Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Jesaia 61,1.2a.10, Tessalonicenzen 5,15-24, Johannes 1,6-8.18-28.

Thema: “Een stem die roept in de woestijn” . . . 

Ik ben tot nu toe één keer in mijn leven in een woestijn geweest: op vakantie bij mijn zus in Canada, bij Drumheller – als ik me goed herinner. Bezienswaardig! moest je gezien hebben! fossielen van dinosaurussen waren er te bewonderen, en daarna weer gauw er uit weg.

Toeristen verblijven wel één nachtje in de woestijn, vanwege de bijzondere ervaring van temperatuurverschil overdag en ’s nachts en de overweldigende sterrenhemel.

Maar léven ín de woestijn is – getuige de prachtige films van EO en ‘Love Nature’ – alléén weggelegd voor dieren – niet veel en vooral ’s nachts.

Woestijn is geen verblijfplaats voor mensen; wie daar moeten zijn, trekken er doorheen, van waterput naar waterput, van oase naar oase. Woestijn is geen verblijfplaats maar van door-heen-gaan.

Tijd kan ook woestijn zijn: tijd waar je noodgedwongen doorheen moet – veel mensen kennen zo’n tijd: langdurig ziek en revalidatie, werkeloos uitzien naar werk, verlies, rouwproces, eenzaamheid . . .

Eigenlijk zitten we er nu allemáál midden in – in woestijn . . . 

Zien we nog de overweldigende sterrenhemel? Of voelen we alléén de kou van de nacht. Wel horen we mensen zuchten, klagen, roepen: geef ons perspactief! Hoe komen we hier doorheen?? . . . “Alléén sámen” . .

. . “Ja, maar ikke dan?”

“Een stem die roept in de woestijn: verheugt u!” Zo staat het niet letterlijk in de lezingen van deze zondag, maar wij hebben de vrijheid genomen voor deze interpretatie. Maar die klinkt dan wel na onze 

inleiding over woestijn, erg tegendraads, of toch niet?

“Ik verheug mij uitbundig vanwege de Heer, want Hij heeft mij bekleed met gewaden van redding” . . . .

“Wees altijd verheugd; die u roept, is getrouw; Hij zal zijn woord houden”. . . .  en dan nog deze:

“Verrukt is mijn geest om God, mijn verlosser. Zijn keus viel op zijn

eenvoudige dienstmaagd!”

Dit is de boodschap, de oproep, die ik vandaag vooral hoor in de gekozen Bijbelteksten. Het is vooral een herinnering, gericht aan ons,

zoals Jezus zelf zich de woorden van Jesaia herinnerde toen Hij  zich presenteerde in de synagoge van Nazaret en zijn geloofsbrieven overhandigde: “Hij heeft mij gezalfd om armen goed nieuw te brengen, 

om gebroken harten te helen, om wie opgesloten zitten te bevrijden.”

Jezus Christus, de Gezalfde, is zich bewust geworden, dat hij “drager is van gewaden van redding” en Lucas, Matteüs, Marcus en Johannes hebben ons verhaald hoe Hij dat heeft gepraktiseerd in zijn korte leven. Daarmee geven zij ieder die zich als Hij “christen” noemt, antwoord op de vraag die wij zo vaak zingen: “Boek jij bent

geleefd; zeg ons hoe te leven?” en het antwoord: 

“hoor de woorden der profeten, 

licht en adem zal er zijn 

als je mens wordt zoals Jezus, 

liefde als een mens aanwezig, 

wijn van liefde, brood des leven, 

zoals Hij.”

Of anders gezegd: Jij, eenvoudige mens bent geroepen om, in de woestijn van deze tijd, een weg te banen naar de volgende oase . . .  wat zou het mooi zijn: Kerstmis? Maar in de woestijn weet je het nooit:

misschien verder, veel verder . . .

Mooie woorden! Maar waarom ik?

Nee iederéén, maar jij? Omdat je je christen noemt, iemand als Jezus de Christus wilt zijn. Trouwens, “zonder dat je hem herkent, staat hij al in uw midden, misschien met een andere naam, maar die het al doet: armen blij maken, gebroken harten verbinden, die gevangen, opgesloten zitten bevrijden, weer naar het licht keren . . . . 

perspectief bieden. Jij, een stem die roept in de woestijn: Verheugt u!

“’t Meeste van een mensen leven 

wordt het minste opgeschreven: 

hoe zij trouw zijn aan elkaar, 

lijden, sterven, liefde leren, 

zouden wij het ook proberen, 

werd het waar.”

“Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was 

Johannes. Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht.” 

“Iemand die roept in de woestijn: verheugt u!”

Amen