Overweging van Hans Hamers o.p.

Lezingen: Handelingen 2, 1-11; en Johannes 20, 19-23.

Pinksteren, het kneusje onder de kerkelijke feesten, zo las ik laatst. Vanaf Kerstmis wordt het ook steeds geheimnisvoller en dus moeilijker om dat uit te leggen aan niet-gelovigen. De geboorte van Jezus is heel menselijk, zijn sterven aan het kruis ook, maar het wordt al snel lastiger om te spreken over de verrijzenis, hemelvaart en uitstorting van de heilige geest. Hoe dan wel? De lezingen van vandaag vertellen ons daar wel iets over, hoe we vandaag het gebeuren van Pinksteren, het ontvangen van de heilige geest, mogen verstaan om erover te kunnen spreken. 

Als ik de teksten uit Handelingen en Johannes lees, dan springt een aantal zaken er wel uit. Als eerste de aanwezigheid van een hele schare volken. De gebeurtenis van de neerdalende vurige tongen op de leerlingen en het daaropvolgende ‘wonder’ van de woorden kunnen verstaan in de eigen taal; het is gericht op de gehele mensheid. Een gebeurtenis van universele betekenis. En waarover spraken zij dan? Over de grote daden van God. Dus aan heel de wereld verkondigen over de grote daden van God. Hier begint de christenheid.

De evangelist Johannes verhaalt over Jezus bezoek aan de leerlingen; ook een Pinkstergebeuren. Met andere bijzonderheden. Het is duidelijk, dat de leerlingen geloven dat degene die aan hen verschijnt, en hen vrede wenst, de verrezen Heer is. En Jezus zegt het heel duidelijk, dat hij de leerlingen zendt, zoals hijzelf, Jezus, ook door de Vader is gezonden. Jezus ademt vervolgens over hen. De adem die staat voor de Geest, en de leerlingen ontvangen de heilige Geest. En om te benadrukken hoe onvoorwaardelijk deze verbintenis is, zegt Jezus, dat als je iemand zonden vergeeft, dan zijn ze ook vergeven. Met andere woorden, van de Vader, door Jezus Christus en de heilige Geest; zo handelt God. Als wij als volgers van Jezus in geloof een ander vergeven, betekent dat God vergeeft. Zo werkt God in/door de mensen. Het is duidelijk: het gaat om in geloof te ontvangen, om je gezonden te weten, en te handelen, dan wel te verkondigen.

Zo zou je wat over Pinksteren kunnen uitleggen aan niet-gelovigen.

Bent u tevreden om met deze woorden ter overweging bij Pinksteren? Eerlijk gezegd, ikzelf ben er maar half tevreden mee. Het klopt denk ik wel, maar al werkende in de voorbereiding, werd het gevoel steeds sterker dat ik ….. nou ja, meer vuur zou mogen brengen. En dus wil ik u een nu een persoonlijk ‘Pinksterverhaal’ vertellen. Ik aarzel wel een beetje om het vertellen, maar doe het toch.

Even eerst wat context. Naast het werk voor de parochie ondersteun ik af en toe als pastor/geestelijk verzorger palliatieve, meestal ook terminale, patiënten die thuis gaan sterven. Dat gaat via een aparte stichting. Zo kwam ik afgelopen najaar bij een man, buiten Nijmegen, geen parochiaan dus. Ik noem hem voor het gemak maar even Paul. In het eerste gesprek, na kennis gemaakt te hebben, vertelde Paul me over zijn leven, wat voor werk hij had gedaan, zijn familie, zijn liefhebberijen zoals lange natuurwandelingen maken, maar ook over zijn zorgen in het zicht van het naderende einde. Tweede gesprek afgesproken, maar dat werd een paar dagen tevoren afgezegd. Hij was te ziek. Toch werd ik op de afgesproken dag gebeld of ik alsnog wilde langskomen, diezelfde dag. Het ging slecht met Paul. Eerder had hij mij al verteld dat hij van de katholieke kerk niets meer moest hebben. Maar hij zei wel: ‘Er is wel iets meer dan dit hier, iets groters’. Dat was vaak zijn ervaring tijdens zijn natuurwandelingen. Daar raakten we elkaar spiritueel. En wat er toen gebeurde ….. Paul vroeg me indirect om samen te bidden. Toch verbaasde me dat nogal. Maar we gingen samen bidden, en als vanzelf, ik kon eigenlijk niet anders, heb ik hem de handen opgelegd. De woorden daarbij kwamen gewoon in me op, ik weet het niet meer precies. Het was kort en heel intens, voor Paul, voor zijn zus die er ook bij was, en voor mij.
Meer was er niet te doen, en ik ben gegaan. En toen …. onderweg in de auto, toen kwam ik tot het besef, dat …… ik bij Paul wel was geweest, maar ik had het niet alleen had gedaan, sterker ….. ik besefte ineens dat de Geest mij had ‘geholpen’, of ‘in/door mij gewerkt’! Mijn professionele trots maakte plaats voor een gevoel van nederigheid. 
Ik kan u zeggen dat ik met een grote glimlach en natte ogen verder naar huis ben gereden. De volgende dag werd ik gebeld door de wijkverpleegkundige dat Paul ’s nachts was overleden. Ze zei: “Hij heeft het op eigen kracht gedaan, geen euthanasie, geen sedatie”.

Dit is mijn ‘Pinksterverhaal’. Een persoonlijk verhaal. De aarzeling om daar zo nu over te vertellen is er nog steeds. Het is zo persoonlijk. Past het wel om daar zo publiek over te spreken? Ja heel persoonlijk, maar het Vormsel was dat ook als je wordt bevestigd in je doop en geloof met de woorden “Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods”. Vandaag in deze Pinksterviering hernieuwen we dat, maar niet op een persoonlijke manier zoals we wel doen met Pasen bij de hernieuwing van de doopbeloften. Dus, waarom niet aan elkaar ons persoonlijke pinksterverhaal vertellen? Dat kunnen we doen, om te beginnen hier binnen onze Effata-gemeenschap. Daarmee sterken we elkaar.

Uit de gelezen schriftteksten die we vandaag hebben gelezen komt heel nadrukkelijk naar voren dat het niet de bedoeling is voor de leerlingen om de ervaringen met de vurige tongen, de verschijning van Jezus die de geest over hen blaast, voor zichzelf, binnen de eigen groep te houden. Nee, heel de wereld moet het weten. Zij worden gezonden. Wij zijn gezonden.

Hopelijk kunnen we inde komende maanden weer onze activiteiten in de gemeenschap starten, en dan denk ik nu ook aan het verzamelen en vertellen van en luisteren naar persoonlijke Pinksterverhalen. Want, het hart mag regelmatig in vuur en vlam gezet worden.

Moge het zo gaan.