Overweging van Peter Nissen.

Oecumenische viering Effata en DoRe Nijmegen 

Lucas 15, 11-32.

Bevrijdingsdag.

Het is Bevrijdingsdag en er wordt vandaag alom stilgestaan bij de vraag ´wat is vrijheid´? Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Wij dreigen dat in ons deel van de wereld wel eens te vergeten: wij hebben in West-Europa gelukkig al 74 jaar geen oorlog meer gehad. Voor het zuiden van ons land geldt dat de bevrijding al na de zomer van 1944 kwam, dit jaar dus 75 jaar geleden. Het noorden wachtte toen nog de hongerwinter; daar kwam de bevrijding in mei 1945, volgend jaar 75 jaar geleden.

Veel mensen die de oorlog hebben meegemaakt, zeggen: de oorlog verdwijnt nooit uit je. Je kunt er inderdaad in gevangen blijven zitten. Je blijft er vooral gevangen in zitten wanneer angst, haat en verbittering je in hun beklemmende greep blijven houden. Daarop doelt de uitspraak van Nelson Mandela op de achterzijde van de flyer voor deze dienst: ‘Toen ik naar buiten liep, mijn vrijheid tegemoet, wist ik dat, als ik niet al mijn angst, haat en bitterheid zou achterlaten, ik dan nog altijd gevangen zou zijn.’ Die gedachte van Nelson Mandela bracht ons bij het thema van deze viering: ‘vrijheid kan niet zonder vergeving.’

Vergeving is niet vanzelfsprekend. Zij heeft in onze tijd ook iets heel paradoxaals: wij worden er allemaal door ontroerd als mensen in staat blijken elkaar te vergeven, en tegelijk leven wij in een samenleving waarin wraak vanzelfsprekender lijkt te zijn dan vergeving.

U hebt het vast wel eens gezien, het televisieprogramma ‘Het Familiediner’ van de EO, gepresenteerd door Bert van Leeuwen. Dat programma trekt gemiddeld 1,4 miljoen kijkers, een echt ‘kijkcijferkanon’ dus. Het idee achter het programma is dat familieleden die met elkaar in de clinch liggen, elkaar bij een diner weer ontmoeten en daarmee een eerste stap zetten op weg naar verzoening. Die verzoening wordt voorbereid door bezoeken van de presentator aan de gebrouilleerde familieleden. Hij laat elk van hen zijn of haar kant van het verhaal vertellen: waarom was het mis gegaan? Vaak blijkt dan dat elk van de twee partijen de ander wel iets verwijt. Van beide kanten moet er een stap gezet worden en moet er iets overwonnen worden. De eerste stap is dan: het besluit nemen om naar het diner te gaan. De apotheose van elke aflevering is de aankomst van een limousine met de dinergasten: zijn ze ingestapt of zijn ze thuis gebleven? Altijd weer een spannend moment.

De populariteit van het programma heeft vast te maken met de mode van emotie-televisie (Spoorloos, Boer zoekt vrouw, All you need is love), maar zeker ook met de paradox die het fenomeen vergevingin onze cultuur omgeeft. Want met vergeving heeft het programma inderdaad te maken: het ingaan op de uitnodiging en de komst naar het diner kunnen een eerste stap zijn op weg naar vergeving en verzoening. De paradox die verzoening omgeeft, is dat wij, de kijkers van het programma, in stilte allemaal hopen dat het weer goed komt tussen die familieleden, maar dat wij tegelijk beseffen dat dat moeilijk en niet vanzelfsprekend is.

Want vergeving lijkt niet vanzelfsprekend in onze 21ste-eeuwse westerse cultuur. Het is misschien nooit helemaal vanzelfsprekend geweest: zie de verontwaardiging in het evangelieverhaal van de brave, gehoorzame oudere zoon als zijn vader zijn ongehoorzame broer, die terugkeert na jaren in zonde geleefd te hebben, zomaar alles vergeeft. Maar in onze tijd lijkt het nog minder vanzelfsprekend dan ooit. Ja, vergeving lijkt bijna iets tegennatuurlijks geworden te zijn. Wij leven in een verharde samenleving, een samenleving waarin wraak meer voor de hand lijkt te liggen dan vergeving. Er is een claimcultuur ontstaan. Als ik denk dat iemand mij heeft benadeeld, dan daag ik hem of haar voor de rechter. Het aansprakelijkheidsrecht en de advocaten die in die tak van sport hun brood verdienen, varen er wel bij. 

Maar wat in het verkeer met overheden en bedrijven goed werkt, hoeft dat nog niet te doen in het verkeer tussen mensen. Daar lijkt de claimcultuur vaak wegen naar verzoening en vergeving af te sluiten. Sterker nog: claims lijken een cultuur van wraak te bevorderen. Het lijkt maatschappelijk meer aanvaard om wraak te nemen op iemand dan om iemand te vergeven. Wie wel tot vergeving in staat is, oogst verwondering. 

