Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen:  "Dag meisje, wees gegroet" (H.Oosterhuis), en Lucas 1, 39-45.

Thema: Wees bereid --- om God ruimte te geven!

Er wordt wel eens gezegd dat Maria meer mensen heeft geïnspireerd dan welke vrouw ook. Wat boeit ons zo in Maria? Wat hebben kunstenaars in haar gezien en haar zo vaak afgebeeld, op schilderijen, iconen en in beelden? Waarom zijn er zovele mensen die tot Maria hun toevlucht zoeken, die tot haar bidden om voorspraak, om troost en geborgenheid?

Maria was toch eigenlijk een heel eenvoudige, arme vrouw, wonend in een nietig dorp; maar wel een vrouw met een diep geloof in Gods tegenwoordigheid. Zij staat model voor de vroomheid van heel Israël, die leeft in en van het Verbond met de Heer.

En deze vrouw, zo jong als ze is, is door God uitverkoren om moeder te worden van een bijzondere zoon. En als God iemand uitkiest voor een bijzondere taak, dan doet Hij dat op heel eigen wijze, niet door mensenverstand te bevatten.

Maria hoort op een avond een stem, die tot haar spreekt: ze weet eerst niet waar die stem vandaan komt; dan ontvangt ze een boodschap – is het van een engel -die alleen voor haar is bestemd. Ze zal zwanger worden van een kind dat Zoon van de Allerhoogste genoemd zal worden.

Maria begrijpt er weinig van, maar ze weet wel dat deze boodschap serieus te nemen is. Ze is uitverkoren, vol van genade, om een bijzonder kind ter wereld te brengen. Een Zoon zal zij baren, die niet voortkomt uit de wil van een man, maar uit de Adem van de Heilige Geest. 

Natuurlijk kan zo’n Kind van goddelijke afkomst alleen God zelf als vader hebben. En met haar instemming toont ze zich bereid om God de ruimte te geven, al beseft ze nog niet, dat dit besluit haar hele leven zal veranderen.

Maria wordt door de boodschap van de engel geheel verrast en het maakt haar ook wel angstig. Pas als het weer rustig is in haar hoofd, bezint ze zich, en krijgt het geloof in Gods goedheid de overhand.

En dan stelt zij zich de vraag: mag God nieuw leven wekken in mij? Geef ik Hem de ruimte die God toekomt? Bedenken wij dat ook wel eens: Mag God ook nieuw leven wekken in ons? En stellen wij ons daar voor open; zijn wij bereid Hem speciaal in deze Adventstijd van waken en wachten te ontvangen? God zelf is op komst en wil in ons midden wonen.

Later, als het besef is doorgedrongen en Maria een kind in haar schoot voelt, dan zal ze haar nicht Elisabeth bezoeken. Ook Elisabeth is namelijk zwanger, en ook deze zwangerschap is wonderlijk: want zij is eigenlijk al te oud om nog kinderen te baren. Elisabeth was tot onvruchtbaarheid gedoemd, een lot dat veel vrouwen met haar deelden en tot maatschappelijke uitsluiting en afkeer leidde.

Er is veel herkenning over en weer, twee vrouwen die op wonderlijke wijze in blijde verwachting zijn geraakt; nu zijn ze beiden betrokken in Gods heilplan. 

Want God maakt het onmogelijke mogelijk. God zegent vrouwen in zijn omgang met Israël: Hij maakt onvruchtbaren vruchtbaar, Hij opent zelfs hun schoot voor een bijzondere geboorte. Deze kinderen zullen straks de geschiedenis van niet enkel Israël, maar van de hele wereld, veranderen. Deze twee kinderen zijn heilig, omdat God zelf betrokken is in hun conceptie.

Zo ervaren beide vrouwen - Maria en Elisabeth - dat God bezig is met hun levens, ook al is dat door hun wonderlijke zwangerschap op hun kop gezet. En de geboorte van hun zonen – Jezus en Johannes – zullen de grootste profeten van Israël worden genoemd. Het zal later slecht aflopen met beiden, dat is het lot van profeten, helaas. God wil in deze Joodse vrouwen mens worden, gebaard en gekend worden zoals wij, helemaal aan ons gelijk worden.

Hoe zit dat met ons? Grijpt God ook wel eens in ons leven in? En als Hij dat doet, herkennen wij dat dan? Kunnen wij momenten aanwijzen in ons leven dat God nabij is geweest, dat Hij ons redde, ons waarschuwde, ons beproefde, ons een voorgevoel gaf wat zou komen, ons troostte, ons een uur van rust en vrede schonk? Wij herkennen de ingreep van God vooral ook aan de vruchten die zijn aanwezigheid ons oplevert.

God is iedere dag nieuw, maar voelt vaak afwezig. God is zeker afwezig als wij menen dat wij de waarheid in pacht hebben, zonder Hem en zijn geboden kunnen leven. Maar Hij is aanwezig als wij in nood zitten, pijn hebben, lijden, eenzaam, angstig of verdrietig zijn. God vraagt echter een ding; durf Mij dan aan te spreken en een relatie aan te gaan. Durf het, en wees niet bang.

Niet bang zijn, zoals Maria, die echt niet alles begreep. Maar wel vertrouwde op haar geloof dat Gods goedheid over haar zal komen. En dat ze later wel zal beseffen waar het allemaal voor goed voor was.

Hoe zouden wij reageren als God plotseling bij ons aanklopt? Als ons leven door het Woord van God op zijn kop wordt gezet? Zijn we dan bereid om God de ruimte te geven? 

Mogen ook wij de stem en de zucht van God herkennen, als die zich bij ons aandient: als wij op het spoor van een grotere waarheid komen, die ons overstijgt, als wij ja kunnen zeggen en ons toevertrouwen aan een groot geheim. Mogen we dan even aan Maria denken en haar hulp inroepen, als een vrouw die ons voorging in geloof. Niemand roept haar hulp tevergeefs in.

Amen.