van de elite. Heel de tempel wordt gevuld door God, gezeten op een troon en serafs om God heen. Het siddert en schudt daar in de tempel, “Heilig, heilig, … groot is zijn macht en zijn heerlijkheid”. Zo ervaart Jesaja God. Het is een intense en indringende ervaring. Hij, Jesaja klein, en God is groot, groot als een koning, huiveringwekkend groot. Jesaja is klein. 

Bovendien, Jesaja ziet zichzelf als zondig: “Ik ben een mens met onreine lippen”. Hij vindt zichzelf het niet waard om de grootse godheid onder ogen te komen. Maar God vermindert de afstand. Een van de serafs komt zijn lippen zuiveren met vuur, zonde verdwenen en de schuld bedekt. Jesaja is zondig, zoals mensen dat nu eenmaal zijn. Zijn mens-zijn wordt hier benadrukt. De verhouding is nu anders. God zelf maakt contact met hem, overbrugt die enorme afstand van een nietige zichzelf als zondig beschouwende Jesaja tussen de hoogverheven God, Heer van alle machten. Dan, bij wijze van spreken ‘op ooghoogte’ biedt Jesaja zich aan als Gods instrument: “Hier ben ik, zend mij”.

Overweging van Frits Muller o.p.

Jer. 1, 4-5, 17-19; en Lc. 4, 21-30.

Thema: "De weg gewezen ...."

  1. “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”.

Was getekend: Pipi langkous. 

Nee, dan Jeremia, uit de eerste lezing van vandaag; die heeft blijkbaar alle steun van de Eeuwige nodig om aan de slag te gaan als profeet, om het altijd weerspannig volk van zijn de weg te wijzen. 

We bevinden ons in een mooie tijd van het kerkelijk jaar, beste mensen!

De evangelielezingen van deze weken zijn beeldend. 

Profeten staan daarin centraal. 

Het gaat over roeping en verwerping, en niet alleen van profeten…

Overweging van Hans Hamers o.p.

1 Samuel 3, 1-11, en Matteus 5, 13-24.

Thema: "Luister en verkondig".

Op de voorkant van het boekje staat het thema voor de viering: Luister en verkondig. Ik heb ze daarop uitgekozen. Luister en verkondig omvat een hele boog, van iets opnemen tot handelen, c.q. spreken.

De eerste lezing over de roeping van de jonge Samuel gaat over het luisteren. Samuel hoort iets: “Samuel”. Hij denkt dat Eli hem roept. Drie keer gaat dat zo. Het komt niet in de jongen op dat God hem roept. Ook Eli beseft dat niet direct, pas de derde keer. Ook niet verwonderlijk, dat het zo gaat, want in die tijd is de stem van God al lang niet meer gehoord. Dat iemand getuigt van een visioen, dat komt ook niet dikwijls meer voor. Blijkbaar is het niet gemakkelijk om de stem van God te horen, zelfs als je in de tempel leeft, in de nabijheid van het heiligdom. 

Dit verhaal zegt ons dat de stem van God gehoord kan worden gewoon in alledag, in de slaap zelfs, zoals bij Samuel. Zou het niet een houding van opmerkzaamheid zijn om God te horen en te luisteren? Voorbereid zijn, zoals in het evangelie van Lucas en Matteüs Jezus zegt dat je voorbereid moet zijn, want de Mensenzoon komt op een moment dat je het niet verwacht. Een houding dus, om eens mogelijk te kunnen zeggen “hier ben ik, ik luister”, zoals Samuel deed?

Overweging van Gerard Verwoerd c.m.

Jesaja 62, 1-5, en Joh. 2, 1-12.

Thema: " ..Met God meewerken ..."

O, dat verhaal van de  bruilof tin Kana.. 

voor mij……..wanneer BEN je  er  voor e ander

O, alleen al.. als  je in je leven iemand mag tegenkomen die voor jou open staat,

die  jou aanvoelt, die voor    jou doet wat  hi jof  zij kan...

Het gaat niet alleen om de seksualiteit

al  kan dit  OOK heel goed doen

maar  wat hebben die  twee….Die  met  elkaar  verder gaan..aan elkaar

Overweging van Wim Rigters.

Jes.42,1-7 en Luc. 3,15-18.21-22 (Vert. Naardense Bijbel)

Thema: Adem die ons leven doet.

In het oecumenisch tijdschrift ‘Open Deur’ las ik eens onder de titel “Fragmenten uit het dagboek van een christen” het volgende – er stond bij: gebaseerd op de catechetische lessen van Cyrillus, bisschop van Jeruzalen uit de 4e eeuw:

“Een voor één gingen we het water van het doopbassin in, zoals eens de Gezalfde zijn graf in werd gedragen. De bisschop vroeg ieder op de man af: “geloof je in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest?”  En iedereen gaf  op zijn beurt het antwoord van de geloofsbelijdenis. In het water dook iedereen driemaal onder en weer op, driemaal, om gekruisigd, gestorven en opgestaan met de Gezalfde, op de derde dag op nieuw te gaan leven.