Overweging van Hans Hamers o.p.

Colossenzen 1, 12-20; en Luk 23:35-43.

Thema: Christus, Koning van het heelal. 

Vandaag het feest van Christus, Koning van het Heelal. Dat zijn geen kleine woorden. Het is ingesteld door de paus in 1925. Vooral als reactie op het toenemend atheïsme en secularisering en om het soevereine gezag van Christus te benadrukken dat veel groter is dan deze wereld. Daarom, Koning van het Heelal, groter kun je het niet maken. En toch, wij weten ook wel dat het om een heel ander koningschap van Christus gaat dan wat koningen, presidenten en politieke leiders plegen te doen.

De timing van dit feest is ook wel mooi. Als laatste zondag van het kerkelijk jaar, in een grand finale wordt Christus als Koning geportretteerd. Volgende week beginnen we weer heel klein, in afwachting van de komst van het Jezus-kind. We zullen dan weer met alle feestdagen de cyclus van Jezus leven nabeleven. Vandaag het koningschap van Christus. Wat zeggen de schiftteksten van vandaag hierover?

De eerste lezing volgens het lectionarium, wij hebben die tekst niet gelezen, gaat over hoe David koning wordt over Israël. Hij is het bijbels rolmodel voor een goede wereldse koning: een echte leider, en aangesteld en gezalfd ten verstaan van God. Jezus komt voort uit Davids geslacht maar zal toch een heel andere koning blijken te zijn.

In de brief aan de christenen van Kolosse wordt benadrukt wat de andersheid van Christus’ koningschap is ten opzichte van gewone koningen zoals David. Paulus, maakt met grootse woorden duidelijk de alomvattendheid van Christus, de geliefde Zoon: zoals eerstegeborene, zichtbare en onzichtbare, bestaat vóór alles, oorsprong, eerstgeborene uit de doden, volheid. Het hele universum in ruimte tijd en alle mogelijke dimensies die er nog zouden kunnen zijn, worden met Christus’ koningschap ingesloten. Toch, denk ik, is dit niet écht waar het om gaat in dit tekstfragment. In de laatste twee verzen staat: “Want in Hem heeft heel de volheid willen wonen om door Hem alles met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten, om alle wezens in de hemel en op de aarde door Hem te verzoenen.” Het kernwoord hier is ‘verzoenen’. Christus, als de grote verzoener. Wat wil dat zeggen, ‘verzoenen’? Verzoenen gaat over herstel van relaties, persoonlijke relaties, herverbinden. Goede leiders, koningen doen dat, ook nog in onze tijd. Ik denk dan altijd aan koningin Beatrix die de Bijlmerramp bezoekt. Wanneer in de samenleving zaken gebroken of verbroken zijn, door bv natuurrampen, dan wordt met authentieke betrokkenheid, de mensen een hart onder de riem gestoken. Er wordt solidariteit getoond. Het koningschap van Christus is volgens Paulus een verzoenend koningschap, in een koninkrijk van verzoening. De vraag dringt zich op, verzoening van wie met wie met wat. Hoe dan? In de Colossenzen-brief, die laatste verzen staat het wel, maar behoorlijk ver van mijn bed, erg abstract.

In de evangelietekst van Lucas wordt dit alles nog eens aangescherpt aan de hand van een concrete gebeurtenis. Drie keer wordt Jezus, de koning van de Joden, die woorden hangen boven het kruis, uitgedaagd zichzelf te redden. Moet toch kunnen als je zo machtig bent! Dat is blijkbaar het minimum van wat een koning moet zijn, zelfredzaam. De uitdagers hebben het beeld van de ‘gewone’ wereldmachtige koning voor ogen. In de dialoog van Jezus met de tweede misdadiger blijkt die andersheid. Die tweede misdadiger kíjktkt anders naar Jezus, vanuit zijn ziel, en ziet niet een gewone koning, die zichzelf zou moeten kunnen redden, maar hij ziet een ander koningschap. Wat maakt dat hij zo kan zien, wordt niet gezegd. Het charisma van Jezus, zijn geloof, zijn berouw? In ieder geval kunnen we lezen dat ín de dialoog verzoening plaatsvindt, de relatie tussen de tweede misdadiger en Jezus, God als je het zo wilt zien, wordt hersteld met de woorden dat hij vandaag nog met Jezus in het paradijs zal zijn. Ultiem herstel, herstel van de relatie met God. En dat wordt niet aan ons duidelijk gemaakt via een tempelcultus, of een leerstuk, maar in het verhaal van de minste die zich in de andere minste, meest vernederde, Jezus, de koning ziet die hem meeneemt naar een koninkrijk dat nog verborgen is, overal in het Heelal.

Juist in die uitzichtloze situatie breekt het besef door, dat werkelijke verlossing of redding door ultieme verzoening met God, het mogelijk is vanuit een situatie die hopeloos is, wanhopig, juist omdat het van een andere wereld is. Want Hij die ons daarnaar toe leidt is van een andere wereld.

Moge wij ons door laten leiden naar het rijk van verzoening.