Overweging van René Klaassen.

Vijfde zondag van de 40 dagen tijd 2020.

Lezingen:

Ezechiel 37 ; 1 – 14           over de opening van graven aan het einde der tijden 

Johannes 11, 1 – 45          opwekking Van Lazarus uit het graf

Thema :  Barmhartigheid  - wat kunnen wij voor de doden doen ? 

In de voorbereiding op deze zondag werd ik geraakt door een boekje van met de vertaling van een tekst van Augustinus : De cura pro mortuis gerenda – Wat kunnen wij voor de doden doen ? De beide lezingen gaan immers op een heel indringende manier over de vraag hoe het zal gaan wanneer onze levens eindigen ?

Het is een vraag die in alle tijden met nadruk werd gesteld : bij Ezechiël, bij Jezus in zijn dagen en ook in de dagen van Augustinus. Ook toen, de 4e eeuw, waren er veel crisissituaties, oorlog na oorlog, en deze vraag werd ook aan hem gesteld: wanneer iemand sterft, wat moeten wij dan voor de doden doen? Alle culturen en religies uit de 4e eeuw werden betrokken in zijn antwoord: Begraven of cremeren is niet van meer of minder betekenis. Rituelen van alle religies en culturen zijn even waardevol. Het gaat om de zorg voor de ziel, het meest kostbare deel van de mens. Deze leeft voort in een oord waar geen contact meer mee mogelijk is …. !

Overweging van Kees Scheffers.

Lezingen: Genesis 12, 1-4a.    Mt. 17, 1-9.

Thema: Barmhartigheid. De naakten kleden, de vreemdeling opnemen.

Lieve mensen, Beste medechristenen,

Hebt u Abram al wel eens gezien ?       Niet erg. 

Vandaag maken we kennis met Abraham. 

In de tekst van de eerste lezing heet hij nog Abram.  

Later krijgt hij van God de naam Abraham.

En hij zal de aartsvader worden van Joden, Christenen en Moslims.

Hij staat nu op een cruciaal moment in zijn leven. Een keerpunt.

Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Genesis 2, 7-9; 3, 1-7; en Matheus 4, 1-11.

Thema: Gezien worden.

Het is een van de belangrijkste ervaringen die je als mens mag doormaken om te beseffen dat je ertoe doet. Dat je van binnen kunt voelen dat je meetelt, dat er naar jou wordt omgezien. In mijn werk als geestelijk verzorger in de psychiatrie en daarbuiten als pastor in de wijken van Nijmegen-Oost kom ik vele mensen tegen die dat ‘gezien worden’ onvoldoende hebben beleefd, of zelfs gemist hebben. Zij leiden een verborgen leven met gebreken, maar het is vooral de erkenning van wie ze zijn, of ooit zijn geweest, die ontbreekt. Het leven blijkt voor veel van deze mensen een beproeving, die nooit ophoudt.

Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Leviticus 19, 1-4.9-19. Psalm 103. Matteüs 5,38-48

In de lezingen van de laatste 3 zondagen ging het steeds over wat er wel en niet van ons verwacht wordt, over wetten en voorschriften, over hoe en wat wij moeten zijn, over wat wij wel en niet mogen en moeten: over de oude wet – de 10 geboden, en de nieuwe: de Bergrede van Jezus. 

Herman Finkers vond de 10 Geboden een deprimerend verhaal. Maar de overweging van pater Metz vorige week vond ik zo indrukwekkend en positief dat ik me afvroeg wat  ik  daar vandaag nog aan zou moeten toevoegen;  het gaat immers weer over hetzelfde: het onderhouden van de geboden en wat Jezus daaraan toe te voegen heeft. 

Er wordt echter nog een schepje bovenop gedaan, een klapstuk als afsluiting: ‘Wees heilig’ en:  ‘jullie zullen dus onverdeeld goed zijn’ -  een aantal jaren geleden lazen we daar nog: ‘weest

volmaakt zoals uw hemelse vader volmaakt is’. . . .

‘Wees heilig!’, ’wees volmaakt!’

