Overweging van René Klaassen.

Sirach 3, 17-18. 20. 28-29; en Mat. 20.

Thema: "Aan het werk".

… Aan het werk … staat er als thema op de voorpagina van de viering. En dat kun je op verschillende manieren opvatten. Het is een opdracht? Maar wat voor een? Hebben we tot hier toe niets zitten doen en moten we vanaf de grond opnieuw … aan het werk …? Nee het eerder een stimulans aan elkaar. 

De één woont al meer dan 60 jaar in de buurt van deze kerk en is al die tijd al … aan het werk … en die hoeven we alleen maar te laten weten waar en wanneer het werk weer verder gaat en dan kunnen we door vanaf het punt waar we gebleven waren.

En de ander, die komt nog niet zo lang hier en is nog nieuwsgierig en leergierig naar het werk dat hier wekelijks en dagelijks aan de winkel is. Wellicht is er bij die mensen nog twijfel of ze mee aan het werk willen en wachten ze nog even af tot het derde, het zesde of het negende uur. Over beloning nog maar heel even niet gesproken …. 

Afgelopen week hebben we het programma gepresenteerd gekregen, met alle activiteiten die we met elkaar kunnen ondernemen op het gebied van catechese. Met moderne woorden, middagen, avonden films,  bijeenkomsten waar je aan kunt deelnemen om je eigen geloofsbeleving mee Up to date te houden. Een van de gedachten die daar achter zit, is de vraag: Hoe moeten wij zijn, wat moeten wij doen, om aantrekkelijk te zijn én te blijven, voor oudgedienden en nieuwkomers? Iedereen moet zich veilig voelen, vertrouwd, we moeten kindvriendelijk blijven en bovenal jong van hart. We worden geprikkeld, gestimuleerd om ons geloof te versterken, actueel te houden, te toetsen aan de praktijk van alledag. Natuurlijk kunt u zeggen dat gebeurt toch ook wekelijks in de vieringen die we hier met elkaar hebben, én met de Antonius van Padua én met de mensen van de DoRe gemeente én die van de Boskapel. Ja, klopt helemaal, maar onze gemeenschap kenmerkt zich nu eenmaal meer en meer als een gemeenschap die vooruit wil, die geen stilstand wil. Die niet stil blijft staan of berust in houden wat we hebben. Waar we aan de ene kant verliezen van ouderdom en ziekte en tegenslag, zien  we aan de andere kant uit naar nieuwe arbeiders. We hebben ze graag aan boord, de parochianen van het eerste uur, van het derde uur van het zesde en het negende en wie weet staat er nog ergens een op het 11euur op het marktplein af te wachten. Er zijn nu eenmaal mensen, die op de markt staan te wachten tot er een kans voorbij komt en wanneer die kans niet geboden wordt, komen ze ook niet mee. Dat marktplein van Mattheus is veel groter dan we denken en er zijn veel meer mensen dan we denken voor wie we wat te bieden hebben. Juist daarom is ons aanbod ook zo’n breed aanbod. Daarom zien we die mensen, meer en minder gelovend, op de bijenkomsten van het catechese aanbod, maar niet uitsluitend daar, we zien ze ook bij concerten en zanggroepen die van onze kerk gebruik maken. Mensen die we op gewone zondagen niet zien. We zien met kerst en uitvaarten mensen die we niet wekelijks zien, maar het aanbod kan wel voor elk van hen wat goeds te bieden hebben.

Jezus Sirach geeft goed advies hoe we met het werk, maar ook met elkaar binnen dit werk om horen te gaan: hij spreekt van nederigheid, de een niet boven de ander en de ander niet boven de een. Helemaal interessant wanneer je ‘de Een’ of ‘de Ander’ met een hoofdletter schrijft en er dan ‘de Allerhoogste’ mee bedoelt. En de termen zachtheid, barmhartigheid en wijsheid zijn kennelijk heel belangrijk in ons werk. Wanneer we  … aan het werk … gaan.

En het mooie van Mattheus is dat hij met de eerste zin direct met de deur in huis valt. Waar gaat het voor ons mensen hier om in het leven? Waar gaan we voor met al ons doen en laten handelen en wandelen?? Dat we het rijk de hemelen vinden …. en wat dat dan precies is …. hij vergelijkt het met een wijngaard … hij heeft het niet over druiven en planten en water geven en onkruid wieden nee het gaat over wijn u weet wel, het enige product van de schepping dat goed genoeg is om in aanmerking te komen voor  de hoge woorden “levend water” of “het bloed van Jezus Christus”. Het gaat in de vergelijking dus niet om eenvoudig werk met andere woorden,  maar om belangrijk en verantwoordelijk werk. En in de loop van de dag doen er steeds meer mensen aan dat belangrijke werk mee. En het heeft er alle schijn van dat het werk goed vordert, maar aan het einde van de dag stopt het werk omdat het avond wordt en opvallend genoeg, niet omdat de het werk af is en de oogst binnen is.

Tegelijk staan er in de tekst een paar dingen die me de hele week met tussenpozen bezig hebben gehouden. Ergens is het onbegrijpelijk, sommigen vinden het zelfs onrechtvaardig, dat ze allemaal, kort gewerkt, lang gewerkt, een gelijke beloning krijgen : één denarie. Ik heb er een bij me, uit de verzameling van mijn schoonvader. Ik heb het nog eens nagezocht : in de dagen van Jezus was diezelfde denarie een Romeinse munteenheid. Er wordt in Romeins zilver uitbetaald. Waarschijnlijk wél een munt die iedere Jood graag kreeg en ondanks de Romeinse bezetting kennelijk ook een munt die in verhouding stond met een hele dag werk, of met je werk naar tevredenheid gedaan te hebben …. In de uitleg die ik vond, stond ook bij de denarie vermeld dat het om dezelfde munt gaat die ‘zilverling’ heette onder de Joden. U weet wel van de 30 zilverlingen die Judas ontving toen hij de plaats verraadde waar Jezus gevangen genomen kon worden. Een beloning als die voor dertig dagen werk. Deze manier van belonen staat wel heel haaks op hoe dat in onze dagen hier gebeurt. Zo zou je in de wereld van de maaltijdbezorgers en taxichauffeurs niet moeten werken want dan was het binnen de kortste keren oorlog op straat.

Het gaat hier tussen de landeigenaar, de wijngaard en de arbeiders om iets anders, iets hogers. Iets waarbij een andere gelijkwaardigheid op het spel staat. De context van de parabel, de gelijkenis, is die van jezus die kort hiervoor heeft moeten uitleggen of je wel of niet mag scheiden. Hij heeft kinderen bij zich laten komen en wijst zijn leerlingen terecht want ook zij hebben recht op het rijk der hemelen. Vervolgens komt er jongeman vragen wat hij moet doen om in dat rijk der hemelen terecht te komen en al die Bijbelteksten worden omlijst door een tweetal lijden voorspellingen. Wanneer Jezus ze zelf voorziet, heeft hij het niet zozeer over het lijden, maar veel meer over de beloning die erna komt. En die is juist hier in dit hoofdstuk van Mattheus voor iedereen gelijk. Hij heeft het over een beloning die niet in geld is uit te drukken, of in het loon van een dagloner en hoeveel dagen hij gewerkt heeft. En raakt dat niet aan de beloning die wij allemaal zoeken?

Welnu, dan is de slotzin van deze overweging niet moeilijk meer ….. laten we gewoon maar aan het werk gaan … mee doen .. elk voor zoveel en zover hij of zij kan … en dan mogen we erop vertrouwen dat het goed komt. God weet het komt goed !!!

Moge het zo zijn.