Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Jozua 5, 9-12 en Lucas 15, 1-3.11-32

Thema: Handen heb je ...

“En zij vierden Pasen op de 14 e dag van de maand, in de avond. En de dag na Pasen, juist op die dag aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat uit het land zelf aŅomsƟg was” Zij vierden de bevrijding uit de slavernij: vrijheid, vrij zijn, en in het land waarvan zij geloofden dat het hun land was, door God beloofd en geschonken.

De realiteit is, dat velen in dat land niet vrij zijn en voortdurend hun eigen land wordt betwist en afgenomen.

De realiteit is, dat vandaag en iedere dag miljoenen mensen op de vlucht zijn uit het land waarvan zij geloofden dat het hun eigen land was, miljoenen mensen op deze wereld die niet weten waar ze Pesach, Pasen zullen of mogen vieren: vrijheid, vrede, er mogen zijn, mogen zijn wie je bent.

“Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: ‘de God van uw vaderen zend mij naar u’, en zij vragen: ‘hoe is zijn naam?’ Wat moet ik dan antwoorden?Toen sprak God tot Mozes: ‘Ik ben die er is’.”

Dit hoorden we vorige week hier in de viering Gods naam – en in de bijbel is de naam het wezen van iemand: Gods naam: Ik ben er, Ik zal er zijn, of prachƟge vondst van Kees Waaijman: WEZER.

De hele week heb al deze aĩeelding vóór mij op m’n bureau staan: het is een fragment van Rembrandts schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’. De katholieke priester en professor Henri Nouwen was gefascineerd door dit schilderij en schreef er een boek over met de Ɵtel: ‘Eindelijk thuis’. Hij beschrijŌ daarin uitvoerig de hoofdpersonen in het verhaal, de vader en de twee zonen, maar komt uiteindelijk tot de conclusie, dat ‘het echte middelpunt van het schilderij wordt gevormd door de handen van de Vader; daarop is alle licht geconcentreerd; daarop zijn alle ogen van de omstaanders gericht. Ik lees dan:

“Hoe langer ik naar deze 'aartsvader' keek, des te duidelijker ik zag dat Rembrandt iets geheel anders deed dan God voorstellen als het wijze, oude familiehoofd. Het begon allemaal met de handen. Die verschillen sterk van elkaar. De linkerhand van de vader die de schouder van zijn zoon raakt, is sterk en gespierd. De vingers zijn gespreid en bedekken een groot deel van de schouder en de rug van de zoon. Ik kan een zekere druk zien, voor als in de duim. Die hand lijkt niet alleen aan te raken, maar met zijn kracht ook vast te houden. Ofschoon er een zekere tederheid spreekt uit de wijze waarop de linkerhand van de vader zijn zoon aanraakt, verloopt de aanraking toch niet zonder een stevige greep. Hoe anders is de rechterhand! Deze houdt niet vast en pakt niet beet. Hij is verfijnd, zacht en heel teder. De vingers liggen dicht tegen elkaar en zijn heel sierlijk. Deze hand ligt zacht op de schouder en wil alleen maar lieŅozen en strelen, troosten, bemoedigen. Dit is de hand van de moeder.” Voor Nouwen is het duidelijk: de Vader is niet zomaar een voorname aartsvader, hij is God, in wie zowel het mannelijke als vrouwelijke, vaderschap en moederschap ten volle aanwezig zijn, en het herinnert hem aan de woorden van de profeet Jesaia: ‘Zal een vrouw haar zuigeling vergeten, een lieĬebbende moeder het kind van haar schoot? En zelfs als die het zouden vergeten, Ik vergeet u nooit! Zie, ik heb u in mijn handpalmen gegriŌ.’

Ik weet het: allemaal interpretaƟes van Rembrandt en Nouwen, maar toch. Trouwens, ik vraag me bij dit verhaal steevast af: waar is moeder en waar zijn de zussen?

Ik moet nu ook denken aan een oud verhaal uit de 2 e wereldoorlog: over die gewonde soldaat die zijn toevlucht zoekt in een kapotgeschoten kapel. Zijn oog valt op het eveneens aan flarden geschoten kruisbeeld dat er nog hangt, zonder handen en voeten. Iemand schreef op de muur: Jullie zijn mijn handen en voeten.

Wij dus, naar Gods beeld geschapen, vader, moeder, man, vrouw, of van welk lhbƟ-gender dan ook, wij zijn Gods handen, en zijn gezonden om te zijn wie we zijn, om er te zijn, te wezen: WEES ER!

Hoe was het ook al weer, dat liedje dat we vroeger zo graag zongen?

“Handen heb je om te geven van je eigen overvloed, voeten heb je om te lopen naar de mens die eenzaam is, en een hart om waar te maken dat geen mens een eiland is.”

Eindelijk thuis . . . handen voelen, . . . veilig, vrij, mogen zijn wie je bent, wie je wilt zijn . . . Pasen vieren!

Moge het zo zijn.