Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

2 Makk. 7, 1-2 + 9-14  Lucas 20, 27-38

Thema: .... bewarend, liefde tot het 1000e geslacht ......                                                            

Vandaag krijgen wij in de lezingen verschrikkelijke verhalen te horen. In de eerste lezing worden zeven broers gefolterd en gepijnigd ter wille van hun geloof. In het Evangelie komen Sadduceeën bij Jezus met een strikvraag over zeven broers die sterven en een weduwe achterlaten zonder bij haar een kind te verwekken. Beide verhalen zijn gruwelijk te noemen. Verhalen over dood, martelingen en onvruchtbaarheid. 

Het verhaal uit Makkabeeën speelde zich af in de eerste eeuw voor Christus; een tijd van onderdrukking en geweld. Het verhaalt de gebeurtenissen uit de tijd van de Makkabese opstand tegen koning Antiochus die het jodendom wilde uitroeien, een wreed man. De Joodse bevolking wilde geen gehoor wilde geven aan de bevelen en het bewind van de vijand. Zij kregen vreselijke onderdrukking te verduren. De details die wel vermeld staan in de Bijbel zijn in de voorschriften voor de zondagsliturgie weggelaten. Het liegt er niet om. Trouw zijn aan de wet van Mozes betekent o.a. geen varkensvlees eten. Dat is in de ogen van de Joden ook een identiteit geworden. Deze broers weigeren dat met een beroep op een leven na de dood. ‘de Koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, laten opstaan tot eeuwig leven’. 

Het onderdrukte volk worstelde met de vraag: hoe kan het dat wij proberen rechtvaardig te leven, volgens de wet van Mozes en daarbij zoveel kwaad ondervinden? Een vraag van alle tijden. Dat sterkte hen in het vertrouwen dat dit leven niet het enige kon zijn. Er moet/moest een nieuw, ander leven zijn na dit leven. Zij beriepen zich daarbij op de vroegere ervaringen van het Godsvolk, dat al zo dikwijls had meegemaakt dat God zich de ellende van zijn volk had aangetrokken. 

In het Evangelie horen wij dat Jezus de Sadduceeën ontmoet. Heel hoofdstuk 20 in het Lukas Evangelie staat vol met vragen om Jezus op de proef te stellen. De intocht in Jeruzalem ging hieraan vooraf. Jezus is in de tempel en geeft daar onderricht. Hij krijgt de vraag voor de voeten geworpen: ‘wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?’ Uit dit hoofdstuk kennen we de strikvraag over de keizerlijke belasting en nu is er een confrontatie met de Sadduceeën. Zij zijn mensen van de wet, van de zuivere leer (zoals zij die interpreteren) zoals die letterlijk geschreven staat en die vertelt niets over een voortbestaan na de dood. In plaats van te geloven in een verrijzenis hechten zij veel waarde aan het krijgen van kinderen. In kinderen zet het leven zich voort. 

Jezus laat zich niet van de wijs brengen. Hij speelt de vraag als het ware terug. In de wereld van de Sadduceeën leven mensen, eenmaal gestorven, niet meer. Zij geloven niet in de verrijzenis. Leven bij God is voor Jezus een andere werkelijkheid. Hij onderbouwt dit door aan te sluiten bij wat ook voor Sadduceeën heilig is – de wet van Mozes: de God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob is geen god van doden maar een God van levenden. Dit vreemde, maar ook zeer trieste verhaal dat de Sadduceeën zelf bedacht hadden, geeft eerder blijkt van hun eigen situatie: van dood en onvruchtbaarheid. Er is geen enkele hoop, geen enkel uitzicht op toekomst in hun ogen. Met de dood houdt alles op. 

Jezus opent een nieuw perspectief – tot het duizendste geslacht!!?? En nog verder………

Ook vandaag de dag is het leven na de dood een groot vraagteken. Niemand van ons heeft hier het exacte antwoord op. Iedereen is daar op een eigen manier wel mee bezig, voor zichzelf maar zeker ook voor zijn/haar dierbaren. Alle drukbezochte bijeenkomsten, binnen en buiten de kerken, rond Allerzielen gaven onlangs daar het bewijs weer van. Op een of andere manier wil iedereen een verbinding zoeken met hen die niet meer bij ons zijn. Dat is mooi en hoopvol en het troost velen.

Afgelopen week stond er in Trouw een interview met Joris Luyendijk. Hij heeft een nieuw boek uitgebracht met de veelzeggende titel: HOOP. Een man die bekend is geworden met verschillende boeken waarin hij misstanden blootlegt. Hij vertelt dat hij merkt dat de nodige creativiteit, die er lang is geweest, is omgeslagen in de gehele samenleving en een vorm van nihilisme heeft aangenomen. De mensen willen niet meer de wereld verbeteren – wij kennen allemaal nog de slogan ‘verbeter de wereld en begin bij jezelf’ (die naar mijn gevoel nog steeds werkt) maar willen alleen vast stellen dat alles niet meer deugt (verrot is). Een van zijn stellingen is: Het lijkt alsof de tijd voorbij is dat een systeem zichzelf niet meer corrigeert, hoe groot de crisis ook is en dat men dan verlangt naar een autoritair leiderschap die dat dan wel oplost. 

Wij kennen vandaag de dag dit soort leiderschap en wij wensen allemaal dat dit niet overal de overhand krijgt. Luyendijk zegt ‘de boel opschudden is niet genoeg en mensen mobiliseren in het negatieve leidt niet tot verbetering. Mensen ontberen een positief vergezicht’. 

En dan….denk ik, hoop ik, geloof ik (en ik hoop velen met mij) daar hebben wij als christenen een antwoord op. Dat is wat Jezus doet. En ik wil zeker Jezus niet gebruiken als een ‘doekje voor het bloeden’. Maar Jezus biedt dat vergezicht tot in het 1000e geslacht en nog wel verder……...

In de lezingen van vandaag openbaart God zich opnieuw als een God van levenden. En Jezus herinnert ons daaraan: ‘wij worden kinderen van God, gelijk engelen’. Daarmee treden wij binnen in een zekere intimiteit van/met God, op een manier die ons bevattingsvermogen te boven gaat. Geloven in de verrijzenis (in welke vorm ook) betekent voor een christen niet dat dat deel van de mens dat gestorven en begraven is, terugkeert tot hetzelfde leven als voorheen. De apostel Paulus noemt het een transformatie, een omvorming, een nieuw leven,  ‘een verheerlijkt-leven-bij-God, zonder zorg en pijn, verdriet en angst. Daar zijn huwelijk en barensweeën niet meer aan de orde.  Daarvan hebben wij geen ervaring omdat ons leven hier en nu, juist wel begrensd is door de dood. 

Als God ons thuisbrengt………..dat zal een droom zijn….we mogen blijven dromen, zicht houden op een vergezicht, een visioen!

De God die Mozes ontmoette in de braamstruik en die van zichzelf zegt IK ZAL ER ZIJN  is ons trouw, hier in dit aardse leven, tot in het 1000e geslacht en in het toekomstige leven. 

Moge het zo zijn.