Overweging van Wim Rigters.

 1 Koningen 19, 16b. 19-21; Lucas 9,51-62.

Thema: Op koers blijven.

 “Maar het geschiedt als de dagen van zijn opneming in vervulling gaan dat hij zijn aanschijn strak erop richt om naar Jeruzalem te trekken en voor zijn aanschijn aankondigers uitzendt”. Zo begint de Naardense Bijbel de evangelielezing van vandaag. 

Als commentaar staat erbij: In Lucas 9,51 begint deel twee van het Lucasevangelie, waarin Jezus via allerlei omzwervingen op Jeruzalem aantrekt, alwaar hij zijn Passie en Pasen zal vinden. Deze eerste regel vat alles wat komen gaat zó samen: als vervuld gaan worden de dagen van zijn “opneming” (kruisverheffing / opstanding / hemelvaart) – richt Jezus zijn “aangezicht” strak op Jeruzalem. De Willibrord-vertaling – onze lezing vandaag - wil het uitleggen: Jezus koos “vastberaden” Jeruzalem als reisdoel. Maar daarmee verdwijnt dat belangrijke woord aanschijnuit beeld.

Het woord komt in Lucas 33 keer voor en in dit gedeelte precies 3 keer. Even verder in vers 51 waar Jezus “voor zijn aanschijn” aankondigers uitzendt en in vers 53 waar de Samaritanen de aankondigers niet verwelkomen omdat het Jezus’ “aanschijn is geweest: trekkend naar Jeruzalem.” – in onze vertaling: “omdat Hij  Jeruzalem als reisdoel had gekozen”. Dat herhaalde “aanschijn”  is veelbetekenend, omdat het onmiddellijk doet denken aan die eerdere centrale scene in ditzelfde hoofdstuk: de verheerlijking van Jezus op de berg. Daar lezen we: “En het geschiedt terwijl hij bid dat het aanzien van zijn aanschijn anders wordt en zijn kleding stralend wit.” De verheerlijking van Jezus is zijn verheffing aan het kruis. Het lijkt of met de scene op de berg dit besef bezit van Jezus heeft genomen. Met zijn veranderde aangezicht richthij zich nu strakop Jeruzalem. Zijn veranderde blik is de blik op zijn komende lijden. Zijn aanschijn is: trekkend naar Jeruzalem en voor dát aanschijn zendt hij zijn aankondigers uit.

Waarom deze tekstuitleg, deze exegese? 

Van de 3 meest op elkaar lijkende evangelies – Matteüs, Marcus en Lucas – staat wel vast dat ze geschreven zijn nà 70 na Christus, dus 40 jaar of méér na Jezus’ dood. De schrijvers hebben dus lang kunnen nadenken en hun woorden zorgvuldig gekozen hebben, zoals dit woord “aanschijn” en de diepe betekenis ervan; en dat helpt om te begrijpen.

Ik weet niet hoe het met u is, maar de lezingen van vandaag riepen bij mij eerst wat weerstand op: ze klinken zo radicaal, zwart-wit, alles of niets. We worden er al zo vaak mee geconfronteerd in deze tijd in de maatschappij, de politiek, de godsdienst, en zelfs de leerlingen van Jezus lusten er wel pap van: “Heer, zullen we zeggen dat er vuur uit de hemel moet dalen om hen te vernietigen?” Maar Jezus zegt: “Geen gedonder; in alle rust de weg vervolgen!” En mensen komen goedwillend naar Jezus toe, willen met hem mee, maar dan  lijkt hij ze nogal bruut af te wijzen. 

Met het eerder gezegde over deze tekst in mijn hoofd denk ik, dat we dan op het verkeerde spoor zitten: nergens staat dat hij ze afwijst. Maar Jezus kiest vastberaden Jeruzalem als reisdoel – “zijn aanschijn is: trekkend naar Jeruzalem en voor dát aanschijn zendt hij zijn aankondigers uit”; Prima als je mij volgen wilt, maar wees gewaarschuwd! 

De weg, die is belangrijk lijkt hij te zeggen. Laten we die in Godsnaam blijven volgen. Dan volgen drie ontmoetingen met mensen zoals u en ik. Ontmoetingen die ons iets leren over wat volgen, Jezus volgen, inhoudt.
De eerste ontmoeting: “de onbezonnen volger”. We kennen ze allemaal: mensen die bij het minste of geringste enthousiast worden en zonder goed over dingen na te denken roepen: ja ik! Jezus tempert dit ongebreidelde enthousiasme. Volgen doe je niet zomaar. Volgen is een weg die je wat zal kosten. Jezus volgen betekent een onrustig en onzeker bestaan.
De tweede ontmoeting: “de omkijker”. Deze persoon wordt door Jezus zelf geroepen. Eerst moet ik mijn verleden, mijn vader begraven, zegt deze persoon. Nee zegt Jezus, Wie mij volgt kan niet omkijken en vasthouden aan wat was. Wie mij volgt kijkt altijd vooruit en richt zijn of haar blik op toekomst.
De derde ontmoeting: “de ik-moet-ook-nog-even-dit-doen-volger”. Ook heel herkenbaar. Ik wil wel volgen, maar er zijn ook nog zoveel andere dingen die om mijn aandacht vragen. Jezus is ook hierin resoluut. Omkijken en je af laten leiden door andere zaken brengt je uit koers.
Deze drie ontmoetingen dagen ons uit na te denken over onze manier van geloven en hoe we daar in ons leven vorm aan geven. Geloven heeft met volgen te maken. Ieder van ons geeft op eigen wijze antwoord op de vraag die God, Jezus of het visioen van dat gerechtigheid ons stelt. Doe je mee? Volg mij? Vaak een levenslang proces maar soms zijn er van die kernmomenten in levens van mensen waarop in een flits keuzes worden gemaakt en ommekeer plaats vindt.

“Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,

Zet mij op het spoor van uw waarheid.

Zend mij uw licht en uw trouw tegemoet.” (Ps.25)

Amen.