Overweging van Ineke van Cuijk OP

Lezingen: 1 Kon. 19, 16b. 19-21   Lucas 9, 51-62

THEMA: KIJK ME AAN DAN NEEM IK JE MEE.

Kijk me aan dan neem ik je mee….die oproep klinkt vandaag in vele opzichten. In het 1e boek Koningen vinden we een hele verhalencyclus van Elia. Daar klinkt herhaaldelijk die oproep in verschillende varianten. 

In hoofdstuk 17 wordt Elia geroepen en gaat hij naar het dal van de Kerit, daar moet hij zich verborgen houden en kan hij water drinken uit de beek en krijgt hij te eten van de raven. De bijzondere ontmoeting met de weduwe van Sarefat is een van de verhalen in de lezingencyclus van onze kerk. Maar koning Achab en koningin Izebel dienen de god van Baäl en dat levert veel strijd op. Op een gegeven moment krijgt Elia te horen dat koningin hem naar het leven staat en hij vlucht. Bij de bremstruik in de woestijn gaat hij teneinde raad liggen en hij zegt: ‘het wordt mij teveel, laat mij sterven’.  Maar God roept hem opnieuw en via een engel krijgt hij te eten en te drinken en gaat hij op weg naar de berg Horeb. Daar ontmoet hij God in de zachte bries. Dan krijgt hij de opdracht Elisa, de zoon van Safat te zalven tot zijn opvolger. Hij vindt Elisa, die aan het ploegen is. Zij kijken elkaar aan (wellicht) en Elia werpt zijn profetenmantel om de schouders van Elisa. 

Een teken – een profetische handeling: God roept u. God kijkt je aan en nodigt je uit Hem te volgen en Hem te helpen bij het verwezenlijken van zijn plan om het heil in de wereld te realiseren. God legt zijn Geest als een gewaad om je heen. Elisa begrijpt wat er gebeurt en hij weet dat het dienen van Gods zaak belangrijker is dan de twaalf spannen ossen, belangijker dan zijn werknemers, belangrijker dan zijn velden. Hij wil Elia volgen. Maar dan bedenkt hij zich. En hij vraagt of hij afscheid kan nemen van zijn vader en moeder. Hierop zegt Elia: voel u vrij. Ik verplicht u tot niets. God dwingt niemand in zijn dienst. Elisa neemt dit blijkbaar ter harte en maakt tijd voor een afscheidsritueel, hij slacht twee ossen, hij kookt het vlees op het hout van de jukken en hij geeft zijn werkvolk te eten. Dan is hij klaar om Elia te volgen.

In het Evangelie van vandaag klinkt het allemaal veel radicaler. Zelfs onmenselijk soms. Jezus’ oproep om er tussen uit te knijpen zonder je huisgenoten gedag te zeggen, ook al is het om een profeet volgen – doet ons/mij wel wat schrikken en dat vraagt nogal wat. Hoe kun je dat nu rijmen met het respect voor mensen dat Jezus ook predikte? En dan dat ‘laat de doden hun doden begraven’. Hoe kan Hij dat nu zeggen tegen iemand die Hem wel wil volgen, maar die even uitstel vraagt omdat hij zijn vader netjes wil begraven? Geldt ‘eer uw vader en uw moeder’ soms niet voor Jezus? Hoe zou Jezus dat bedoeld kunnen hebben. 

Lucas laat ons in zijn openingszin daar iets van zien. ‘Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem’. Met deze woorden en vooral deze toonzetting kunnen we al begrijpen dat het niet zo maar een reisje is. In Jeruzalem moet de tocht – de roeping van Jezus – tot voltooiing komen. En daarom gaat Jezus vastberaden op weg. Nu het nog kan, wil Hij zijn vrienden duidelijk maken waar het Hem om gaat. Zij moeten daar niet te licht over denken. En daarom probeert Jezus met puntige gezegdes en aansprekende beelden zijn ideeën over te dragen. Kijk me aan en dan neem Ik je mee  --  volg Mij.

Overdrijven en choqueren waren daarbij, zeker in het Oosten van die dagen, geoorloofde literaire middelen. Als iemand uit het gezelschap ‘wellicht in een bui van religieuze flinkheid zegt: ‘ik zal u volgen. Waarheen Gij ook gaat’, wijst Jezus hem er fijntjes op dat de volgeling wel een dakloze volgt. Want Jezus heeft geen eigen huis, geen eigen bed waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen. Weet waar je aan begint. Als een ander zegt: Ik volg U maar geef me even tijd om mijn vader te begraven’,  krijgt die persoon als antwoord ‘laat de doden de doden begraven’

Daarmee roept Jezus die volgeling op zijn blik te richten op Het Leven en niet op de dood. Want het Koninkrijk van God is gericht op ‘tot leven komen’ voor mensen. En als een derde zegt: ‘ik zal U volgen maar laat me eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten, ook dan klinkt er een waarschuwing uit Jezus’ mond: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods. Wie achter een ploeg loopt, weet dat hij heel goed moet opletten – een ploeger moet altijd voor zich kijken anders trekt hij een scheve voren in het land of slaat hij zijn ploeg kapot op de stenen.

Wie Jezus wil volgen, moet een nieuwe mens worden. Niet te veel achterom kijken, niet allerlei bedenkingen maken maar wanneer hij of zij geroepen wordt, op die uitnodiging ingaan en zeggen – Hier Ben ik……..

Dat kan en mag ‘in het groot en in het klein’. We hoeven niet allemaal een groot profeet te worden. Je kunt ook geroepen worden om een goede vader of moeder te zijn. Geroepen om een handige timmerman, een kundig huisarts, een liefdevolle schooljuf, een integere politieagent te zijn, een sportieve voetballer, een enthousiast koorlid, en ga zo maar door. Geroepen om jouw eigen talenten ten volle te benutten en JA te zeggen.

Dat wij elkaar kunnen bemoedigen en sterken om de hand aan de ploeg te slaan en zo met onze woorden en daden Het Koninkrijk van God gestalte te geven.

Kijk me aan – dan neem Ik je mee

Moge het zo zijn.