Overweging van Kees Scheffers.

Jesaja 63, 16b-17 + 19b + 64, 2b-8; en Marcus 13, 33-37.

Thema: God ziet naar ons om. Een leven lang wacht ik ...

Lieve  mensen, de eerste lezing is een klaaglied ; van Jesaja. 

Het volk is terug gekomen uit de ballingschap maar wordt vijandig benaderd door de indertijd achtergebleven bevolking. Ik denk dan, in onze tijd, aan de Joden , die terugkeerden uit de kampen.   Vreemde mensen in hun huizen. Opnieuw is er gebrokenheid en ontgoocheling en vijandschap. 

En ik hoor hun vragen en ik merk: het zijn ook onze vragen.

Waarom God ?? 

Overweging van Jan van der Wal.

Lezing: Ezechiël 34, 11-12, 15-17.

Thema: Christus Koning van het heelal.

In een tijd dat Israël een grotendeels agrarische samenleving was, vormden herders, handwerkers en handelslieden een uitzondering. Herders zwierven door het hele land op zoek naar weidegrond voor hun kudden. Ezechiël die leefde aan het begin van de ballingschap in Babylonië, trok met het weggevoerde volk mee en werd daar geroepen tot het ambt van profeet. Tegenover de verstrooiing van de slechte herders die hun volk niet hebben gehoed, plaatst Ezechiël de goede herder die recht doet aan zijn schapen door de kudde te verzamelen. 

Het bijzondere is dat hij God als rechtvaardige herder laat optreden nu de leiders het volk in de steek hebben gelaten. God zoekt de kudde op. Hij geeft alle dieren die onderling zo verschillen, zelfs gelijke en passende aandacht. Want alle dieren willen er in hun verschillen toch bij horen. Veiligheid en rust worden beloofd als de kudde weer bijeen is gebracht. Een visioen van vrede wijst vooruit naar een toekomstig Rijk.

Overweging van Wim Rigters.

Lezingen:  Spreuken 31, 10-31 (ingekort) en Matteüs 25,14-28

Thema: “Alléén sámen . . . .” 

“Wij zijn de Verenigde Staten en SAMEN is er niets dat we niet kunnen doen, zolang we het SAMEN doen” – sprak de vooralsnog nieuw gekozen president Biden. – en hier in ons land horen we al maanden onze leiders roepen onze leiders roepen: 'Alleen samen krijgen we corona onder controle'. Ik gun ze van harte dat ook zij eens te horen zullen krijgen: “Uitstekend, goede en trouwe dienaar!”. Maar zó verband leggen tussen de lezingen van vandaag en het door ons gekozen thema is misschien wat al te simpel. 

Tja, die lezingen van vandaag, zó overbekend!

Die ‘sterke vrouw”, dat moet wel een super-woman zijn; en die ‘heer en zijn dienaren’ dan: moeten we dan toch zoveel mogelijk geld verdienen en vooral de banken spekken?

De tekst van de eerste lezing is de slottekst van het boek Spreuken -  weliswaar een ingekorte versie van die tekst, maar de liturgische richtlijnen laat er nog minder van over dan onze keuze. Maar toch heb ik spijt dat we vers 30 hebben weggelaten, waar staat: ‘Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig, maar een vrouw die de Heer vreest, moet worden geroemd”. In de openingstekst van hetzelfde boek staat: ’De vrees voor de Heer is het begin van de kennis, wijsheid en discipline worden door de dwazen verworpen’. Sommige exegeten denken dan ook dat met de sterke vrouw bedoeld is ‘Vrouwe Wijsheid’, die niet bang is voor de Heer, maar eerbied heeft, eerbied heeft voor hoe de Eeuwige wil dat wij leven. En dat geldt voor ieder mens.

Overweging van Hans Hamers o.p.

Johannes 13, 33-36; 14, 1-3

Heeft u het parochieblad gelezen? Op de achterpagina, waar normaal het vieringenrooster staat, daar staat nu een gedicht van Leonita Gerssen ter gelegenheid van Allerzielen. Ik lees een paar regels voor:

Uit machteloosheid 

Schreeuw ik jouw naam 

Soms, heel alleen 

Verwerk ik jouw naam 

Met al mijn liefde

Dit is het middengedeelte van het gedicht. Voorafgaand aan dit fragment is het een klaagdicht zoals Uit machteloosheid Schreeuw ik jouw naam, maar met het Soms, heel alleen, verwerk ik jouw naam Met al mijn liefde, wordt een andere toon aangeslagen. Er wordt iets aangeraakt waardoor het daarna een troostgedicht wordt, een troostgedicht voor wie verdriet heeft over het verlies van een geliefde. 

