Overweging van Willem Pelser.

Lezingen: Deut.4,1-2.6-8; en  Mc.7,1-8.14-15.21-23.

Thema: Heer, wie mag te gast zijn in uw tent?

Heeft u op sommige tijden ook zo'n gloeiende hekel aan allerlei wetten en regeltjes? Dit mag wel, dat weer niet, zus moet je doen, dat weer beslist niet. Je wordt er horendol van. In het verkeer, in de omgang met elkaar. En zeker nu in deze coronatijd. We hebben het allemaal zelf ondervonden, zelfs hier in de kerk: handen ontsmetten, 1,5 meter afstand, mondkapje om, geen koffie na de viering.

We leven in een wereld met een heleboel mensen samen. Om al die mensen op een harmonieuze manier samen te laten leven, ontkomen we er niet aan afspraken te maken met elkaar en dit regelen we dan door het opstellen van wetten en het invoeren van allerlei regels en regeltjes. Gelukkig dat het tot de overheid schijnt door te dringen dat het af en toe wel eens teveel kan zijn. Er zijn heel wat overbodige regels en die worden langzaamaan afgeschaft.

Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

Lezingen: Jozua 24, 1-2a 15-17.18b en Johannes 6, 60-69

In het boek ‘Bezonken rood’ van Jeroen Brouwers beschrijft hij zijn kleuterjaren in een Jappenkamp in Nederlands Indië, begin jaren veertig van de vorige eeuw. Behalve dat 15 augustus het feest van Maria ten Hemelopneming gevierd wordt, staan we stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden en worden alle slachtoffers herdacht van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands Indië. Op vele manieren is dit onder onze aandacht gebracht, voor mij een reden dit boek te lezen. Het is een boek(je), hartverscheurend, dat je af en toe naar de strot grijpt omdat de gebeurtenissen in dat kamp hemeltergend zijn. Op verschillende momenten in het boek staat de zin geschreven: NIETS BESTAAT DAT NIET IETS ANDERS AANRAAKT – te pas en te onpas – zo lijkt het aanvankelijk gebruikt. Een zin die door je hoofd kan spoken omdat hij zo intrigerend is: Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. 

Overweging van Wim  Rigters.

Lezingen: 2 Koningen 4,42-44 en Johannes 6,1-15.

Thema: ..... ik wil wel delen ........

“Er kwam iemand uit Baäl-Salisa  met twintig gerstebroden en wat vers koren. . . .” - “Er is hier een jongen die vijf gerstebroden en twee gedroogde visjes bij zich heeft”. 

Twintig broden voor honderd man . . . daar kan ik me nog wel iets bij voorstellen: ieder 5 sneeën, nou en . . .? Maar 5 broden en 2 visjes voor ongeveer 5000 mannen . . . .?

Jij was er bij, naamloze jongen, maar ik zie aan je ogen wat je erbij dacht: ik wil wel delen, maar . . . -  en dat zei je niet hardop, maar Andreas wel: wat hebben we daaraan voor zo’n aantal?

Overweging van Hans Hamers o.p.

Lezingen: Ezechiël 17, 22-24; en Marcus 4, 26-34.

Thema: KIEMKRACHT.

We hebben het de afgelopen maanden de weermannen en vrouwen op het journaal horen zeggen: groeizaam weer. Fijn voor de tuin, maar tussen de buien door laveren is toch echt minder. Nou dat groeien is goed gelukt, het is bijna zomer en alles is uitgelopen. En we genieten er volop van.

En al die planten begonnen met zaadjes, in ieder geval heel klein. Dat beeld, van een heel klein zaadje dat uitgroeit tot iets heel groots en moois, komt in beide lezingen nadrukkelijk naar voren. Een aansprekend beeld, gebaseerd op de natuur.

In die eerste lezing van Ezechiël zegt God, dat hij wat groot is klein gemaakt is en wat klein is groot gemaakt, en laat uitgroeien tot iets groots. Deze tekst van Ezechiël is sterk geïnspireerd op de politieke situatie van Israël in die tijd. Dat laat ik even voor wat het is. Deze Ezechiël-tekst is vooral gekozen omdat het mooi aansluit bij de Marcus tekst. Zelfde beelden.

Overweging va Ineke van Cuijk o.p.

Lezingen: Genesis 18, 1-5; en Matt. 28, 16-20.

Hoogfeest van de H. Drieëenheid.

Op het feest van de heilige Drie-eenheid vieren wij een geloofsmysterie dat maar moeilijk te verwoorden is. En tegelijk is het een mysterie dat wij dagelijks (de meesten van ons) onder woorden brengen. Iedere keer dat wij een kruisteken maken en zeggen: In de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest, benoemen wij die Drie-eenheid van God. Het is een hele korte en compacte geloofsbelijdenis: de Ene God is Vader, Zoon en Heilige Geest. EEN God die zich op verschillende wijzen door ons laat kennen. Zij horen bij elkaar. God wordt vertegenwoordigd met en in Zijn Zoon en met de Heilige Geest en als wij Jezus horen spreken in de Schrift spreekt Hij nooit ‘alleen’- Hij is altijd verenigd met Zijn Vader én de Geest. 

Overweging van Hans Hamers o.p.

Lezingen: Handelingen 2, 1-11; en Johannes 20, 19-23.

Pinksteren, het kneusje onder de kerkelijke feesten, zo las ik laatst. Vanaf Kerstmis wordt het ook steeds geheimnisvoller en dus moeilijker om dat uit te leggen aan niet-gelovigen. De geboorte van Jezus is heel menselijk, zijn sterven aan het kruis ook, maar het wordt al snel lastiger om te spreken over de verrijzenis, hemelvaart en uitstorting van de heilige geest. Hoe dan wel? De lezingen van vandaag vertellen ons daar wel iets over, hoe we vandaag het gebeuren van Pinksteren, het ontvangen van de heilige geest, mogen verstaan om erover te kunnen spreken. 

Als ik de teksten uit Handelingen en Johannes lees, dan springt een aantal zaken er wel uit. Als eerste de aanwezigheid van een hele schare volken. De gebeurtenis van de neerdalende vurige tongen op de leerlingen en het daaropvolgende ‘wonder’ van de woorden kunnen verstaan in de eigen taal; het is gericht op de gehele mensheid. Een gebeurtenis van universele betekenis. En waarover spraken zij dan? Over de grote daden van God. Dus aan heel de wereld verkondigen over de grote daden van God. Hier begint de christenheid.

Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Handelingfen 1, 3-11; en Marcus 16, 14-20.

Thema: Verheven, maar niet verdwenen.

Verheven maar niet verdwenen. Jezus is verheven, teruggegaan naar zijn hemelse Vader, waar Hij aldus volgens Lucas, ook ooit vandaan kwam, door die goddelijke ingreep in het leven van Maria, zijn moeder. 

Maar Jezus is niet verdwenen. Zijn volgelingen waren zo van Hem onder de indruk dat zij bij elkaar bleven komen, en de vele verhalen en wonderen die over Hem de ronde deden, telkens aan elkaar vertelden, generaties lang.

Daarom zijn er ten minste in vier evangelies diverse en elkaar aanvullende levensbeschrijvingen van Jezus verzameld, die ieder op zich weer andere aspecten van dat verbazingwekkende leven van Jezus tot leven brachten.