Dominee Hans Noordeman

Jesaja 58, 7-10; en Matteüs 5, 13 - 16

Viering van de Effata Geloofsgemeenschap met de DoRe gemeente te Nijmegven.

 

Gemeente,

Duidelijker kan Jezus het niet zeggen tegen zijn volgelingen; explicieter kan hij niet zijn bij het uiteenzetten van de missie die hij voor hen en voor ons in petto heeft:

“Jullie zijn het zout van de aarde en het licht van de wereld.”

Betekenisvolle woorden, woorden met een zekere vanzelfsprekendheid uitgesproken, woorden als een constatering - zo is het nu eenmaal - woorden waar je eenvoudig niet om heen kunt.

Doe maar wat ik je zeg: wees zoutend zout en schijnend licht en je zult zien: dat precies maakt het verschil!

Overweging van René Klaassen.

Sefanja 2, 3;3,12-13 en Matteus 5, 1-12a.

De waarschuwende woorden van de profeet Sefanja stammen nog uit de tijd waarin de voor de Joden geldende wet en leefregels gevormd worden door wat wij kennen als de tien geboden. Hij geeft het volk met zijn profetieën de weg aan naar de toekomst. Hij bevestigt het zoeken, dat gelovige mensen hun leven lang mee bezig houdt : Zoek de ootmoed !!! OK ootmoed ? wat betekent dat ook al weer? Wat zoek ik dan? Ootmoed is het gevoel van onderdanigheid, onderworpen nederigheid, met name tegenover God ! zegt de talencyclopedie. Een zoekvraag dus. Met andere woorden Sefanja probeert een antwoord te vinden op de vraag ; … zeg ons hoe te leven ! … met God ? … tegenover God? … naar God toe? En hoe doe je dat dan? Maar in zijn tijd is het eigenlijk geen vraag want het volk maakt de ballingschap door en vraagt zich vooral af waar ze dat aan verdiend hebben. Ze hebben in hun zoeken niet veel concreets als antwoord. Ze hebben niet meer, ze weten niet meer, dan de tien geboden. U weet wel, de wet die Mozes van God zelf gekregen zou hebben boven op de berg Horeb in de Sinaï woestijn. Ze krijgen die wet wanneer ze terugkeren van de gevangenschap in Egypte, met al zijn ontberingen. Ze krijgen die wet op grond van hun voortdurend vragen aan Mozes en via hem aan God …. “Zeg ons hoe te leven”… , wat moeten we doen en laten om er aan het eind van de tijden, op de dag van de toorn, zoals Sefanja het dan nog zo treffend noemt, goed vanaf te komen en aan de kant van de rechtvaardigen te eindigen.

Overweging van Wim Rigters.

Jesaja 49, 1-6, en Johannes 1, 29-34.

Thema: "Hij maakte mij tot een puntige pijl".

Misschien zit u nu te denken: die evangelielezing heb ik toch vorige week al gehoord? En dan hebt u vorige week goed geluisterd. Dat heeft te maken met de liturgische boekhouding van de Kerk. Na alle bijzondere feestdagen van en na Kerstmis begint vandaag de driejaarlijkse cyclus van de gewone ‘zondagen door het jaar’. Er zijn er 33 of 34. Hiervan moet de eerste wijken voor het laatste feest van de Kersttijd: de Doop van de Heer –  de zondag na 6 januari – dit jaar dus vorige zondag, en de laatste is gewijd aan Christus Koning. 

Vandaag begint de cyclus opnieuw – het A-jaar dus en op deze 2e zondag staat  als evangelielezing wat wij zojuist gelezen hebben; in het 2e jaar – het B-jaar: de roeping van de eerste leerlingen en in het C-jaar de Bruiloft van Kana. Als je je hieraan houdt heb je dus dit jaar 2 zondagen achtereen het verhaal van de Doop van Jezus. De Dominicanen hebben het zich makkelijk gemaakt: in hun preekarchief op internet vindt je elk jaar de ‘Bruiloft van Kana’. Dat kan te maken hebben met een andere traditie, die van de Oosterse Kerken, waar het Feest van de Openbaring des Heren in drie feesten wordt gevierd: Driekoningen, de Doop en de Bruiloft van Kana.