Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Lucas 19, 29-40 en Jesaja 50, 4-7.

PALMPASEN.

Aan het begin van de Goede Week staat de bekende intocht van Jezus naar Jeruzalem. Hij is niet alleen, zijn verzamelde leerlingen, mannen en vrouwen vormen enkele honderden volgers die nu alles van Jezus verwachten. 

Jezus heeft immers een lange tijd met hen opgetrokken, en hen voorbereid op het komend Koninkrijk dat Hij in Jeruzalem wil vestigen. De menigte is aangezwollen, aangetrokken door alle wonderen die Jezus verrichtte, tot een grote omvang van enthousiaste en verlangende mensen. Een ding hebben ze gemeen: vrede en bevrijding van de macht van de bezetter door de stichting van een eigen onafhankelijk Koninkrijk, in de traditie van Koning David.

Lag de nadruk in het Evangelie van Marcus langere tijd op de conflicten van Jezus met de demonische machten die mensen klein en gevangen hield; nu verlegt zich het accent op de conflicten met de religieuze en politieke machten.

Niet voor niets staat die grote menigte volgelingen aan de voet van de Olijfberg: want daar zal volgens de profeet Zacharias de Heer zijn intocht nemen en de dag van het eeuwig Koninkrijk aankondigen. En die Heer zal naar hen toekomen in de gedaante van een mens, gezeten op een ezelsveulen, volgens diezelfde Zacharias. 

Zo zullen de inwoners van Jeruzalem hun nieuwe koning en Messias kunnen herkennen: gezeten op een ezelsveulen trekt Hij de stad in, zegevierend, rechtvaardig en nederig van hart. Jezus is niet de Mensenzoon of wonderdoener, Jezus is de komende in de naam van de Heer die als zoon van David zijn koningschap aankondigt. Op dat moment vangt dat nieuwe Koninkrijk ook aan.

Het is overduidelijk dat hier een revolutie op gang wordt gebracht, die tot grote onrust zal leiden bij de plaatselijke autoriteiten. Dit kan nooit goed aflopen.

Velen hebben zich later afgevraagd, hoe het nu toch mogelijk is geweest, dat binnen een week de kreten van ‘Hosanna’ – dat betekent: ‘Moge God hulp en verlossing geven’ – wijzigen in ‘Kruisig Hem’, en het lot van die messias-koning die zo trots zijn intrede doet in zijn vaderstad, bezegelt.

Een mogelijke interpretatie is dat Jezus en zijn schare volgelingen veel eerder de stad Jeruzalem binnentrokken. Niet een week voor Pasen, maar een half jaar eerder, tijdens het Loofhuttenfeest – Soekkot - , waardoor de palmtakken ook de functie krijgen waar ze voor dienen, namelijk: een dak van groen voor ieder die de komende Heer wil verwelkomen.

Jezus zou in die periode de situatie in Jeruzalem uitgebreid verkend hebben, zou de Tempel vele malen hebben bezocht; maar Hij zou zo geschrokken zijn van de woekerhandel rondom de tempel die het huis van Zijn Vader verontreinigde, dat Hij te langen leste ten strijde trok tegen het politieke en religieuze onrecht. 

En daarom als martelaar is gestorven, beseffende dat de druk van de politieke en religieuze machten zo groot is, dat alleen hulp van de eeuwige Vader uitkomst moest bieden. En tot op het einde van zijn leven heeft Hij stellig geloofd dat God Hem als Zoon van David, en erfgenaam van de koningstroon, zou redden door een eeuwig Koninkrijk van vrede op te richten.

Het is anders gelopen: de edelste en zuiverste wensen die mensen koesteren over een nieuwe orde, een nieuwe vrede waar gerechtigheid en liefde centraal staan, kunnen soms in hun tegendeel verkeren en het omgekeerde bewerken van hetgeen ze beoogden.

Dat is de les die we uit de politieke en religieuze geschiedenis kunnen trekken. Mensen verlangen in tijden van onzekerheid – onze tijd is er vast ook een – moreel en spiritueel leiderschap. 

Die is zeker te vinden – bv. onze bisschop toont keer op keer aan dat hij in de actualiteit van de samenlevingsproblematiek een authentiek christelijk geluid wil laten klinken. Daarin toont onze kerk zich gesprekspartner van allerlei groeperingen en bewegingen die de onrust over sociale en klimatologische zorgen versterken en ondersteunen wil. 

De les die we uit de intocht van Jezus kunnen leren en zijn enthousiasme over een naderende vrede die de politieke en religieuze wereld op zijn kop zal zetten is: dat we de verstikkende politieke correctheid die we als een deken over ons heen hebben gelegd, de zelfcensuur die we toepassen en de aanpassing die we steeds maar doen om erbij te horen, onszelf zo kleurloos en smakeloos maken, dat we er niet meer toe doen. 

Er zijn grote verschillen in onze samenleving, die doen er toe, er mag nog steeds gezegd worden wat je niet bevalt, zonder bang te zijn dat je uitgesloten wordt, of sancties vreest, alleen omdat je een mening deelt. 

Wij zijn het zout der aarde, laten we dat weten? De mening van Jezus en zijn opvattingen over God hebben Hem het leven gekost, omdat Hij niet wilde verzwijgen wat in zijn ogen onrecht was. Durven wij Hem in zijn radicaliteit ook te volgen, gezeten op die ezel?

Amen.