Overweging van René Klaassen.

Deuteronomium 30, 10 – 14; en Lucas 10 ; 25 – 37.

Thema: God zet zelf de route uit ....

In de eerste boeken van onze bijbel, de eerste vijf om precies te zijn, bemoeit God, de Eeuwige zich voortdurend rechtstreeks met mensen. Deuteronomium ademt de sfeer van : “Hoort hoe God met mensen omgaat !! Met Eva en Adam en hun kinderen, met Noach en zijn familie, met Abraham, met Mozes. In de tien plagen over Egypte, de doortocht door de Rode Zee en in de 40 jaar in de woestijn. We kennen wellicht de details. De lezing van vandaag is het eindpunt van die lange reeks van rechtstreekse bemoeienis. In de lezing van vandaag horen we over een opdracht aan het Joodse Volk. God zet de route uit naar hoe ze verder moeten met hun geschiedenis.

Er worden geruststellende woorden gesproken. Het is niet te hoog gegrepen, het is niet te moeilijk. Jullie hebben de wet van Mozes toch ? In de woestijn onderweg konden ze nog vragen stellen als `Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?' en ze kregen antwoord van God zelf. Was het Niet Mozes zelf die dat tot twee maal toe voor ze deed en het contact met God voor ze maakte ? en dan die andere : ze zijn niet overzee ….. en de herinnering aan de doodsnood daar aan de rand van de rode zee is weer helder voor de geest … en ook daar zette God zelf de route uit   …. Dwars door de zee heen ….. en de achtervolgers worden compleet uitgeschakeld … en nu het volk op het punt staat om het door God beloofde land in te trekken rijst nog een keer de twijfel. Kunnen wij het wel volbrengen. En god fluistert nog één keer : je draagt mijn naam al in je hart, mijn naam ligt op het puntje van jullie tong - ik ben bij jullie – jullie kunnen het volbrengen …. God heeft de route uitgezet.

Wellicht hebt u tot hier toe de evangelie lezing gemist. Laten we dat goed maken voor ik verder ga met mijn overweging. God komt nu in de persoon van Jezus aan het woord en wederom wordt -aan duidelijkheid niets te wensen – de route voor het volk uitgezet, maar dit keer ook voor ons.

Evangelie : Lucas 10, 25 – 37 

DE BARMHARTIGE SAMARITAAN
Daar trad een wetgeleerde naar voren om Hem op de proef te stellen. Hij zei: 'Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?' Hij sprak tot hem: 'Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest ge daar?' Hij gaf ten antwoord: 'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.' Jezus zei: 'Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.' Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus: 'En wie is dan mijn naaste?' Nu nam Jezus weer het woord en zei: 'Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in de handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem halfdood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet; hij kwam daarlangs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.De volgende morgen haalde hij twee denariën tevoorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg goed voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden. Wie van deze drie lijkt u de naaste van de man die in handen van de rovers gevallen is?' Hij antwoordde: 'Die hem barmhartigheid betoond heeft.' En Jezus sprak: 'Ga dan en doet gij evenzo.'

 

Wie zelfs maar met een half oor heeft geluisterd, hoorde zojuist aan het begin dezelfde smeekbede terug als die het volk uit Deuteronomium had : God wijs ons alstublieft de weg die wij moeten gaan. En de Eeuwige deed wat ze vroegen. Niet één keer maar onder andere 40 jaar dag en nacht lang.

Hoeveel tijd er precies ligt tussen de dood van Mozes en het hernieuwde leven van God zelf op aarde in de mens Jezus uit Nazareth is eigenlijk niet eens van belang. Net zo min als de tijd belangrijk is die tussen Jezus en ons in ligt. 

De vraag waar het vandaag om gaat : 'Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?' is niet alleen de echo van Deuteronomium, maar ook de vraag van een wetgeleerde. En  evenzogoed had de vraag gesteld kunnen worden door een van de omstanders of zelfs door ons, hier vandaag bijeen rond deze tafel. Bijeen met het vaste voornemen straks te gaan doen wat we ons hebben voorgenomen toen we van huis naar hier gingen. Een vraag van alle tijden, en van alle gelovende mensen. De vraag naar welke route een mens hoort te gaan in zijn en haar leven ligt duidelijker dan ooit op tafel bij deze lezingen. Het is op de eerste plaats Jezus zelf die twee schrijnende voorbeelden geeft van hoe het niet moet, om vervolgens net als zijn Vader in de hemel dat eerder deed voor het Joodse volk de route naar antwoord uit zet : Ga en doet gij evenzo ! 

Deze opdracht heeft het Christelijke geloof nog eens haarscherp vastgelegd in de geloofsbelijdenis. Die is vanaf het jaar 325, vanaf het Concilie van Nicea de leidraad geworden voor dat ‘gaan’ en dat ‘evenzo doen ...’

Maar de dagelijkse praktijk van ons gelovige mensen, die elkaars gemeenschap als een heel belangrijke factor van hun religieuze leven en hun persoonlijk geluk gemaakt hebben heeft vorm gekregen in een unieke verzameling geloofsgetuigenissen. Vele beroemde theologen en bekende geloofsgemeenschappen hebben zo’n getuigenis geschreven. Mijn computer heeft een verzameling van vele tientallen van deze getuigenissen. In alle gevallen zijn het meer en minder persoonlijke uitspaken over wat wij nu precies geloven en hoe we daar in het dagelijks leven invulling aan geven. En dat hardop uitspreken in het openbaar heet een geloofsgetuigenis. En met name in Agape vieringen, waarin twee of drie uit ons midden namens ons voorgaan en als je koor en koster en koffiedames en bloemendames mee telt nog veel meer wordt vaak een geloofsgetuigenis gelezen. Zo ook vandaag. En omdat we achter het zoeken naar de juiste weg maar al te vaak de richtingwijzende hand van Jezus en de routeplanner God vermoeden gaan we er uit respect voor hen en hun bedoeling bij staan. Zo ook vandaag. 

Wanneer ik regel voor regel zou moeten uitleggen, wordt de overweging uiteindelijk een preek. Daarom vraag ik vandaag als uitzondering om eerst eens zittend te luisteren naar deze geloofsgetuigenis. Hij is erg persoonlijk want elke zin begint met ‘ik’. Alleen al daarom weet u dat hij niet van mijn hand is, want mijn geschreven zinnen beginnen maar heel af en toe met ik. Misschien spreken u niet alle zinnen u aan. Probeer dan om naar de mooiste zin te zoeken en neem die dan vandaag mee naar huis als het begin van het antwoord op de vraag uit Lucas : 'Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?' We hebben Jezus opdracht gehoord.

In hem zette God de route uit : “ga dan en doet gij evenzo ….