Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

Lezingen: Sefanja 3,14-18a  1Kronieken 29, 12-15  Lucas 3, 10-18.

Thema: HOOP.                        

Vandaag horen wij twee grote profeten spreken: Sefanja en Johannes de Doper. En van allebei kun je zeggen dat zij van ‘donderpreken’ houden. Maar vandaag slaan zij ook wel een wat mildere toon aan.

Sefanja was profeet in de 7e eeuw voor Christus, ten tijde van de regering van Koning Josia. Het boek Sefanja is maar een klein boekje (3 hoofdstukken) en zijn boodschap bevat hoofdzakelijk onheilswoorden. Overal is sprake van gehuil en gejammer, donker en duisternis, vernietiging en vernieling, kaf dat verstuift en vuur dat verslindt. Ondanks herhaalde waarschuwingen van de Heer doet Jeruzalem steeds de meest schandelijke dingen, alle reden voor Gods toorn. De omslag komt in 3,12, zoals zo vaak en God ontfermt zich over zijn volk. God keert zich om: het vonnis over Jeruzalem wordt verscheurd/ teniet gedaan. Psalm 32 verwoordt dat eveneens zo mooi:  ‘Gelukkig de mens van wie een misstap is vergeven, wiens zonde de Heer niet aanrekent van wie het geweten tot rust is gekomen’. Daarom is er nu volop vreugde: Gaudete – heet deze zondag vanouds. Laat de moed niet zakken. God, de Eeuwige, doet zijn naam eer aan: IK ZAL ZIJN in jullie midden – in liefde zal Ik zwijgen, in vreugde je bewaren!! Wie kijkt daar niet naar uit? Er is altijd hoop.

En om ons bewust te zijn van onze rijkdom, in verschillende opzichten, hebben wij vandaag een perikoop uit Kronieken toegevoegd. Alles is van U afkomstig, en wat wij U schenken komt uit uw hand. Net als onze voorouders zijn wij slechts vreemdelingen die als gasten bij U verblijven. Ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid. Afhankelijk van U en zeker in een tijd als de onze vragen wij U-bidden wij U-smeken wij U: doe uw naam eer aan, wees in ons midden. 

Iedere tijd kent zijn eigen moeilijkheden – zo ook de tijd van Johannes de Doper. Het volk leeft met grote verwachtingen, met een verlangen naar bevrijding, met hoop op de Messias. Ook zij zagen uit naar een maatschappij met ware vrede en gerechtigheid. Zij zaten destijds eveneens in een onheilsperiode, vreemde machthebbers bezetten het land en zij wachtten met smart op bevrijding. Johannes, geroepen vanuit de woestijn, staat aan het begin van een omkering. Hij ziet dat de mensen de dagelijkse samenleving onherbergzaam maken, waardoor ze de vorm van een oerwoud vol gevaren aanneemt. Mensen zijn bang, voor de machthebbers, wellicht ook voor elkaar. Zij leven in duisternis, zij verkeren in twijfel en de toekomst is onzeker. Daarom roept hij op tot omkering / bekering.

En die radicale Johannes vraagt eigenlijk helemaal geen extreme dingen: hij verwacht geen grote wonderen van de mensen. Hij vraagt ook niet dat zij de wereld één-twee-drie helemaal veranderen. Nee, hij vraagt hun de gewone dingen goed te doen: zich in leven en werken fatsoenlijk te gedragen en anderen te respecteren. Als je dubbele kleding hebt, deel het dan met degene die niets heeft. Heb je eten voor twee, deel het dan met degene die niet te eten heeft. ‘En wij’ vragen de tollenaars, die toen niet in zo’n goed daglicht stonden: het antwoord is:  ‘je moet geen mensen oplichten, niet meer vragen dan is toegestaan. En de soldaten hoeven evenmin heiligen te worden: Johannes vraagt alleen een aantal dingen te laten, die blijkbaar heel gewoon waren: niet plunderen, van andermans spullen afblijven en tevreden zijn met je soldij. 

Omkeren – bekering – en vooral het herstellen van menselijke relaties. Johannes roept op tot een ‘gaaf’/goed omgaan van mensen met elkaar, waardoor angst, je bedreigd voelen en onzekerheid uit ons leven kunnen verdwijnen. 

Of wij onze tijd ook een onheilsperiode moeten/mogen noemen – laat ik maar even in het midden. Het zijn, zeker voor bepaalde groepen, zware tijden. En soms lijkt het dat wij ons opsluiten in de angst voor corona en zo nog meer afstand nemen van mensen en situaties buiten ons. Deze derde zondag van de Advent is ook de zondag van Solidaridad. Dit jaar ligt de focus op de boeren. Zij hebben misschien wel het belangrijkste beroep op onze wereld: waar zouden wij zijn zonder de producenten van ons dagelijks voedsel. En we weten, zeker in derde-wereld landen dat zij zwaar onderbetaald worden. Fairtrade is een van de organisaties die daar stelling tegen neemt en allerlei acties opzet. Zij doen een oproep om duurzame productie terug in handen te geven van de producenten. Productie en consumptie met respect voor mensen, de aarde en een eerlijk aandeel voor iedereen. (Kraampje kerk)

In deze Adventsperiode – een tijd van verlangen en hoop – worden wij uitgenodigd ons om te keren, iedere keer opnieuw, ons onder te dompelen in de Jordaan, zich te keren tot elkaar en de wereld waarin wij leven. Dan worden wij gedoopt met het vuur van de Heilige Geest. Het Evangelie, de Blijde Boodschap daagt ons uit in dit Licht God te ontdekken in onze eigen mensengeschiedenis. Gods heilzame aanwezigheid die Jezus ons voorleefde door oog in oog te staan met mensen om je heen. 

Drie kaarsen branden vandaag – het wordt steeds lichter al is het soms nog zo donker om ons heen. Laat de moed niet zakken, roept Sefanja. Keer om, roept Johannes. Wij geloven ‘alles is van U afkomstig’ wij leven van uw Genade en hopen op de komst van de Messias – Emmanuel met ons! 

Moge het zo zijn.