Overweging van Wim Rigters.

Jesaja 49, 1-6, en Johannes 1, 29-34.

Thema: "Hij maakte mij tot een puntige pijl".

Misschien zit u nu te denken: die evangelielezing heb ik toch vorige week al gehoord? En dan hebt u vorige week goed geluisterd. Dat heeft te maken met de liturgische boekhouding van de Kerk. Na alle bijzondere feestdagen van en na Kerstmis begint vandaag de driejaarlijkse cyclus van de gewone ‘zondagen door het jaar’. Er zijn er 33 of 34. Hiervan moet de eerste wijken voor het laatste feest van de Kersttijd: de Doop van de Heer –  de zondag na 6 januari – dit jaar dus vorige zondag, en de laatste is gewijd aan Christus Koning. 

Vandaag begint de cyclus opnieuw – het A-jaar dus en op deze 2e zondag staat  als evangelielezing wat wij zojuist gelezen hebben; in het 2e jaar – het B-jaar: de roeping van de eerste leerlingen en in het C-jaar de Bruiloft van Kana. Als je je hieraan houdt heb je dus dit jaar 2 zondagen achtereen het verhaal van de Doop van Jezus. De Dominicanen hebben het zich makkelijk gemaakt: in hun preekarchief op internet vindt je elk jaar de ‘Bruiloft van Kana’. Dat kan te maken hebben met een andere traditie, die van de Oosterse Kerken, waar het Feest van de Openbaring des Heren in drie feesten wordt gevierd: Driekoningen, de Doop en de Bruiloft van Kana. 

Maar ja, ik ben geen Dominicaan en Het klopt dus dat u vandaag hetzelfde verhaal hoorde als vorige week. . . . . maar misschien toch niet helemaal hetzelfde.

Matteüs – vorige week – verhaalt – net als Marcus en Lucas – kort en bondig wat er gebeurde: Jezus laat zich net als vele anderen ook dopen in de Jordaan door Johannes en tijdens of direct daarna gaat de hemel open, daalt de Geest van God op hem neer en klinkt een stem uit de hemel: Dit is mijn geliefde Zoon. -  Ik denk: het verhaal zoals dat leefde en doorverteld werd onder de eerste christenen.

Wat vandaag de evangelist Johannes vertelt, verschilt op twee punten: aan het begin: de aankondiging door de Doper als Jezus naar hem toe komt: ‘Zie het Lam Gods . . . ‘ en aan het einde zijn getuigenis: ‘dit is de Zoon van God’.

Het eerste is een overbekend beeld uit de kerkelijke liturgie; vóór de communie wordt het driemaal gezongen of gezegd en ook in het loflied ‘Eer aan God in den hoge’ komt het voor. 

Door dit herhaaldelijk en misschien niet zo veelzeggend gebruik van het beeld, is het afgesleten  en hoor je het – in ieder geval hier in onze kerk - niet vaak meer. Toch is het een zeer weerbarstig beeld: een lam tegenover de hele zondelast – al het kwaad – in de wereld: dat is toch geen partij.

Het ‘Lam’ komt als beeld ook voor in de liederen over de lijdende dienstknecht, in het boek Jesaia; het staat daar voor de weerloosheid van ‘de mens naar Gods hart’, die ten onder gaat aan de afwijzing door anderen, en naar de slachtbank wordt geleid. De christenen zagen in Jezus’ einde die scène terugkomen en Johannes aarzelt niet om meteen in het begin van zijn evangelie met behulp van dit beeld de toonzetting van zijn hele verhaal aan te geven, door het Johannes de Doper in de mond te leggen.

Het tweede dat verschil maakt in het verhaal van vandaag is de uitroep aan het einde: ‘Ik heb het gezien, en mijn getuigenis luidt: dit is de Zoon van God!’ 

Dus niet een stem uit de hemel, maar een persoonlijk getuigenis door de Doper. Of misschien ook weer niet? En hebben we te maken met hetzelfde procedé als zojuist: de evangelist Johannes laat de Doper dingen zeggen die pas later, in de loop van Jezus’ optreden en na zijn dood, voor de christenen gingen oplichten.

Dat de Geest van God mèt Jezus was en dat Hij uit die Geest leefde en handelde, is een ervaring geweest van degenen die met Hem optrokken. Wat ze ervoeren probeerden ze met dergelijke woorden uit te drukken. Zijn omgang met mensen, zijn radicaal opkomen voor slachtoffers en het daarbij opnemen tegen de autoriteiten, zijn hartstocht voor een ander soort samenleving, zijn weerloosheid. . . de wijze waarop Hij de dood tegemoet ging. . . en wat er daarna in zijn leerlingen voer: dat alles hebben ze samengevat met: 'de Geest van God rustte op Hem, en in de belijdenis: Dit is de Zoon van God. Als íemand ons iets van het geheim van God heeft laten ervaren, dan was Hij het! 

Talloze mensen hebben zich door hem laten inspireren en zijn in zijn voetspoor getreden, alle eeuwen door. Net als Hij herkenden ze zich in de woorden van Jesaia: Al in de schoot van mijn moeder heeft de HEER mij geroepen, nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam. Mijn tong maakte hij scherp als een zwaard, hij maakte me tot een puntige pijl. Hij heeft me gezegd: 'Mijn dienaar ben jij. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’

Dat is wel heel ver. . . . . , misschien is vlakbij wel genoeg.