Overweging van Jan van der Wal.

Wijsheid 12, 13, 16-19; en Mattheus 13, 24-30. 

Tarwe en onkruid.

“Waar komt dat onkruid toch vandaan? “ Aldus de vraag naar de herkomst van onkruid, terwijl toch het goede zaad is gezaaid. En het antwoord van Jezus is dat het niet aan het goede zaad ligt, maar dat een vijand in de nacht onkruid heeft gezaaid. De vijand kan dichtbij zijn en verwarring zaaien, twijfel, onrust en haat.

Jezus zelf legt zijn eigen parabel verderop in dit evangelie uit. Het Rijk Gods kan in gevaar komen als vijanden van God – kinderen van het kwaad genoemd – het goede zaad dreigen te overmeesteren. Dat goede zaad zijn de kinderen van het rijk der hemelen, die bereid zijn offers te brengen om de rijke oogst te ontvangen, als eens de Mensenzoon het oordeel velt. Het is een allegorische uitleg, gericht op het eindoordeel, en maakt de tegenstelling goed en kwaad pijnlijk duidelijk. Nuances zijn er niet in te ontdekken, grijstinten evenmin.

Hoe komt dat? De tijd van het ontstaan van het Evangelie van Mattheus was een onzekere en bange tijd, waarin er stelling genomen moest worden, voor of tegen Jezus. Daar stond of viel de verkondiging van dat Rijk van God mee. Je was voor of tegen Hem, en het eindoordeel was ermee gemoeid. 

Tarwe en onkruid. Beide groeien samen op. Want al zijn mensen goed geschapen, het kwaad groeit ook naarmate het goede groeit. En als de knechten vragen of het onkruid verwijderd moet worden, dan klinkt ineens ook een milde toon van Jezus, die aanraadt om zowel tarwe als onkruid samen te laten opgroeien. Aan het einde, als de oogsttijd is aangebroken, zal duidelijk worden, wat het onderscheid is, en kan het kwaad worden weggenomen. Want dan draagt het goede vrucht en brengt vele vruchten voort. En aan die vruchten herken je..

Goed en kwaad groeien steeds door elkaar heen. In ons. Als je het kwaad uit alle macht in jezelf wilt bestrijden, dan loop je wellicht het risico dat je ook het goede in jezelf aantast, als je zo fanatiek de gebreken en fouten in jezelf wilt tegengaan. Dus: niet direct optrekken tegen het kwade, maar met beleid en tact reageren, zowel naar jezelf als naar anderen. 

Wat je momenteel dwars zit, hoef je niet aanstonds uit te bannen. Dan komt het waarschijnlijk hard terug. Het moet zelfs tijdelijk worden aanvaard dat ook kwaad, het ontbreken van goed zegt Thomas van Aquino, deel van je leven kan zijn. Maar blijf wel vertrouwen houden dat het goede tot wasdom kan komen: behoed het en koester het goede, en schoffel dat kwaad niet tegelijk onder. Want dan kan het opnieuw opkomen op momenten dat je het niet kunt gebruiken.

Laat dus beide, tarwe en onkruid, maar opgroeien zegt Jezus, dan zul je zien wat in rijpe jaren aan jou in onderscheid is gegroeid. Dan heb je inzicht ontvangen, ben je ervaringen wijzer geworden en zie je dat de macht van het kwaad niet sterker is, dat het kwaad het goede niet heeft overwonnen.

Belangrijker dus, dan de vraag van de knechten waar dat onkruid vandaan komt, is de vraag hoe wij ons tegenover het kwaad verhouden? 

Hoe gaan wij er mee om? Mensen die de vraag naar het kwaad in de wereld stellen, zullen waarschijnlijk beseffen dat het kwaad in iedere mens huist, hoe onschuldig ook. Wij zijn van goede wil, lopen soms over van goede bedoelingen, die toch verkeerd kunnen uitpakken. We zijn niet vrij van het kwaad als we in onze binnenkamer blikken. Op die bodem van onze ziel ligt ook vuil en onrecht, weerstand en eigenbelang. Zonde kan ons aanvreten zodat ons bestaan gebroken lijkt. Moeten wij God nu vragen om een grote zuiveringsactie te houden, grote schoonmaak in onze ziel en de zonde met wortel en tak uit te roeien? Of doen we er beter aan om een andere methode toe te passen, het kwade durven aan te zien, in vergelijking steeds met het goede in ons, en ze samen te zien groeien.

Maar dat betekent geenszins het kwaad als zelfstandige macht te aanvaarden. Onverschilligheid tegen het kwaad wordt nergens aangeraden, integendeel. Overwin het kwade door het goede lijkt Jezus te zeggen, maar gebruik je verstand en neem je verantwoordelijkheid om het kwaad – of gebrek aan goede - in de ogen te zien, er niet voor weg te lopen noch te negeren. Zie het aan, en bestrijd het met de groeikracht van het goede in je.

Als het goede niet belemmerd wordt in zijn groeikracht, moet het kwaad het als het ware gaan afleggen tegen dit goede. Dat is het vertrouwen dat Jezus ons geeft. We zijn allen geboren om te groeien naar het licht, en als tarwe brengen we rijpe vruchten voort die ons en anderen voeden. God heeft zich als zaad in ons hart gelegd en wil tot leven komen, en groeien totdat ons hele bestaan is doortrokken van zijn genade. Laten we Hem de tijd geven, en onszelf geduld gunnen om ons leven te wegen in die groeikracht naar het goede, te midden van veel wat op onkruid lijkt.

Het Koninkrijk der Hemelen is in de kiem aanwezig in iedere mens, het groeit als tarwe in verborgenheid, te midden van onkruid. Maar de kiemkracht ervan is verrassend groot en sterk, kan met gemak alle twijfel en ongeduld, alle wantrouwen, pijn en angst wegnemen die met groei gepaard zullen gaan.

Amen.