Overweging van Hans Hamers o.p.

Jesaja 9, 1-3, 5-6; Lucas 2, 1-14.

Zojuist hebben we geluisterd naar het klein kerstoratorium van Oosterhuis en Oomen. Daarin zijn teksten (vrij naar) van de profeet Jesaja, de evangelisten Johannes en Lucas te horen. Lucas vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus. (“In die dagen werd een bevel uitgevaardigd….”), met Johannes wordt gezegd wat de betekenis is van Jezus aanwezigheid hier op aarde (“In den beginne was het Woord,…”) waarbij het Woord staat voor Jezus. En de profeet Jesaja spreekt over wat er moet gaan komen. Er wordt bij Jesaja, honderden jaren vóór Jezus geboorte, een visioen ontvouwd,; dat er vrede en gerechtigheid zal zijn, zwaarden worden omgesmeed tot ploegen, de panter naast het bokje ligt en het kind steekt zijn hand in het nest van de slang. Niets zal het kind deren. Er wordt een beeld opgeroepen van een toestand, dat eens ja … eens zal alles weer goed zijn en dat het glorierijke Israël weer hersteld zal worden. En dat zal worden bewerkstelligd door een van God gezonden nieuwe koning, een Messias, die in de moederschoot al geroepen is. Wij lezen dit nu met Kerst. Als wij dat nu horen dan kan het haast niet anders dat die woorden van Jesaja naar Jezus wijzen, zíjn komst verkondigen. In de tijd van Jesaja werd uitgezien naar een nieuwe koning die het volk Israël weer glorierijk zou maken. 

Als zo’n visioen dat alles goed zal komen verkondigd wordt, welke impact heeft dat? Het kan diepe indruk maken, en raken aan waar mensen al heel lang hartstochtelijk naar uitkijken. Massa’s kunnen in beweging komen. Moderne voorbeelden zijn hiervan ML King (“I have a dream”), Nelson Mandela, en ook de golf van hoop toen Obama aantrad als president van de VS. Een enorme kracht ligt zo’n visioen, ook dat van Jesaja. En hoe anders is dan het verhaal van Lucas. Van een klein kind, onder armoedige omstandigheden geboren, arme sloebers van herders erom heen. Dat correspondeert niet met het visioen van Jesaja, dat een koningskind wordt geboren. En van dat armoedige kind wordt dan ook gezegd, dat ons een redder is geboren. “Een redder is ons geboren”, dat zijn woorden van na het optreden van dat kindje Jezus als volwassen man, inclusief zijn kruisdood. Daar hoorde we zojuist de evangelist Johannes over, dat het Woord = Jezus, zoon van God, onder ons mensen heeft gewoond. Die grote woorden Redder, verstaan wij nu dus met in het licht van de overgeleverde ervaringen van de volgelingen van Jezus van Nazareth en de betekenis van hem. En zo zien we dat van twee kanten in de tijd naar deze nachtelijke geboorte kijken, zij het vanuit verschillende perspectieven, vooruitkijkend en terugkijkend.

Vooruitkijkend het visionaire perspectief vanuit een politieke hopeloosheid, en het perspectief van het redden, (is dat woord wel gepast?), verheffen van het volk van Israël en het bij God brengen van alle volken van de aarde. En terugkijkend, zo ontzagwekkend dat de Jezus-volgers een nieuwe jaartelling begonnen zijn bij de geboorte van Jezus. Het is van een alomvattende kosmische betekenis, omdat met Jezus optreden ons ieder persoonlijk aangezegd is dat we mogen vertrouwen op Gods genade, dat zonden uitgewist, mogen delen in zijn eeuwig leven, en vrede en gerechtigheid voor allen, het Koninkrijk van God. 

Met de geboorte van Jezus weten we gelovig dat God zich tot ons mensen heeft gekeerd op een manier die tot dan ongekend was, namelijk God is mens geworden. In de mens Jezus laat God zich zien, laat Hij zien dat hoe hij met ons mensen begaan is. Als we ons dat realiseren nu met Kerst, is dat eigenlijk een aanvuren van het verlangen dat naar die toestand van het visioen dat eens, … ja eens alle leed geleden is, en alle tranen gedroogd, vrede en gerechtigheid voor alle mensen, geen honger meer, geen verdriet. Wij bewijzen onszelf als mensheid en ook ieder persoonlijk, een goede dienst om te leven vanuit dat verlangen. Verlangen als  leven met het visioen voor ogen. En dat is intens religieus.

Zoals gezegd, nu met het vieren van de geboorte van Jezus, met Kerstmis, laten we ons het verlangen aanvuren, maar straks in januari: hoe houden we het verlangen brandend? Al snel zijn velen van ons weer in beslag genomen dagelijkse beslommeringen, werk, school, zorg, van alles. Was het maar alle dagen kerst, zou je kunnen gaan denken. Engelen, die je vanuit de hemel oproepen, vertonen zich niet veel meer aan de hemel. Dus daar op wachten heeft weinig zin. 

Maar toch, ….. misschien is het wel alle dagen een beetje kerst, want ook nu mogen we erop vertrouwen dat God zich met ons mensen inlaat, heeft ie altijd gedaan. Het is maar hoe je er zelf tegenaan kijkt, dus de wereld om je heen waarneemt. In het begin noemde ik MLK en Mandela als visionairen, onzetijdse profeten. Zulke mensen staan nog steeds op bij tijd en wijle, grote en kleine profeten. Als we goed om ons heen kijken, ook anders kijken, waar en God zich concreet laat zien in de mensen direct om ons heen, in waar we geloof, hoop en liefde, vooral die laatste, tegenkomen. Laat ons zo elkaar hier in deze geloofsgemeenschap en ook daarbuiten elkaar houden op de weg van leven met het visioen voor ogen dat eens er geen lijden meer is maar vrede en gerechtigheid voor allen.