Overweging van Sanneke Brouwers.

Jesaja 66,10-14c; Psalm 66; Galaten 6,14-18; Lucas 10,1-12.17-20  

Thema: Gastvrijheid.

Ga op weg, maar neem geen geld mee, geen tas en geen schoenen. 

Op reis gaan zonder plan, zonder boeking en zonder geld. Eten wat je wordt aangeboden en slapen bij vreemden. Afhankelijk van de goedheid van anderen. Wie durft? 

De leerlingen krijgen een lastige opdracht. Zij worden arbeidsmigranten. Want de oogst is groot en er zijn te weinig arbeiders. Maar zij moeten ook zelf voor onderdak zorgen; het zijn gastarbeiders die voor hun basale noden afhankelijk zijn van anderen. 

Kunnen wij ons identificeren met de leerlingen? Werken in een vreemd land, zonder geld, zonder tas en zonder schoenen. Of nodigt het verhaal ons uit om ons te bezinnen op onze rol als gastvrouw of gastheer, herkennen we ons in de eigenaar van de oogst?

De vraag die het Evangelie ons vandaag prangend voorlegt is: hoe gastvrij… zijn wij?

Het doet mij denken aan het programma “Nu we er toch zijn”. Daarin onderzocht Eddy Zoë hoe gastvrij een bepaalde gemeente is. Dan belde hij onaangekondigd bij mensen aan met de vraag of ze er konden logeren en mee-eten … Een leuk programma om te kijken omdat blijkt dat de meeste mensen hartelijk hun deur open zetten voor ongenode gasten. En laten we eerlijk zijn. In welk huis is géén plek voor een extra bedje of een extra bordje. Of wordt de gastvrijheid opgewekt door de meereizende cameraploeg. Want ongastvrij zijn naar een vreemde is één ding. Maar ongastvrij zijn op de Nederlandse televisie gaat wel een stap verder. 

Handelen alsof jouw gedrag door iedereen gezien wordt. Een goed perspectief om in te nemen als ethische toets voor jouw handelen. Door alle (social) media is dit geen gedachte experiment maar realiteit. Maar we moeten dit niet omdraaien; om jezelf naar positief te presenteren iets goeds doen voor een naaste in nood. Dan staat het eigenbelang voorop en is de ander slechts decor om jou goed in beeld te brengen. 

Het Evangelie leert hoe geloof en ethiek met elkaar verbonden zijn. Naastenliefde als manier om God te eren. Het gaat er dan niet om dat je er zelf beter van wordt. Want wie echt iets aan een ander wil geven, geeft een stukje van zichzelf. Die zet zijn huis en zijn hart open en laat de ander echt binnen komen. Die deelt van de rijkdom van zijn oogst. De vruchten van rechtvaardigheid en broederschap.

Door met niks anders te komen dan lege handen en een lege maag, leren de leerlingen of er ruimte is in de harten van de mensen. Of de boodschap van Jezus bij hen kan wonen. Want de leerlingen nemen wel degelijk iets mee: de blijde boodschap van het koninkrijk van God. Zij kunnen met hun lege handen genezen. Van de angst dat er niet genoeg zou zijn. De oogst is immers groot. 

Gastvrijheid als kernboodschap van het christendom, kunnen we vertalen naar rechtvaardigheid. Want we kunnen eigenlijk niet spreken van eigenaren en gasten. We zijn állemaal gasten op deze wereld. Arbeiders die mogen oogsten van wat de aarde ons heeft gegeven. Broeders en zusters in een gemeenschappelijk huis. Zoals Paus Franciscus het graag omschrijft. 

Dit is niet alleen een mooie boodschap maar ook een dringende opdracht. Wij worden hier in ons leven op verschillende manieren op beproefd. De vraag van het Evangelie is: Kunnen wij ons openen voor elkaar, durven wij onze oogst delen? Want ook vandaag zijn mensen op weg zonder geld, zonder tas en zonder schoenen. 

