Overweging van Kees Scheffers.

Jeremia 31, 15-17 en 23-26; en Mattheus 2, 12-23.

Thema: Dromen en Visioenen.

Beste mensen, Om nu al vast te horen waar mijn overweging, mijn meditatie heen gaat, geef ik u nu al vast de laatste zin:  

'Als God duizend maal geboren wordt in het kind van Bethlehem, maar niet in ons eigen hart, wat heeft het dan voor zin gehad ?? '.

Als je naar het Evangelie luistert, dan schrik je toch heel erg van die kindermoord in Bethlehem. 

De adem wordt je benomen als je dit hoort.  Nauwelijks is de redder van de wereld geboren of er loert een tiran, een dictator, die er op uit is de pasgeborene te doden;    uit vrees voor zijn eigen troon.  

Het gevolg is vervolging, dood, vlucht, en eenzaamheid.  Iets wat natuurlijk ook nu, terwijl we Kerstmis vieren heel actueel is: oorlog, tirannie, honger, geweld tegen onschuldige mensen.

Volgens het verhaal denkt Mattheus bij  die verschrikkingen van de kindermoord aan :  de Babylonische ballingschap. Daartoe citeert hij Jesaja, het visioen, dat wij hoorden  in de eerste lezing.  Het roept voor hem herinneringen op aan Rama   en aan Rachel. 

Rama is de plaats waar gevangen Israëlieten naar toe werden gebracht alvorens ze in Ballingschap gingen. 

Rachel wordt gezien als de moeder van Israël, die weent om de dood van haar kinderen. Door te verwijzen naar Rama en Rachel bij Jesaja, geeft Mattheus ons ook een boodschap van hoop. In de andere verzen van Jesaja , zo hoorden we,  gaat het immers over thuiskomst en terugkomen in eigen land. Hoop voor de toekomst. Matteus ziet in Jezus ook tot vervulling komen wat de profeet Hosea heeft gezegd:   "uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen".  'Zoon' slaat op het volk Israël , de uittocht uit Egypte.   Mozes bevrijdde het volk uit , angstland Egypte.

En het woord 'Zoon' slaat ook op Jezus. Mattheus ziet Jezus als de verlosser, de bevrijder in zijn tijd. Mattheus heeft Jezus gezien en ervaren als de nieuwe Mozes. 

Kunnen wij in dat spoor van  Mozes  en  Jezus  , in een derde laag,  ook onszelf zien ? Kan ik ook verlosser zijn, bevrijder uit angst, 

voor iemand een nabije mens, die deuren opent, een thuis biedt, hoop, vertrouwen ? 

Wat mij ook opvalt in het verhaal zijn de dromen, de dromen. In de grote verschrikkingen is er toch die engel, een boodschapper van God.  Ik ervaar de dromen in het verhaal  als een teken van troost en hoop   in de confrontatie met de brute kindermoord.  Zo van :  God is er ook nog.

Ook in ons eigen leven kunnen dromen en visioenen veel betekenen.

Dromen verwijzen naar de wereld van de nacht, waarin je de greep op je leven verliest. En toch:   een mens kan niet zonder dromen. Dromen tillen sluiers op van wat overdag in nevelen gehuld is. Sommige mensen schrijven hun dromen op.   In het klooster in Huissen kun je meedoen in een workshop om te leren je eigen dromen te onderzoeken. Ook in een therapie kunnen dromen een rol spelen.

Er zijn in ons leven twee werkelijkheden, twee aspecten, namelijk de dag en de nacht.  De dag is ons verstand, de normale dagelijks logica, een redelijk geordende wereld    en   aan de andere kant is er de wereld van beelden en van  dromen  in de nacht. Slaan we de krant open, luisteren we naar de nieuwsberichten op radio en TV, dan bezien we de wereld met de ogen van de dag. Zoals ze ons heel gewoon en vertrouwd is. Maar als we verder kijken, onze ervaring meenemen in ons kijken, dan zien we ook dat onze wereld blijkbaar is gebouwd op egoïsme, op tirannie, op onderdrukking van het menselijke , op gewelddadigheid. En dat  is zo gewoon geworden, dat we bijna zijn afgestompt. 

Daarom, laten we nu samen nog een stap verder gaan, laten we eens . . . . . mediteren   in die andere wereld, de wereld van de nacht, 

de wereld van dromen, beelden en visioenen. 

De drie magiërs worden in een droom gewaarschuwd en zij gaan 

langs een andere weg   naar hun land  terug.      Een radikaal besluit.

Middels drie dromen van Jozef wordt Jezus gered en gaat Hij, via een boog om Jeruzalem heen, naar Nazareth in Galilea.  

In de wereld van de dromen geloven we dikwijls het minst. 

Maar . . . . .,  als , bij wijze van spreken,  er eens géén Jozef was geweest, die luisterde naar zijn dromen,   wat dan?

Droom-opdracht na droom-opdracht, geeft Jozef,  in ons verhaal, aandacht   aan dat wat overdag onverstandig wordt gevonden. 

