Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Genesis 18, 20-33 en  Lucas 11,1-13.

Thema: Bidden ---- om hebben of zijn?

2 verhalen ‘uit geloof geboren’ – zoals we zongen – en dan dit gedichtje: 

 “Soms dan hoor je mensen zeggen:  Wat heeft bidden nu voor zin?'

   Denk je dat God naar je luistert,  daar geloof je toch niet in?                                                                                          

  Maar gelukkig mag ik weten, als ik echt en heel oprecht                                                                                                    

   met de Here God ga praten, luistert Hij naar wat ik zeg.” 

Zó begint ‘Kinderopwekkingslied 97’ dat ik tegenkwam op internet.

Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Deuteronomium 30, 11 - 14; en Mattheus 28, 5-10; 16-20.

Thema: Gaat dus in Zijn spoor.

 

In Nederland hebben veel parochies het moeilijk. Er is sprake van grote teleurstelling en vermoeidheid, van ouder geworden parochianen die met minder mensen dezelfde taken vervullen, van een ontstellend gebrek aan priester-voorgangers die geen leiding geven aan de parochies. De gevolgen zijn bekend: financiële nood, kerksluitingen en algehele afbraak van geloofsgemeenschappen. Boven alles uit ontwaren wij een groot gebrek aan visie op de kerk in de huidige tijd en op de toekomst.

In deze belabberde situatie hebben wij kennis genomen van de gedachten van James Mallon, een Canadese priester. In zijn boek “Als God renoveert” presenteert hij een aansprekende visie op de kerk. Zijn voornaamste stelling is, dat we als katholieke gemeenschappen vooral een onderhoudskerk zijn. Maar we zijn vergeten dat we ook een missionaire kerk zijn. Ons geloof dat heil van Godswege in Jezus Christus vlees is geworden, ons uitnodigt om de goede boodschap te verkondigen, is ondergesneeuwd.

Overweging van Sanneke Brouwers.

Jesaja 66,10-14c; Psalm 66; Galaten 6,14-18; Lucas 10,1-12.17-20  

Thema: Gastvrijheid.

Ga op weg, maar neem geen geld mee, geen tas en geen schoenen. 

Op reis gaan zonder plan, zonder boeking en zonder geld. Eten wat je wordt aangeboden en slapen bij vreemden. Afhankelijk van de goedheid van anderen. Wie durft? 

De leerlingen krijgen een lastige opdracht. Zij worden arbeidsmigranten. Want de oogst is groot en er zijn te weinig arbeiders. Maar zij moeten ook zelf voor onderdak zorgen; het zijn gastarbeiders die voor hun basale noden afhankelijk zijn van anderen. 

Kunnen wij ons identificeren met de leerlingen? Werken in een vreemd land, zonder geld, zonder tas en zonder schoenen. Of nodigt het verhaal ons uit om ons te bezinnen op onze rol als gastvrouw of gastheer, herkennen we ons in de eigenaar van de oogst?

De vraag die het Evangelie ons vandaag prangend voorlegt is: hoe gastvrij… zijn wij?

Overweging van Ineke van Cuijk OP

Lezingen: 1 Kon. 19, 16b. 19-21   Lucas 9, 51-62

THEMA: KIJK ME AAN DAN NEEM IK JE MEE.

Kijk me aan dan neem ik je mee….die oproep klinkt vandaag in vele opzichten. In het 1e boek Koningen vinden we een hele verhalencyclus van Elia. Daar klinkt herhaaldelijk die oproep in verschillende varianten. 

In hoofdstuk 17 wordt Elia geroepen en gaat hij naar het dal van de Kerit, daar moet hij zich verborgen houden en kan hij water drinken uit de beek en krijgt hij te eten van de raven. De bijzondere ontmoeting met de weduwe van Sarefat is een van de verhalen in de lezingencyclus van onze kerk. Maar koning Achab en koningin Izebel dienen de god van Baäl en dat levert veel strijd op. Op een gegeven moment krijgt Elia te horen dat koningin hem naar het leven staat en hij vlucht. Bij de bremstruik in de woestijn gaat hij teneinde raad liggen en hij zegt: ‘het wordt mij teveel, laat mij sterven’.  Maar God roept hem opnieuw en via een engel krijgt hij te eten en te drinken en gaat hij op weg naar de berg Horeb. Daar ontmoet hij God in de zachte bries. Dan krijgt hij de opdracht Elisa, de zoon van Safat te zalven tot zijn opvolger. Hij vindt Elisa, die aan het ploegen is. Zij kijken elkaar aan (wellicht) en Elia werpt zijn profetenmantel om de schouders van Elisa. 

Overweging van Wim Rigters.

HOOGFEEST VAN HET H. SACRAMENT.

Lezingen: 1 Kor. 11, 23-26, en Luc. 9, 11b-17.

Thema: Bevrijdingsbrood.

Ik herinner me het nog heel goed,  – die 5e mei 1945 – ik was nog net geen 5, maar rende met heel veel mensen om me heen naar het einde van onze straat, waar je ver weg kon kijken over het land; daar in de verte vliegtuigen die grote pakken lieten vallen . . . ‘brood!’ riepen de mensen . . . ‘bevrijdend brood!’. Maar van daarná herinner ik me alléén nog die grote blikken, die grotere jongens aan elkaar bonden tot een vlot, om te varen op de sloot. Nu - veel  later – denk ik: hoe bijzonder was dat . . . brood uit de hemel, omdat mensen wilden delen.

Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Handelingen 7,55-60 – Evangelie: Johannes 17,20-26.

Thema: “Opdat zij één mogen zijn zoals Wij één zijn”.

Het was een aangrijpend verhaal, kort geleden, over een echtpaar  dat werd aangereden door een automobilist die op hun auto knalde die achterin de file voor een openstaande brug stond te wachten, met vreselijke gevolgen: de man raakte verlamd, zijn vrouw zwaargewond waarbij hun ongeboren kindje overleed, en hun drie zoontjes op de achterbank ook ernstig gewond raakten. Het kwam tot een rechtszaak, maar het echtpaar deelde mee dat zij het de veroorzaker van het 

ongeluk vergeven hebben: “Hij heeft dit nooit gewild. Ook hij moet al bijna twee jaar leven met de gevolgen van het ongeluk. Wij hebben hem vergeven.” Dat mensen dat kunnen opbrengen.

Overweging van René Klaassen.

Lezingen: Handelingen 15, 1-2 en 22 - 29; en Johannes 14, 23 – 29

Hoe het u vergaat in deze dagen weet ik niet zo goed, maar telkens wanneer Hemelvaart nadert en in de verte het Pinksterfeest gloort, de voorbereidingen voor die feestdagen zijn al een heel eind, bekruipt mij ieder jaar weer opnieuw het gevoel: wat zou er in die dagen na Pasen door die groep leerlingen en volgelingen zijn gegaan aan emotie en wat zullen zij met vragen gezeten hebben. En de beide lezingen van vandaag hebben dat nog eens versterkt. 

Het eerste wat me is opgevallen bij het lezen van de beide teksten, dat ze niet dateren uit de tijd waarin we ons bevinden. We horen verhalen uit de dagen na Pinksteren, als zich al de contouren aftekenen van de nieuwe godsdienst. Er tegenover de  Johannes tekst en die is van de avond van Witte donderdag.