Overweging van Hans Hamers o.p.

Jesaja 42,1-4, 6-7; en Matteus 3, 13-17.

DOOP VAN DE HEER.

De meeste mensen zoeken altijd wel op een of andere manier naar een beter leven, een goed leven, met liefde, rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid fysiek en psychisch. We wensen dat elkaar ook aan het begin van een nieuw jaar toe, of bij het begin van een nieuw levensjaar. Dat streven naar een goed leven doet men op zijn eigen manier. Er worden heel wat magazines, boeken en tv-programma’s mee gevuld. Één drijfveer om daarover te lezen, tv te kijken is wel dat mensen nu eenmaal streven naar een goed en gelukkig leven, maar zeker ook de ervaring dat er heel wat omstandigheden zijn die dat streven ernstig in de wielen rijden, zoals ongeremd eigenbelang en winstbejag, doorschietende concurrentie, individualisering. Kortom, de ervaring van een leefwereld waarin het geknakte riet wordt gebroken en de kwijnende vlaspit wordt gedoofd. Wij christenen hebben deze wereld in belangrijke mate zo gevormd en zijn er deel van, en doen er evenzo hartstochtelijk in mee, ons streven naar het goede leven, en juist ook tegenwerkend.

Met ‘wij christenen’ zeggen we ook dat we gedoopt zijn. En daar gaat het vandaag om, het doopsel, in het bijzonder van Jezus zelf. Wat zeggen ons de lezingen van vandaag als het gaat om de betekenis de doop, onze eigen doop, voor ons leven in deze tijd, en ons verlangen en streven naar het goede leven?

In de Jesaja-tekst wordt ‘de dienstknecht’ van God voorgesteld: “Ziehier, mijn dienstknecht….”. Of hier nu een concreet persoon wordt aangeduid of een heel volk, is niet zo belangrijk. Belangrijker is, wat erover de dienstknecht gezegd wordt: over de relatie met God wordt gezegd ‘de geest op hem gelegd’, ‘uitverkoren’ en met genoegen en liefde slaat God de dienstknecht gade. En hoe de dienstknecht werkt: in stilte, zonder grootspraak en de zwakken zullen beschermd worden (het geknakte riet en de vlaspit). Het leidt ertoe dat recht op aarde wordt gevestigd, nu hier, en elders wordt er naar uitgezien want men heeft het gehoord (de eilanden, voorbeeld voor de naties).

In het Matteüs evangelie wordt de doop van Jezus verteld. Het opvallende aan deze tekst is natuurlijk de laatste tekst ‘Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik vreugde vind’, sterk overeen komend met de eerste regels van de Jesaja tekst waarin de dienstknecht wordt voorgesteld. Het meest aansprekende in deze evangelietekst is de doopscene zelf, als Jezus het water uitkomt. Het water staat voor chaos. Ondergedompeld in water, want zo doopte men, dan hoor en zie je niets, wellicht ook desoriëntatie, en als Jezus er dan uit komt dan treedt hij van het donker naar het licht, en de Geest van God daalt op hem neer. Vanuit het donker naar het licht gegaan, de geest van God met zich, start het openbare optreden van Jezus, na eerst 40 dagen in retraite te zijn in de woestijn. Zo start hij zijn optreden op een manier die gekenmerkt wordt met de profetische woorden van Jesaja: met zachtheid, in stilte, het geknakte riet niet brekend, de kwijnende vlaspit niet uitblazend, opkomend voor de minsten, opkomend voor recht en gerechtigheid voor allen, voor het goede leven van allen.

Wij nu, als volgers van Jezus, zijn ook gedoopt. De meesten van ons zijn zich er niet bewust van geweest, als baby, ook niet voor gekozen. Maar we worden er wel regelmatig aan herinnerd. Als we het doopwater opnieuw voelen, zoals in de Paasnacht, en onze doopbeloften hernieuwen, dan wordt die doop, het eerste sacrament weer opnieuw in herinnering geroepen, als het eerste bijzondere moment  van Gods aanwezigheid bij jou dopeling, waarin onze persoonlijke relatie gevestigd wordt; doopnamen geschreven in zijn hand. En dat is onze eerste toerusting voor ons verdere leven: verwelkomd met ‘ik ken je namen, ik weet wie je bent, ook jij bent mijn geliefde kind’. Wat een start in dit leven! Met zo’n verwelkoming maak je een vliegende start in het leven. En dat is gewoon heel menselijk, want vrijwel alle kinderen die geboren worden, worden met die woorden ontvangen door de ouders. Of ook als iemand hartelijk wordt ontvangen of ingehaald om een taak te vervullen, dat geeft ook een vliegende start en zal de taak vervuld worden. (Ik moest denken aan de ontvangst van Cruijff in Barcelona, als El Salvador, …). 

Met ons doopsel, eerst meestal niet gekozen, maar later wel bevestigd, hebben we met Gods Geest in ons rugzakje een goede toerusting om Jezus na te volgen. Recht te vestigen, het goede leven voor allen na te streven, liefde te betrachten, elkaar bij te staan bij tegenslag en lijden, om zo te groeien naar God. In deze wereld waarin het geknakte riet wordt gebroken en de kwijnende vlaspit van de marginalen wordt uitgeblazen kunnen we het verschil maken door de Goede Boodschap te verkondigen in woord en daad, en zo het goede leven van recht en gerechtigheid voor allen dichterbij brengen.

Laat ons vanaf vandaag ons doopsel zo intensiveren, vierend, verkondigend en handelend.