Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Handelingfen 1, 3-11; en Marcus 16, 14-20.

Thema: Verheven, maar niet verdwenen.

Verheven maar niet verdwenen. Jezus is verheven, teruggegaan naar zijn hemelse Vader, waar Hij aldus volgens Lucas, ook ooit vandaan kwam, door die goddelijke ingreep in het leven van Maria, zijn moeder. 

Maar Jezus is niet verdwenen. Zijn volgelingen waren zo van Hem onder de indruk dat zij bij elkaar bleven komen, en de vele verhalen en wonderen die over Hem de ronde deden, telkens aan elkaar vertelden, generaties lang.

Daarom zijn er ten minste in vier evangelies diverse en elkaar aanvullende levensbeschrijvingen van Jezus verzameld, die ieder op zich weer andere aspecten van dat verbazingwekkende leven van Jezus tot leven brachten. 

Wat is nu eigenlijk de theologische betekenis van die Hemelvaart? Jezus wordt ook nu voorgesteld als in lijn met de grote profeten van Israël, die niet sterven, die geen graf hebben (want dat is leeg), maar die als het ware worden weggerukt voor de ogen van zijn omstanders. Hij ontstijgt als het ware het aardse leven, maar niet zonder de verbaasde leerlingen een opdracht en een belofte te geven.

Jezus heeft namelijk zijn missie voltooid, maar geeft er tegelijk een andere aan de leerlingen voor terug: dat Koninkrijk, waar allen zo naar uitkijken, dat gaat de vorm krijgen van een groeiende gemeenschap van gelijkgezinden, die veel verder reikt dan de grenzen van het Heilig Land. De Joodse boodschap en verwachting van een rijk van vrede en gerechtigheid wordt een universele boodschap die voor de gehele aarde is bestemd. Die gehele aarde zal dus het werkterrein worden van de volgelingen van Jezus.

Zij zullen het aardrijk beërven en in liefde elkaar moeten dienen. Anders komt er weinig van terecht. Dus: je mag wel met je hoofd in de wolken lopen om dat visioen van Jezus te aanschouwen; maar je moet niet zo lang naar de hemel staren, want op aarde is nog genoeg werk te verrichten. 

Marcus noemt er velerlei. Wat staat ons dan te doen? Zoals zo vaak antwoordt Jezus in rijke beeldspraak. 

Duivels uitdrijven in de naam van Jezus, d.w. zoveel zeggen als: niemand schade toebrengen door het kwaad weg te nemen in naam van Hem. 

Nieuwe talen spreken, d.w.z. elkaar bemoedigen in plaats van afstraffen en belasteren, elkaar troosten i.p.v. bedreigen en beledigen, elkaar vrede aanbieden i.p.v. vijandschap en wrok te voelen, elkaar vergeven i.p.v. wraak- en haatgevoelens te koesteren. 

Slangen opnemen, dat wil zoveel zeggen als: geen vrees hoeven hebben voor het onheil en het kwaad, want God is sterker dan dood en verderf. En zieken de handen opleggen, omdat tederheid en liefde genezen.

Het lijken wel werken van barmhartigheid, maar dit keer gaan ze uit naar alle mensen, niet alleen naar de zwakkeren en armen. Ze vormen een richtsnoer voor christenen om zodanig naar zichzelf en anderen te kijken, dat vrede en gerechtigheid dichterbij kunnen komen. Omdat ze uitgaan van een groter wij, i.p.v. afzonderlijke ikken.

Dus niet staren op wat vroeger was en weemoedig ons eigen rijke roomse verleden verheerlijken. Maar zien wat er nu, en hier aan de hand is. We staan er niet alleen voor, en we vertrouwen er op dat de inspiratie blijvend is. Als er toch ergens een deur sluit, dan opent God elders een venster.

Durven wij dus te verkondigen, ronduit katholiek zijn, er voor uit komen dat wij geloven in een nieuwe hemel en nieuwe aarde: kunnen wij er trots op zijn dat we katholiek zijn en zielen willen winnen, ook als we dan misschien niet politiek correct zullen zijn, of als het lastig wordt omdat we dan meewarig of fronsend worden bekeken? Alle overtuigingen winnen aan helderheid en kracht als de boodschap niet wordt verdund, maar voluit wordt verkondigd, want alleen dat is voor met name jongeren aantrekkelijk.

Wat zegt ons dus de zending van Jezus dat wij allen volgens goede Joodse gewoonte leerlingen moeten maken, dat goede nieuws dat God redt, aan ieder bekend te maken? Durven wij er op te vertrouwen dat de Geest dan op ons rust?

Verheven maar niet verdwenen. In ons handelen blijft Jezus levend tot op de huidige dag. We zouden gerust kunnen zeggen; de contradictie van Jezus’ afwezigheid op aarde is nu juist dat Hij in de vele verhalen die wij elkaar over Hem vertellen aanwezig blijft. Maar niet alleen in de verhalen. 

Hij is ook aanwezig temidden van zijn leerlingen in het breken van het Brood, ook als wij dat aanstonds zelf weer gaan doen. Hij is ook aanwezig in Zijn Geest die ons keer op keer wordt geschonken. Hij is met name aanwezig waar wij hulp,aandacht en zorg hebben voor behoeftige mensen, in welk opzicht dan ook.

Laten we er maar werk van maken, de belofte van de Vader gezamenlijk afwachten in onze eigen stad en hoopvol uitziend naar de Geest van wijsheid en inzicht, raad en sterkte. Een Geest die ons alleen in gezamenlijkheid wordt geschonken.

Amen.