Overweging van Willem Pelser.

Jesaja 25, 6-10a; Mattheüs 22, 1-14.

We hebben allemaal wel eens uitnodiging gestuurd voor een feestelijke bijeenkomst, een verjaardag, een etentje. En tien tegen een dat er afmeldingen kwamen om wat voor reden dan ook. Meestal ging het dan om 'geen tijd', 'iets anders te doen', 'ik heb al een afspraak', enz. En wat doe je dan? Je wilt de tafel toch vol hebben, want je hebt op zo- en zoveel mensen gerekend. Dus nodig je mensen uit die wat verder van je weg staan, zelfs vrienden van vrienden van vrienden.

Zo verging het ook de koning in het evangelie van Mattheüs.

Je zult maar een groot feest willen geven ter gelegenheid van de bruiloft van je zoon en iedereen zegt af met een of andere smoes. Zij hielden zich liever bezig met hun eigendommen, met hun bezit, met HEBBEN. Terwijl een maaltijd juist een bijeenkomst is van verbondenheid, van liefde, van ZIJN. Het is een ontmoetingsmoment. We zitten aan één tafel en delen niet alleen het eten dat op tafel staat, het materiële bestaan, maar wisselen ook ervaringen uit het leven met elkaar uit.

Een maaltijd sticht gemeenschap, mensen voelen zich VERBONDEN  met elkaar. Op verschillende plaatsen in de geschriften van het Oude Testament worden maaltijden gehouden gepaard aan een verbondsluiting.

In hoofdstuk 55 doet doet Jesaja namens God een oproep, hij nodigt uit: kom drinken, kom eten en luister naar mijn woorden en dan zal je honger en dorst gestild worden. We sluiten dan een verbond.

Jacob houdt maaltijd met zijn schoonvader Laban in het boek Genesis en bij het verbond van Mozes met God op de berg Sinaï in het boek Exodus komt er ook een maaltijd aan te pas.

In het laatste geval sluit God een verbond met zijn uitverkoren volk, het volk van Israël.

In het visioen van Jesaja in de eerste lezing van vandaag houdt God een maaltijd met alles erop en eraan en sluit Hij een verbond met ALLE volkeren. En dit betekent meteen het einde van alle droefheid, gesymboliseerd door het scheuren van het rouwkleed dat de wereld bedekt. Mensen zien elkaar dan echt, ze komen tot inzicht, ze ontdekken dat ze MENSEN zijn. Samenleven gaat om echte menselijkheid, de menselijkheid waar het God om te doen is: er zijn voor geringen en armen, voor de mensen die altijd maar de klappen moeten opvangen, de mensen in de Derde Wereld, de vluchtelingen, de mensen hier in ons land, in onze stad, in onze wijk, in onze Effatagemeenschap... Kortom: er zijn voor een ander!

En dan zegt Jesaja: “Hij zal de dood voor eeuwig vernietigen en van alle aangezichten zal Hij, de Heer, de tranen wissen.”

Terug naar het bruiloftsmaal van de koning voor zijn zoon.

Het was een brede uitnodiging voor dat bijzondere feest, maar de genodigden zien er de zin niet van in, ze dachten er niet aan hun agenda te verzetten: want...... hebben, hebben, hebben...

De onwil van de genodigden is radicaal en zo ook de woede van de koning. Als dan zijn dienaren worden mishandeld en gedood laat hij zelfs de stad van die onwilligen in de fik steken. Is die koning dan een tiran en een wreedaard?

Soms moet je mensen even flink door elkaar schudden om ze wakker te krijgen. Dat is in onze tijd en dat was in de tijd van Jezus niet anders. In deze parabel overdrijft Jezus behoorlijk om duidelijk te maken wat Hij wil zeggen. Hij had het immers met zijn parabels tegen de hogepriesters en de oudsten van het volk! Die waren ziende blind en horende doof voor Jezus' boodschap.

De plek van de genodigden die niet kwamen, wordt dan ingenomen door mensen die geen dak boven hun hoofd hadden, gevonden op kruispunten en wegen, in achterbuurten, zowel de slechten als de goeden, zegt Mattheüs. Ze hebben helemaal niks dan alleen hun armoe die ze meebrengen.

Tussen twee haakjes: Jezus ging ook met iedereen eten, ongeacht hun levenswijze of afkomst. Hij weet dat juist de mensen die zoeken en de weg in het leven niet weten te vinden, voedsel nodig hebben voor onderweg.

En dan volgt nog een vreemd stuk aan het eind van het evangelie: er wordt iemand zonder feestkleding de bruiloftszaal uitgegooid. “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” De man verstomt. Hij dacht wellicht het feest mee te kunnen vieren zonder er iets voor te doen, zonder het feestkleed dat klaar lag aan te trekken. Ze mochten komen in hun schamele plunje op grond van de uitnodiging. Maar met die uitnodiging liggen ook de feestkleren klaar en die moeten worden aangedaan. Het moet te zien zijn dat je bruiloftsgast bent. Je hoeft niet perfect te zijn, maar je moet er wel iets voor doen om deel te nemen aan de maaltijd. Dat vraagt om passende kleding, de mantel der liefde en gerechtigheid. Dat je je in wilt zetten voor een wereld waarin het feest van liefde en gerechtigheid vorm krijgt in het leven van alledag.

U heeft natuurlijk allang begrepen waar deze parabels naar verwijzen, juist ja, ook wij worden uitgenodigd deel te nemen aan de maaltijd die God voor ons heeft bereid: het feestmaal in het Rijk Gods. En dan zijn er ook onder ons mensen die wakker geschud moeten worden omdat ze ziende blind en horende doof zijn.

Blind en doof voor mensen in nood, voor vluchtelingen, voor de armen en voor nog veel meer.

Niet alleen met het volk van Israël heeft God een verbond gesloten, ook met ALLE VOLKEREN op de hele wereld, dus ook met ons.

Ook wij worden uitgenodigd op het bruiloftsmaal van zijn Zoon, Jezus te komen. God gaf ons een voorbeeld hoe wij in het leven moeten staan, we hoeven alleen maar naar Jezus te kijken en Hem te volgen.

Als we voor de maaltijd van God worden uitgenodigd, als ons genade wordt geschonken, moet je die aanvaarden en er iets mee doen. Van ons wordt dan verwacht dat we ons als christenen gedragen, dat we onze talenten niet in de grond verbergen. De uitnodiging aanvaarden, maar dan vervolgens de gastheer alsnog beledigen door totale onverschilligheid, dat kan echt niet!

Amen