Overweging van Willem Pelser.

2 Kon. 5, 14-17; en Lucas 17, 11-19.

Thema: De Heer heeft mij gezien.

Vorig jaar rond deze tijd was ik zo'n 14 dagen in Suriname. In  Paramaribo staat de Sint Petrus en Pauluskathedraal, van binnen en van buiten helemaal van hout opgetrokken. In de linkerzijvleugel van de kathedraal ontdekte ik het graf van Peerke Donders, evenals onze vroegere pastor Joop Vernooij redemptorist.

Peerke werkte vanaf 1 augustus 1842 in Suriname in een melaatsenkoloniegevestigd op de voormalige plantage Batavia. Aan deze eenzame, verstoten en vergeten mensen heeft hij de meeste toewijding besteed. Hij verzorgde de walgelijkste ziektegevallen, aanhoorde hun klachten en verhalen, probeerde ze op te beuren, en legde hun uit dat de zonde veel en veel erger is dan de melaatsheid. En dat God er juist op de eerste plaats voor hen was. Dat was het diepste ideaal van Pater Peerke: de mensen laten voelen dat er voor hen liefde en genade was. Ook, ja juist als anderen je opzij schoven en isoleerden, dan was in ieder geval God er voor jou. 

Overweging van Wim Rigters.

Habakuk 1,2-3. 2,2-4; en Lucas 17, 5-10.

Thema: "Geef het wachten niet op".

 “Hoelang moet ik nog roepen, heer, terwijl U maar niet luistert?”

‘Versterk ons vertrouwen.’ . . . beide lezingen vandaag beginnen met een vraag.  
Habakuk trad op als profeet na 605  voor Christus, het jaar waarin de Babylonisch kroonprins en legeraanvoerder Nebudkadnessar bij Karkemis het Egyptisch leger versloeg en daarmee het begin inluidde van de Nieuw-Babylonische overheersing. Is die  overwinning voor het Joodse volk een reden tot hoop?  . . . 

In een vertaling van Peer Verhoeven klinkt Habakuks vraag wat meer van deze tijd: “Wat zou ik me nog druk maken, Heer. Ge luistert toch niet. Al dat onrecht, het gebeurt maar. De zuivere waarheid telt niet meer; het volste recht doet er niet toe. Brutale leeghoofden zijn aan het woord; de bedachtzame wijze is de mond gesnoerd. . . . Kan dit allemaal zomaar?

Overweging van René Klaassen.

Amos 8, 4-7, en Lukas 16, 1-17.

Thema: VREDE, Wie durft?

Het overkoepelende thema van de Vredesweek is dit jaar vrede verbindt over grenzen. En voor ik deze week het houden van deze overweging overnam van Hans, zijn vader is afgelopen week overleden en begraven, zou ik gedacht hebben dat dit thema onveranderd ook voor dit uur zou zijn overgenomen. Want zie wat er zich voor mij bevindt, de linkerhand en de rechterhand van een en hetzelfde lichaam. Twee handen op één buik, samen werkend, samen biddend, denkend over vrede en vrijheid, in deze dagen wordt 75 jaar kostbare vrijheid herdacht. Bij veel van u zullen de herinneringen aan toen weer levendig boven komen deze dagen. En toch staat er dan op de voorkant van het boekje: vrede …. wie durft… En, zoals ik al zei, wanneer het een vraag is dan zullen we allemaal wel ‘ja’ als antwoord geven, anders zaten we nu niet samen hier, dan zou er onvrede tussen ons zijn en de linker en de rechter zouden elkaar niet vinden.

Overweging van Gerard Verwoerd c.m.

Exodus 32, 7-11.13; Lucas 15, 11-32.

Thema: "Ontvankelijk zijn".

..de verloren zoon die opeens ging zien .. ik heb al het geld van mijn vader

..uitgegeven .. om wat met vrouwen te hebben

..en .. een TOTAAL nieuwe gedachte: “ik zal dagloner worden van mijn vader  

..dan krijg ik alle dag .. eten en drinken .. 

..ik ben geen zoon meer van hem, ik wil bij mijn vader .. een dagloner worden.

Overweging van Kees Scheffers.

Wijsheid 9, 13-18b; Ps. 90; Lucas 14, 25-33.

Thema: "Christen zijn? Er staat veel op het spel."

     Al een aantal zondagen volgen we Jezus op zijn weg naar Jeruzalem. Nu draait hij zich om en zegt tegen ons : 

Wie zijn vader of moeder, vrouw en kinderen, broers en zussen, ja zelfs zijn eigen lijf en leden niet haat, kan mijn leerling niet zijn.

In een viering wil ik graag laten zien, dat het de moeite waard is, om het evangelie van die betreffende zondag te lezen …

Maar . . . vandaag is dit wel extra moeilijk. Immers, we horen woorden die ons tegen de borst stuiten.

Wat moeten we met die woorden:  "Wie zijn vader of moeder, vrouw en kinderen, broers en zussen, ja zelfs zijn eigen lijf en leden niet haat, kan mijn leerling niet zijn".

Immers, in het evangelie gaat het toch over lief hebben?

Overweging van René Klaassen.

Sirach 3, 17-18. 20. 28-29; en Mat. 20.

Thema: "Aan het werk".

… Aan het werk … staat er als thema op de voorpagina van de viering. En dat kun je op verschillende manieren opvatten. Het is een opdracht? Maar wat voor een? Hebben we tot hier toe niets zitten doen en moten we vanaf de grond opnieuw … aan het werk …? Nee het eerder een stimulans aan elkaar. 

De één woont al meer dan 60 jaar in de buurt van deze kerk en is al die tijd al … aan het werk … en die hoeven we alleen maar te laten weten waar en wanneer het werk weer verder gaat en dan kunnen we door vanaf het punt waar we gebleven waren.

En de ander, die komt nog niet zo lang hier en is nog nieuwsgierig en leergierig naar het werk dat hier wekelijks en dagelijks aan de winkel is. Wellicht is er bij die mensen nog twijfel of ze mee aan het werk willen en wachten ze nog even af tot het derde, het zesde of het negende uur. Over beloning nog maar heel even niet gesproken …. 

Overweging van Wim Rigters.

Hebreeën 11,1-2.8-12.  Lucas 12, 32-28.40-42.

“Heer, vertelt U deze gelijkenis met het oog op ons of voor iedereen”, vroeg Petrus.

En Jezus: “Ja, wie zou die trouwe verstandige beheerder zijn?” Geen echt antwoord, vind ik.

Vanuit het oogpunt van degenen die de lezingencyclus hebben samengesteld zou je kunnen denken dat de eerste lezing het antwoord is. We lazen slechts een fragment uit het 11ehoofdstuk van de Hebreeënbrief, het hele hoofdstuk is een lange opsomming van geloofs-helden: te beginnen met Abel worden genoemd: Henoch, Noach, Abraham, Sara, Isaak, Mozes, Rachab, “en” – vervolgt de tekst – “wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten. Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtighei beoefend; zij hebben leeuwen de muil gesloten, de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard”. . . .  Maar ook staat er over hen: Noach had een drankprobleem; Sara was extreeem jaloers; Jakob bedroog zijn vader; Mozes was een moordenaar; Rachab was een hoer en David has seks met de vrouw van een ander . . . zó perfect waren ze ook weer niet! “En” - zo eindigt dit hoofdstuk – “toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan”.