Jozef heeft aandacht voor dat wat alleen maar voor de ogen van de nacht zichtbaar is. Hij luistert naar zijn dromen.  Ja, als er geen Jozef was geweest had het heil, had Jezus,  in deze wereld niet de minste kans gehad.

Altijd weer is het blijkbaar ook nodig om te luisteren naar wat de  donkere nacht van ons vraagt, namelijk:  ons op weg te begeven, zonder te weten waarheen, of    waar je uitkomt.  Jozef weet op geen enkele manier hoe het verder zal gaan in zijn leven. Plotseling is er in de droom die engel en wordt hij uitgenodigd om midden in de nacht op te staan en op te brekenom de wereld van de dood te verlaten. 

Wat hem in Egypte te wachten staat kan hij niet vermoeden en ook niet vooruit zien. Het enige dat hem bezig houdt is dat hij in een vreemd land  een woning zal moeten zoeken. En dat hij ver weg zal zijn van zijn bekenden en van de taal van zijn volk.  En daar, ver weg, zal hij ook afstand moeten doen zijn van zijn dagelijkse doen en laten, 

dat zo verstandig geregeld is en geordend in elkaar zit.

En zo komen we vanzelf nog dichter op ons eigen leven.

Willen wij ons leven vormen naar het voorbeeld van Jozef  ?? Okay? Zou het dan denkbaar zijn, dat ons leven dan ook altijd weer gaat van op-breken naar op-breken naar op-breken ?? 

Kun je je voorstellen, dat ons leven zo ook  een weg moet zoeken, 

overeenkomstig de opeenvolgende dromen,  zoals bij Jozef ? 

Vanuit de droomwereld is er  voor ons eigenlijk maar één enkele belofte. Niet dat we zouden kunnen uitrekenen,  of kunnen voorspellen,  wie we zijn en wat er in de toekomst van ons worden zal. 

Neenzo werken dromen niet, maar wel kunnen we , in de nacht,  in dromen, in een diepere laag,  ervaren, ja er op vertrouwen,  dat het Geheim , de Eeuwige, met ons is. 

Wel mogen we er dus op vertrouwen dat in die droom God bij ons zal zijn, om het even waarheen de dromen met hun boodschap ons leiden.

Of we nu thuis zijn, of ergens in een vreemd land: 

de engel van God zal bij ons zijn, wanneer we . . . naar hem luisteren.

Is dat een makkelijke boodschap?

Neen, eigenlijk zijn we bevreesd voor de spoken en de beelden van de nacht. 

Wij zijn er ook bang voor, dat alle zekerheden weg vallen, waaraan we ons altijd hebben vastgeklampt.  

Wij zijn er best bang voor om een leven te leiden,   dat alleen maar steunt op de onzichtbare tegenwoordigheid van God.

Neen, het is geen gemakkelijke boodschap die Mattheus ons  vertelt, MAAR   in het spoor van Jozef worden we uitgenodigd om de grenzen,  die we zelf leggen,  te overschrijden en de ketenen, die ons binden,  te verbreken.

Kunnen we kiezen voor de kant van de hoop, voor het vertrouwen, voor de liefde, voor het einde van de angst.

We doen in het leven veel wat anderen van ons vragen of ons  opdragen.

Zou het niet veel eenvoudiger zijn en ook heilzaam zijn    

om . . .   te doen wat God van ons vraagt ?

Aan het gewaar worden van onze dromen ontbreekt het niet,

aan boodschappen uit de nacht ontbreekt het ons ook niet.

Er geldt eigenlijk maar een ding:

Durf je, wat anderen er ook van vinden, durf je te doen wat God graag zou willen.  Maar wat wil God dan?  Dat is voor iedereen anders. 

De weg naar binnen is voor iedereen   een andere weg.  Ieder zoekt op haar of zijn manier een weg in het leven.

Een bijzonder voorbeeld,  en zij wordt hier wel vaker genoemd, 

is Etty Hillesum. En zij is u wel bekend om haar inzet en zorg voor de Joden,  in kamp Westerbork. 

In de tijd daarvóór was ze zoekende, ze bracht vele uren door op de enkele vierkante meters van haar zolderwoning. Ze was er alleen. 

In dat alleen zijn luisterde ze naar haar eigen zielenroerselen, haar dromen, gedachten en gevoelens. 

Al denkend en biddend leerde zij iets van dit heel persoonlijke avontuur. Er ontstond een persoonlijk gesprek met God. Al mediterend gaf ze zich over aan een God die als vanzelf naar haar toe kwam.  Ze benoemt dat als:    

' Ik raap me uit alle verstrooiing weer bijeen tot één geheel '.

Wij hoeven geen Etty Hillesum te worden, als we maar onszelf worden, ons openen voor het Geheim, voor een God die er wil zijn.

Want wat heeft het voor zin als God duizendmaal geboren wordt in het kind van Bethlehem, maar niet in ons eigen hart ??