Overweging van Hans Hamers o.p.

Jesaja 5, 1-7; en Matteüs 21, 33-43

Thema: Als de wijngaard.

Het is vandaag 4 oktober, dierendag, maar vooral de feestdag van de heilige Franciscus. Toen ik de lezingen van vandaag enige weken geleden voor het eerst vluchtig doorlas, en vaststelde dat de wijngaard centraal staat, tezamen 4 oktober Franciscus’ feestdag, was direct de verbinding gelegd met natuur en schepping en onze omgang daarmee. Daarbij komt ook dat we enige maanden geleden stil gestaan hebben bij het 5-jarig jubileum van Laudato Sì, de encycliek van paus Franciscus over de schepping als ons gemeenschappelijk huis.

Daarom vandaag een wat andere overweging dan u gewend bent. Ik ga niet stilstaan bij de uitleg, interpretatie, van de eerste lezing uit Jesaja en de evangelielezing van Matteüs.

Ik wil kijken naar die nadrukkelijke aanwezigheid van het beeld van een wijngaard. Waarom is dat beeld gekozen om een boodschap over te brengen? Ik denk, vooral omdat het een vertrouwd beeld is, het sprak de mensen gemakkelijk aan, het maakte deel uit van de alledaagse belevingswereld in de tijd van Jesaja en Jezus. Als je in onze tijd over mismanagement en misstanden willen spreken in de samenleving zou niet een wijngaard ten tonele voeren maar een bedrijf dat gericht is op winst en macht, representatief is voor het economisch systeem. Dat ligt dichter bij ónze westerse leefwereld en wereldbeeld dat gedomineerd wordt economische groei, zucht naar winst, concurrentie en consumeren. Dat geldt zowel voor vele sectoren in de samenleving, ook de landbouw.

Onze verhouding tot de aarde, de natuur van planten en dieren is heel anders dan in de tijd van Jesaja en Jezus waarin de geschriften van de bijbel zijn ontstaan. Wij, in onze tijd zien de aarde, als ten dienste van de mensen om op deze aarde te leven, voort te planten, welvaart (vooral materieel) te creëren. Wij mensen heersen over de aarde. En dat is ook eeuwen zo bekrachtigd door een westerse christelijke theologie en bijbeluitleg. Staat niet in Genesis 1, 26-28: 

Genesis 1:26-28   26 En God zei: `…; hij (de mens) zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.'  27 …… God sprak tot hen: `Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.'

Er zijn nog wel meer plaatsen in de bijbel zo aan te wijzen waarin gelezen kan worden de dat de mensen verheven is boven de rest van de schepping, en mag deze uitbaten. Met deze interpretatie wordt de mens, vooral de blanke westerse man, centrale geplaatst in de schepping. En zo zien we onszelf veelal ook. Ook binnen de theologie en kerk.

Toch is de bijbel ook anders te lezen, waarin een hele andere verhouding van de mens tot de rest van de schepping naar voren komt. Dat is niet zo heel gemakkelijk. Maar een andere lezing is wel degelijk zinvol en waardevol, een lezing waarin vooral Gods scheppende werk centraal staat. Het verhaal over het tot leven laten komen van zijn schepping, waar de mens net zo deel van is als de planten, de dieren, de bergen en ze zeeën. En de mens minder centraal staat, en zeker niet verheven boven de rest van de schepping.

Het anders, groen/ecologisch, lezen van de bijbel en theologiseren is ook in de hoogste kringen van de katholieke kerk doorgedrongen. In 2015 heeft Paus Franciscus de encycliek Laudato Sì doen verschijnen. Ik noemde het in het begin. Franciscus propageert een integrale ecologie, dat wil zeggen dat op alle domeinen van de samenleving gericht moeten zijn op het behoud van de schepping, ons gemeenschappelijk huis. En daarbij vooral de inrichting van onze economie: andere normen, waarden en doelen. Ongebreideld winststreven en consumeren passen daar niet in. Want zo wordt duidelijk gemaakt, de schepping is ons gemeenschappelijke huis, en die staat op het spel. En met een integrale ecologie moeten alle sectoren van menselijk samenleven onder herzien worden: de economie: zuiniger omgaan met hulpbronnen, eerlijker verdelen wat we kunnen produceren, en daarbij de positie van de armen daarin betrekken, want zij betalen de rekening op dit moment, maar ook psychologie, sociologie, de politiek, cultureel en niet te vergeten ook religieus. Franciscus zegt dat een ecologische bekering nodig is, individueel, in gemeenschappen, regionaal, nationaal en internationaal, op alle domeinen, sectoren en plaatsen. Dus ook voor de kerk en theologie.

Voor de kerken ligt een herzieningstaak, om te beginnen om groene maatregelen te nemen (zonnepanelen, Max Havelaar koffie, doen wel, laaghangend fruit), maar ook, en dat is een stuk lastiger om een integrale ecologie theologisch verder te onderbouwen en naar de geloofspraktijk te brengen. Dus in de wervelden van catechese, diaconie, liturgie en geloofsverkondiging. Hier is veel te doen. Samen met mijn medebroeders en – zusters van de lekendominicanen hebben we ons georiënteerd om in de parochies waar we actief zijn hier werk van te maken. Dat betekent opnieuw kijken naar godsbeelden, mensbeelden, opnieuw lezen van de Bijbel, onze geloofstaal kritisch beschouwen. En wie nu denkt “daar wil ik wel aan meedoen” is welkom.

Toch nog even terug naar de evangelietekst waarin de wijngaard zo prominent naar voren komt. Daar valt me nu na deze gedachtegang op dat de landeigenaar vertrekt van zijn wijngaard. De grootaandeelhouder komt alleen nog terug om de winst in ontvangst te nemen. Het werk om opbrengst te genereren heeft hij overgelaten aan anderen. De leerlingen van Jezus staan ook in de stand van bedrijfsvoering om de opbrengst te kunnen innen, maar Jezus pareert dat met de woorden dat “de steen die de bouwlieden hebben afgekeurd de hoeksteen is geworden”. Dus wat als gangbaar nuttig en gelegitimeerd is, bouwlieden die hoekstenen goed- en afkeuren, zullen niet de hoeksteen worden van het KvG, maar het zal gegeven worden aan hen die wel de vruchten opbrengen, de werkers, de armen. De economische logica wordt door Jezus omgedraaid. Nu wij nog in een ecologische bekering, geholpen door Gods Geest en genade.

Moge het zo zijn.