Overweging van Réne Klaassen.

Mt 22,15 – 21 

Toen gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Hem in de val konden laten lopen. Zij stuurden hun leerlingen met de aanhangers van Herodes op Hem af met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; en Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zegt ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei : “waarom probeert ge mij te vangen, jullie huichelaars ? Laat Mij de belastingmunt eens zien.” Zij hielden Hem een denarie voor. Hij vroeg hun:                    

“Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?” Zij antwoordden: “Van de keizer.” 

Daarop sprak Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.” Toen zij dit hoorden, stonden zij verwonderd; zij lieten Hem met rust en gingen heen. 

Overweging.

Deze tekst spreekt in de opening van : Toen …. en aan het slot weer van : Toen …. Dat doet vermoeden dat het een les, lering zo u wil, voor de tijd van toen … is. Maar dat “Toen …”, is niet alleen de actualiteit van die dagen, maar eigenlijk ook de actualiteit van nu. “Toen” ging het om aanhangers van de farizeeën en aanhangers van het Romeinse gezag die graag van Jezus hadden willen horen dat je geen belasting aan de keizer moest betalen en dan hadden ze hem gearresteerd. Omgekeerd hadden de farizeeën graag gehoord dat Jezus juist wél gezegd zou hebben dat je belasting moest betalen aan de keizer want dan faalde hij in Joods opzicht en konden ze hem via de joodse weg te pakken nemen. En in die situatie ligt de wijsheid en de redding in het zinnetje : “geef aan de keizer wat aan de keizer toebehoord en aan God  wat God toekomt”. Toen stonden die twee partijen lijnrecht tegenover elkaar. aan de kant van Jezus stonden immers ook al duizenden volgelingen over heel het land verspreid. Aanhangers, die vreselijk goed hun best deden om het goede te doen, Jezus te volgen in zijn doen en laten en uit te voeren wat hij preekte en voorleefde.

En geldt dat nu in onze dagen in onze crisis, die we nu bij de tweede lock-down zo hard voelen ook. Ten volle. Aan de ene kant staan wereldwijd, mensen die tot het uiterste moeten gaan in hun doen en laten om een dreigende crisis, die weer per dag meer dreiging aanneemt, het hoofd te bieden. We worden heel goed geïnformeerd over de ernst en over wat er binnen onze persoonlijke macht ligt om het tij te keren.

En toch … de parallel is schrijnend, zijn er mensen die zich niets van de ernst aan lijken te trekken. Ze protesteren heftig tegen het feit dat ze hun vrijheden, om te gaan en te staan waar ze willen, op moeten geven. Ze tarten de overheid en de verantwoordelijken tot het uiterste. Net als de farizeeën en de aanhangers van Herodes gaan ze rechtstreekse bedreiging al niet meer uit de weg. Ze staan niet stil bij het gevaar dat ze met hun gedrag veroorzaken. De vrijheid van de één bedreigt meer en meer de vrijheid van de ander. Dat maakt ons, de mensen die hun uiterste best doen om alle beperkingen te aanvaarden en binnen de gestelde regels er het beste van maken, angstig en kwetsbaar.

Maar toch hebben ook wij ons houvast. Ons gedrag is : ‘invulling geven aan de opdracht die jezus al uitsprak in het zinnetje : geef aan God wat God toekomt’. Met Hem hebben we een wederkerig verbond. Denk aan mij, ik denk aan jullie! Met andere woorden : Willen we de schepping in stand houden, willen we deze crisis, misschien wel in samenspel met de klimaat crisis, overwinnen, zullen we ons gedrag moeten houden zoals het is. En misschien moet er nog wel een schepje bovenop. We zullen beperkingen moeten aanvaarden, om er sterker en vrijer uit te komen. We moeten volhouden en vertrouwen op een goede afloop. We moeten de kracht van ons geloof, … niemand valt of hij valt in Gods handen … , benutten. We moeten elkaar steunen en overeind houden waar we kunnen. Wat we wél mogen moeten we doen: We zeiden het al eerder …. Heb aandacht voor elkaar, heb oog en oor voor de eenzaamheid en het onvermogen van anderen. Biedt troost waar je kunt, op elke manier die binnen je vermogen ligt : bidt, spreek, schrijf brieven en kaartjes, bel, mail, spreek af waar dat kan en mag, ga wandelen, met twee met drie met vier. Want “overal, waar er twee of drie in Mijn naam bijeen zijn , ben Ik in hun midden” heeft Hij beloofd.

 Hou vol en blijf sterk.

 

Zegen

Mag de Eeuwige ons rust geven
om de zaken te accepteren die je niet kunt veranderen,
en moed, 

om de zaken te veranderen die je wel kunt veranderen
en de wijsheid om het verschil tussen die twee te weten.

Amen.