Overweging van Wim Rigtewrs.

 

Feest van het Allerheiligst Sacrament 

 

De oude, klassieke benaming van dit feest, 

en een oude afbeelding, mij aangereikt 

door Willem Pelser. Ze zullen bij ieder 

verschillende gevoelens oproepen.

 

Als inleiding bij de evangelielezing van deze zondag las ik het volgende: “Het zesde hoofdstuk van Johannes noemt Jezus ‘het brood, waar je echt van leven kunt’. Het is een uitvoerige toespraak, onderbroken door tegenspraak en gemopper van toehoorders. Zij stoten zich aan krasse uitspraken, die voor hen iets gruwelijks oproepen. Dat gebeurt ook in deze lezing.”

Evangelielezing: Johannes 6,51-58 

‘Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dát brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld.’ Toen ontstond er onder de Joden een discussie: ‘Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?’ Daarop hernam Jezus: ‘Waarachtig, Ik verzeker u:  als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt,  die bezit eeuwig leven: op de laatste dag laat Ik hem opstaan, want mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft met Mij verbonden en Ik met hem.  Zoals Ik leef uit de Vader, de Levende, die Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich met Mij voedt, leven uit Mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald, niet dat wat uw voorouders hebben gegeten, die niettemin gestorven zijn. Wie zich met dit brood voedt, zal leven in eeuwigheid.’   

     

Raadselachtige woorden; zijn ze van Jezus? of bedacht door Johannes en Jezus in de mond gelegd? Ook Paulus, die ‘nieuwe’ apostel, heeft het over ‘Lichaam van Christus’: 

“De beker van de zegening, die wij zegenen, geeft ons gemeenschap met het bloed van Christus. En het brood dat wij breken, geeft ons gemeenschap met het lichaam van Christus. Omdat het één brood is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allemaal hebben wij deel aan het ene brood.” (1 Kor.10,16-17) 

“Iedereen die ouder is dan een jaar of vijftig heeft nog wel herinneringen aan Sacramentsdag: plechtige processies. een ingetogen fanfare, en de monstrans onder het baldakijn omgeven door witte bruidjes, werd naar het rustaltaar gebracht: 'Knielt christenschaar voor 't zoenaltaar, uw God is daar...'. Het was een stukje geloofsleven van toen dat mensen destijds goed heeft gedaan, gesterkt en getroost. Devotionele geloofsbeleving, die bij deze of gene gevoelens van heimwee oproept. Maar met heimwee voed je geen levend geloof en vroomheid van toen is geen antwoord op de vragen van nu. Er is veel veranderd rondom dat ‘Heilig Altaarsacrament’. Het rijk versierde hoogaltaar is bijna overal achtergrond geworden en een bescheiden, veelal houten altaartafel is het liturgisch centrum geworden.  We komen samen rondom woord en tafel. We spreken van breken en delen. We blijven niet meer nuchter voor de communie, we zijn er wel nuchterder over gaan denken. En intussen is dit veel duidelijker geworden: toen en nu bestond en bestaat het gevaar de eucharistie te maken tot een heilig spel, ergens aan de rand van het leven en er niet midden in.” (C.Remmers: ‘Van toen en thans’)

“Brood voor onderweg”  

De eerste lezing vandaag is uit Deuteronomium (8,2-3):

“Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar die de heer uw God u in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft u toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of u zijn geboden zou onderhouden of niet. Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden, maar u ook het manna te eten gegeven dat u noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde u daardoor laten beseffen dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de heer komt.”

Het is vandaag ook de 11e zondag door het jaar; het is goed op deze dag te horen wat in die Evangelielezing ‘uit de mond van de Heer komt’ (Matteüs 10,5-8):

“Bij het zien van de mensenmenigte werd Hij diep bewogen door hen, omdat ze geplaagd en gebroken waren als schapen zonder herder. Hij riep zijn twaalf leerlingen bij zich en zond hen uit met de opdracht: ‘Sla de weg naar de heidenen niet in, en ga een stad van de Samaritanen niet binnen. Maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondig op je tocht: “Het koninkrijk der hemelen is ophanden!” Genees zieken, wek doden op, maak melaatsen rein, drijf demonen uit. Voor niets hebben jullie gekregen, voor niets moet je geven.”

Bidden we vandaag:  (met Peer Verhoeven)                                                                                                                              

-  Voor de mensen die wonen waar het brood niet uit de hemel valt en de aarde te droog is om vrucht te dragen - die niet eens een kruimel aangeboden krijgen - voor de mensen die leven in een dorre woestijn . . . .                                                                                                                   -  Voor de mensen die met volop brood honger hebben - die met water te over dorst lijden, voor de mensen die hongeren en dorsten naar een leven waarin God te proeven is . . . .      

 -  Voor onszelf die week op week hier samen het brood breken - die van God durven spre-ken -  en Jezus van Nazareth met naam en toenaam noemen - wil ik bidden vandaag dat  hun beider Geest ons inspireert tot daden . . . .