In het fragment wordt ook in de laatste woorden de liefde aangeroerd: “Verwerk ik jouw naam, met al mijn liefde”. Als je het hele gedicht leest, dan is duidelijk dat met die naam de verloren geliefde bedoeld wordt. 

Aan dit gedicht is de catastrofe van sterven van een geliefde voorafgegaan. Hoe pijnlijk was het, de aanloop, de schok, de ontreddering, het eerste besef van ‘nooit meer …..’! Een crisis waarin het bestaan van alle geliefde betrokkenen, de stervende en de achterblijvenden, op het spel staat. 

Overweging van Réne Klaassen.

Mt 22,15 – 21 

Toen gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Hem in de val konden laten lopen. Zij stuurden hun leerlingen met de aanhangers van Herodes op Hem af met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; en Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zegt ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei : “waarom probeert ge mij te vangen, jullie huichelaars ? Laat Mij de belastingmunt eens zien.” Zij hielden Hem een denarie voor. Hij vroeg hun:                    

“Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?” Zij antwoordden: “Van de keizer.” 

Daarop sprak Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.” Toen zij dit hoorden, stonden zij verwonderd; zij lieten Hem met rust en gingen heen. 

Overweging.

Deze tekst spreekt in de opening van : Toen …. en aan het slot weer van : Toen …. Dat doet vermoeden dat het een les, lering zo u wil, voor de tijd van toen … is. Maar dat “Toen …”, is niet alleen de actualiteit van die dagen, maar eigenlijk ook de actualiteit van nu. “Toen” ging het om aanhangers van de farizeeën en aanhangers van het Romeinse gezag die graag van Jezus hadden willen horen dat je geen belasting aan de keizer moest betalen en dan hadden ze hem gearresteerd. Omgekeerd hadden de farizeeën graag gehoord dat Jezus juist wél gezegd zou hebben dat je belasting moest betalen aan de keizer want dan faalde hij in Joods opzicht en konden ze hem via de joodse weg te pakken nemen. En in die situatie ligt de wijsheid en de redding in het zinnetje : “geef aan de keizer wat aan de keizer toebehoord en aan God  wat God toekomt”. Toen stonden die twee partijen lijnrecht tegenover elkaar. aan de kant van Jezus stonden immers ook al duizenden volgelingen over heel het land verspreid. Aanhangers, die vreselijk goed hun best deden om het goede te doen, Jezus te volgen in zijn doen en laten en uit te voeren wat hij preekte en voorleefde.

Overweging van Willem Pelser.

Jesaja 25, 6-10a; Mattheüs 22, 1-14.

We hebben allemaal wel eens uitnodiging gestuurd voor een feestelijke bijeenkomst, een verjaardag, een etentje. En tien tegen een dat er afmeldingen kwamen om wat voor reden dan ook. Meestal ging het dan om 'geen tijd', 'iets anders te doen', 'ik heb al een afspraak', enz. En wat doe je dan? Je wilt de tafel toch vol hebben, want je hebt op zo- en zoveel mensen gerekend. Dus nodig je mensen uit die wat verder van je weg staan, zelfs vrienden van vrienden van vrienden.

Zo verging het ook de koning in het evangelie van Mattheüs.

Je zult maar een groot feest willen geven ter gelegenheid van de bruiloft van je zoon en iedereen zegt af met een of andere smoes. Zij hielden zich liever bezig met hun eigendommen, met hun bezit, met HEBBEN. Terwijl een maaltijd juist een bijeenkomst is van verbondenheid, van liefde, van ZIJN. Het is een ontmoetingsmoment. We zitten aan één tafel en delen niet alleen het eten dat op tafel staat, het materiële bestaan, maar wisselen ook ervaringen uit het leven met elkaar uit.

Een maaltijd sticht gemeenschap, mensen voelen zich VERBONDEN  met elkaar. Op verschillende plaatsen in de geschriften van het Oude Testament worden maaltijden gehouden gepaard aan een verbondsluiting.

Overweging van Hans Hamers o.p.

Jesaja 5, 1-7; en Matteüs 21, 33-43

Thema: Als de wijngaard.

Het is vandaag 4 oktober, dierendag, maar vooral de feestdag van de heilige Franciscus. Toen ik de lezingen van vandaag enige weken geleden voor het eerst vluchtig doorlas, en vaststelde dat de wijngaard centraal staat, tezamen 4 oktober Franciscus’ feestdag, was direct de verbinding gelegd met natuur en schepping en onze omgang daarmee. Daarbij komt ook dat we enige maanden geleden stil gestaan hebben bij het 5-jarig jubileum van Laudato Sì, de encycliek van paus Franciscus over de schepping als ons gemeenschappelijk huis.

Daarom vandaag een wat andere overweging dan u gewend bent. Ik ga niet stilstaan bij de uitleg, interpretatie, van de eerste lezing uit Jesaja en de evangelielezing van Matteüs.