Niet omdat zij ergens naartoe willen, zoals de leerlingen van Lucas. Maar omdat zij ergens vandaan moeten! Mensen op drift door oorlog, klimaatverandering of armoede. Met slechts de hoop dat het ergens anders minder slecht is dan waar ze vandaan komen. Vluchtelingen vragen van ons, roepen ons op om  gastheer of gastvrouw te worden. Zetten wij de deur naar elkaar open, of trekken we een muur op?

Vaak worden nieuwkomers hartelijk ontvangen: staan vrijwilligers klaar met voedsel, kleding en taalles. Stellen mensen hun huizen open. Veel mensen hebben afgelopen maanden hun huis opengezet voor onze Oekraïense naasten. Wat met goedheid en naastenliefde begon wordt nu getart door de lange duur die het verblijf nodig heeft. Dit vraagt veel van de gasten en de gastgezinnen. Soms ook worden vluchtelingen opgewacht door inwoners met weerstand of angst. 

Vreemdelingen die elkaar met argusogen bekijken is niks nieuws. In de tijd van Jezus waren er ook grote afstanden tussen verschillende bevolkingsgroepen. Bijvoorbeeld tussen de joden de Samaritanen. Maar op verschillende plekken in het Evangelie roept Jezus op deze afstand te overbruggen. Dan blijkt de boodschap van Jezus juist in vruchtbare aarde te vallen wanneer mensen worden geconfronteerd met onderlinge verschillen. 72 leerlingen worden uitgezonden, dit verwijst naar alle volken op de aarde. De boodschap van Jezus is voor iedereen bedoeld. Het overkoepelt alle onderlinge verschillen als: Geloof, afkomst, gender, leeftijd, gezondheid, stad/ platteland of opleidingsniveau. 

We hebben in Nederland veel kansen om onze gastvrijheid te tonen aan vluchtelingen, touristen en gastarbeiders. De volgende vraag die wij kunnen stellen is of zij allemaal dezelfde ontvangst krijgen. Of zijn er verschillen. Maakt het uit of mensen hetzelfde geloof hebben, dezelfde kleren dragen of ook naar Mac Donalds en Ikea gaan? Kijken wij naar hun lege magen en lege tassen?  Of kunnen wij hun lege handen goed gebruiken omdat onze oogst overvloedig is en er arbeidskrachten missen? Zien wij wat zij meebrengen aan verhalen, cultuur en wijsheid? Of: Kan de boodschap van Jezus bij ons huizen? Durven we iets van onszelf weg te geven? Kunnen we de oogst eerlijker verdelen?

Onze God openbaarde zich in het Oude Testament als een God-met-mensen-op-weg. Het volk van God weet hoe het is om op weg te zijn. Het weet wat heimwee is en ontheemd zijn. Het weet wat het is om slaaf te zijn in een vreemd land. Hoe het is om uitgebuit te worden en onrechtvaardig behandeld. Lucas laat ons ook zien hoe belangrijk dit onderweg zijn is. Dat juist onderweg, in de ontmoeting tussen vreemden die samen brood delen, God zich laat zien. Zoals bij de Emmaus-gangers.  

Ook Jozef en Maria moeten met een baby op komst een grote reis maken en vinden onderweg geen plaats in de herberg. Jezus sliep als baby in een kribbe. Een koning wordt geboren in een stal. Aan titels zijn geen echte rechten te ontlenen. Jezus sliep in een voederbak omdat hij ons allemaal tot voedsel werd. 

Het visioen van Jesaja verwoordt dat we in situaties van onzekerheid en onveiligheid terugverlangen naar de tijd dat we als baby werden gekoesterd en verzorgd. Jesaja beschrijft de geboorte van een volk. Daarin openbaart God zich als een beschermende moeder en troostrijke vader.

Het visioen van Jesaja laat de bestemming zien waarnaar we onderweg zijn. Een rechtvaardige wereld waarin voor iedereen gezorgd wordt. Deze wereld is bereikbaar wanneer wij bereid zijn gast te worden. In beweging te komen, in plaats van ons aan bezit vast te klampen. Wanneer we de deur naar elkaar open zetten. Overtollige ballast en vooroordelen achter ons laten. Wanneer we de oogst eerlijke verdelen. Maar ook onszelf durven geven, zoals Jezus ons heeft voorgedaan. Amen.