Overweging van René Klaassen.

Lezingen: 26, 2, 7-9, 12-13, 22-23; Lucas 6, 27-38.

Thema: Steeds weer hetzelfde zeggen.

De geschiedenis herhaalt zich. Gevleugelde woorden en gemakkelijk gezegd, maar ze maken het broodnodig om steeds weer hetzelfde te blijven zeggen. Steeds weer hetzelfde zeggen. Het is de titel van een lied dat binnen deze muren vaak gezongen is. En met overtuiging. De overtuiging dat het nodig is om steeds weer opnieuw in de uren dat we hier verzameld zijn de kernboodschap van ons geloof te laten klinken. En steeds weer opnieuw, wordt het in een wekelijks ritme en liefst nog frequenter, door een pallet van voorgangers gedeeld : Steeds weer hetzelfde zeggen ; de liefde overwint, gelukkig wie erin gelooft en metterdaad begint. Dit liefdeslied, ik weet het niet helemaal zeker meer, hebben we wellicht in mijn eigen huwelijksmis gezongen. Ik vond en vind het mooi vanwege de krachtige boodschap. Het bracht en brengt de kern van waar het in de wereld om draait bij elkaar in de verschillende coupletten : de liefde overwint, de liefde breekt geweld, de liefde is veel waard, de liefde kent geen haat. En in het refrein werd dat onderstreept door de tekst: vervul de wet, een referentie aan Mozes, bemin elkaar en doe dan maar wat je hart je zegt.

 

En precies dat is het wat me toen, in de hoogtijjaren van het jongerenkoor, raakte en nu weer bij me boven kwam toen ik de tekst van Samuel weer herlas. U hebt een wat versnipperde versie van dit verhaal gehoord, want de complete versie is langer dan de gemiddelde overweging. Even in het kort: Samuel wordt als kind, als knechtje van de priester Eli al door God geroepen. Dan gaat hij naar de Hogepriester maar die is niet degene die hem roept. God roept juist hem omdat Hij hem nodig heeft in de zoektocht naar een betere koning voor het Joodse volk dan Saul. Samuel vindt de herdersjongen David en die komt als gezalfde terecht aan het hof van koning Saul. Die ziet hem als bedreiging en staat David naar het leven. Die gaat op de vlucht en Saul gaat achter hem aan. Zwaar bewapend en uiterst dreigend. De vergelijking met onze dagen is niet ver weg …. En dan gebeurt wat we zojuist hoorden.

David neemt in de nacht bij het hoofdeinde van de slapende Saul, zijn koning, twee voorwerpen  weg. Zijn koning, de koning waarvan hij op dit moment in zijn leven al weet dat hij hem, wanneer hij zich aan Gods opdracht houdt op een dag zal opvolgen en zelf de koning van zijn volk zal zijn. Hij ontneemt hem zijn lange afstandsraket, zijn lans. Na het doden van de Filistijnse reus met zijn slinger wist hij als geen ander hoe belangrijk een wapen op afstand kon zijn…. Hij ontwapent hem zo symbolisch en … misschien nog wel meer veelzeggender : zijn waterkruik. Hoezo ? Is op die plaats, de woestijn van Zif, water niet het meest belangrijke element om jezelf in leven te houden? Je houdt het daar geen dag lang uit zonder water. David maakt Saul van hem afhankelijk en ondanks de open kans die hij heeft om van hem af te komen, doodt hij hem niet, maar laat hem in leven. David toont zich al op jonge leeftijd een wijs mens. In al zijn kwetsbaarheid durft hij toch zichzelf te blijven en houdt zich aan de wet. Alle soldaten die het zien en erbij zijn worden geraakt door wat er van David uit gaat, door de blik in zijn ogen, de openheid van zijn gezicht, hij draagt geen helm of wapens, maar hij heeft wel woorden: ‘Hier is uw lans, koning, laat een van uw mannen hem maar komen halen. De heer vergeldt ieders rechtschapenheid en trouw. De heer had u vandaag aan mij overgeleverd, maar ik heb mijn hand niet willen opheffen tegen zijn gezalfde. Kortom hij vervult de wet, de wet van Mozes, de wet van heel het volk. En dat maakt indruk en dat brengt hem uiteindelijk ook het Koningschap.

Dan worden we gedwongen door de keuze van de lezingen een geweldige sprong in tijd te maken. Van de dagen van David naar de dagen van Jezus. 

Van Lucas horen we zonder enige verdere inleiding direct nogmaals hetzelfde. Jezus zelf is aan het woord        : steeds weer hetzelfde zeggen : de liefde overwint  … heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten, zegen hen die je vervloeken en bid voor degenen die je smaden. Slaat iemand je op de wang, bied hem dan ook de andere, en pakt iemand je jas af, u hebt het gehoord. Ik mocht willen dat Poetin en Lukatsjenko nu hier zouden zijn en Nederlands verstonden ….

Ik ga mee in de stroom van het lied : steeds weer hetzelfde zeggen en ik zeg dan ook weer hetzelfde :  Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is. Werp je niet op als rechter, dan zullen jullie niet berecht worden. Veroordeel niet, dan zullen jullie niet veroordeeld worden. Spreek vrij, dan zullen jullie vrijgesproken worden. Geef, dan zal jullie gegeven worden. of nog concreter: Wees je bewust, dat alle gebeurtenissen in ons leven ons iets willen leren en een les bevatten. Wie bereid is aan deze lessen te groeien en te rijpen, hoe pijnlijk ze soms ook zijn, die wordt een wijs mens van wie vrede uit gaat.

Wees eerlijk en overschreeuw jezelf niet. 

De geschiedenis herhaalt zich. Gevleugelde woorden en gemakkelijk gezegd, maar ze maken het broodnodig om steeds weer hetzelfde te blijven zeggen. Moge een oorlog ons bespaard blijven ….

Amen.