Overweging van Hans Hamers o.p.

Pred. 1,2;2,21-23, en Lucas ,12, 13-21.

De lezingen van vandaag brengen mij een patiënt bij wie ik jaren geleden in ziekenhuis aan het bed zat, als geestelijk verzorger/pastor. De man was heel erg ziek geworden, en zou zeker niet meer zijn oude leven kunnen oppakken. Hij was een succesvol ondernemer en was daar ook heel trots op, ook op de boot die had kunnen kopen en waarvan hij altijd heel erg had genoten met zijn gezin. Maar nu, alles stond op zijn kop, zijn hele zorgvuldig opgebouwde leven bleek vergankelijk. Hij wist niet hoe verder te gaan als hij ontslagen zou zijn uit het ziekenhuis. Hij heeft me heel wat verteld, en ik herinner me goed dat hij zocht naar wat hij nu moest gaan doen, wat ie zou kunnen doen. Daar wist hij geen raad me. Zijn met zijn zin gevulde leven was weg. Ik kom straks terug op deze patiënt. 

De eerste woorden van de eerste lezing “Alles is ijl en ijdel” uit Prediker zijn vrij bekend. Hier is het woord ‘ijdel’ wel op te vatten als ‘vergeefs’, het Engelse ‘in vain’. De NBV zegt ‘lucht en leegte’. Alles is ijl en ijdel mogen we opvatten als zonder echte substantie, vergankelijk, het kan zomaar weg zijn, vervlogen. En als dat gezegd wordt over jouw bestaan als mens, dan is dat nogal wat, zeker als je probeert een zinvol leven te lijden, op zoek naar betekenis, naar vastigheid, naar juist het onvergankelijke in plaats van het vergankelijke. Prediker vervolgt dan nota bene met te zeggen dat al dat aards geploeter van werken en zorgen maken maar bar weinig oplevert. Het leven is een lijdensweg en daarbij dan ook nog ‘s nachts geen rust vinden. Zo is het toch? Houdt Prediker ons nu voor dat alles wat we ondernemen allemaal voor niets is, geen zin heeft? Een JA  op deze vraag is maar moeilijk te verteren. Denkt u ook niet? 

Maar Predikers woorden zijn ook op te vatten als een aansporing om de ons omringende werkelijkheid van mens en materie eens wat anders te bezien. Daarom is, denk ik, deze tekst ook gekozen door de samenstellers van het Lectionarum. En overigens, in het direct opvolgende vers bij deze eerste lezing zegt Prediker: “Het beste voor de mens is nog: eten en drinken en genieten van wat hij met veel zwoegen bereikt heeft. Want ook dat, zo begreep ik, komt uit de hand van God. 25 Of je het nu goed hebt of in de zorgen zit, het gaat nooit buiten Hem om.” Het gaat Prediker dus ook om het hier en nu, én God is er altijd bij betrokken. Een behoorlijke relativering dus van het ‘ijl en ijdel’.

In de evangelielezing volgens Lukas wordt de aansporing om anders te kijken met voorbeeldverhalen door Jezus uitgewerkt. In het verhaal van de man die vraagt of Jezus scheidsrechter wil zijn bij het verdelen van de erfenis, geeft Jezus direct een helder “nee”. De boodschap is dat bezittingen niets opleveren om het leven, de ziel, veilig te stellen of te redden. En met de gelijkenis van de rijke dwaas die Jezus daarop laat volgen wordt dat nog eens onderstreept. Een paar elementen vallen hier bij op. De rijke man denkt wel na. Hij reflecteert en concludeert dat hij mag genieten van zijn bezit en het rustiger aan mag doen. In de overweging is wel mee te gaan. Maar God grijpt in! God zegt hem dat hij zijn leven, in het Grieks staat er psyché wat ook ziel betekent, daarmee niet veilig stelt. Dat is het perspectief van God. Het perspectief van de rijke man is zijn welstand hier op aarde. Hij heeft zijn rijke oogst zelf met werken tot stand gebracht, zijn eigen verdienste. Nergens blijkt enig besef dat hem dat ook gegund is, gegeven is. Zo kijkt ie niet naar zijn eigen rijke situatie.

Dit is heel wel vergelijkbaar met hoe mijn patiënt in het leven stond. Hem overkwam een ziekte. Hij had daar niet om gevraagd. Hij was enorm onthand omdat hij niet meer met zijn materiële zaken verder kon. Wat hij was, wat hij had, het was eigen verdienste. De zin van zijn leven was weg, zijn ziel had geen rust meer. Hij wist niet meer zijn leven zinnig op te pakken. In de gesprekken aan het bed stelden we samen vast hoe moeilijk het voor hem was om te ontvangen, gewoon omdat het hem gegund wordt. Mijn patiënt en de rijke man zagen God, of een andere hen te boven gaande macht, niet als de begunstiger in hun welgestelde leven. Mijn patiënt was al getroffen, de rijke man in de gelijkenis wordt ervoor gewaarschuwd. Het kan zomaar voorbij zijn. En Jezus zegt dan: “Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God”.

“Niet rijk is bij God”, de betrekking met God, dat is waar het om gaat. Die is bij de rijke man met zijn graanschuren uit het oog verloren geraakt. Evenzo bij mijn patiënt, en bij heel mensen, in onze geseculariseerde samenleving. Dat woord ‘rijk’ uit ‘rijk bij God’ is ook in het thema van vandaag opgenomen: Zinrijk leven. Een leven rijk aan zin, en voor belijdende christenen is dat toch vooral een bestaan in voortdurende betrekking tot God, een ziel-vullende betrekking.

In de lezingen van vandaag wordt zo prominent gesproken over bezittingen, over ons aardse materiële doen en laten. De boodschap is duidelijk. Bezit vergaren zal ons niet dichterbij God brengen. Materiële goederen bezitten is op zichzelf ook niet per se slecht, maar het vult al te snel en teveel ons hoofd en hart, en verdringt de aandacht en oog voor, ik noem het maar ‘God om ons heen’, ‘rijk zijn bij God’. Laten we ruimte maken in hoofd en hart om gelovig weten dat het ons gegeven is om rijk te mogen zijn bij God.