De culturele tegendraadsheid van vergeving kwam pregnant aan het licht na de aanslag van een Amerikaanse schutter op een schooltje van Amish, traditioneel levende, zeer vredelievende Amerikaanse doopsgezinden, in het dorpje West Nickel Mines op 2 oktober 2006. Misschien kunt u het zich nog herinneren. De dader, 32 jaar oud en zelf vader van drie kinderen, doodde vijf leerlingen van de school en benam zich vervolgens zelf het leven. De publieke verontwaardiging was groot: waarom moest nu juist een schooltje van deze vredelievende geloofsgemeenschap getroffen worden? Maar de Amishgemeenschap zelf reageerde zonder enige hang naar wraak. ‘We must not think evil of this man,’ zeiden ze over de schutter. Op de dag van de aanslag zelf werd door verschillende vertegenwoordigers van de gemeenschap gezegd dat zij de dader vergeving schonken. Zij bezochten de weduwe en de ouders van de dader, troostten hen en strekten hun vergeving ook over hen uit. Ongeveer dertig leden van de Amishgemeenschap waren aanwezig bij de uitvaart van de schutter. Uit het hele land werden giften overgemaakt naar de Amish. Die bestemden zij deels voor de medische kosten van de gewonde kinderen die in het ziekenhuis lagen (de Amish sluiten geen ziektekostenverzekering af), maar deels ook voor de drie kinderen van de dader. ‘Jullie compassie reikt verder dan onze familie, verder dan onze gemeenschap, en zij verandert de wereld, en daar zijn wij u oprecht dankbaar voor,’ zo schreef de weduwe van de schutter aan de Amish.

Een van de kritische vragen die gesteld werden naar aanleiding van de ‘Amish forgiveness’, zoals zij in de Amerikaanse media al snel genoemd werd, was: hoe konden de Amish een dader vergeven die niet eens berouw had kunnen tonen en om vergeving had kunnen vragen? Hij had zichzelf immers ook het leven benomen. Is het vragen om vergeving een noodzakelijke voorwaarde voor het kunnen schenken van vergeving? Moet iemand eerst ‘sorry’ zeggen voor er vergeving kan worden uitgesproken? En hoe diepgaand moet dit ‘sorry’ dan zijn? Arnon Grunberg schreef ooit: ‘Iemand die zich echt schuldig voelt, zegt geen “sorry”.’ Hoe diep moet de ander door het stof zijn gegaan alvorens hem of haar vergeving geschonken kan worden? Want vergeving is toch niet mogelijk zonder voorafgaande verontschuldiging en zonder excuses van de dader? 

Ook dit lijkt een maatschappelijk aanvaarde gedachte te zijn. De praktijk van de Amish was ook daarin tegendraads, dat voor hen het vragen om vergeving door de dader géén voorwaarde was voor hun verlening van vergeving. Hun vergeving was daarmee een ultiem geschenk, een gave die gedaan werd zonder tegengave. Zij was een daad van onvoorwaardelijkheid. We zouden ook kunnen zeggen: daar gebeurde genade.

De relatie tussen vergeving en genadeis niet vreemd. Zij zit al in het woord: ver-geven. In de meeste moderne talen bevat het werkwoord voor vergeving een woorddeel dat op ‘geven, schenken’ duidt: to for-give (Engels), par-donner (Frans), per-donare (Italiaans, maar ook al Latijn). Vergeven is ‘weggeven’: er wordt iets uitgedeeld, cadeau gedaan. Dat ‘wegschenken’ moet inderdaad onvoorwaardelijk zijn, wil het zuiver zijn. Anders gezegd: vergeving is gratis. Dit wordt ook uitgedrukt in een aantal woorden die in hun betekenis verwant zijn aan vergeven: kwijtschelden, iemand iets niet aanrekenen. Voor vergeving wordt niets in rekening gebracht. 

Wat het verhaal van de terugkeer van de verloren zoon misschien nog wel het meest duidelijk maakt, is dat vergeving iets is dat tussen twee mensen gebeurt, in dit verhaal tussen de vader en zijn zoon, twee mensen die op een diep niveau met elkaar verbonden zijn. Het heeft dus met wederkerigheid te maken. Maar de wederkerigheid die bij vergeving hoort, is geen eisendewederkerigheid, maar een schenkendewederkerigheid. Zij vraagt niets van de ander, zij stelt geen eisen en voorwaarden. Zij schenkt ‘om niet’, ‘zonder waarom’. En daarmee is zij onvoorwaardelijke wederkerigheid. 

Dat had de oudste zoon uit het evangelieverhaal niet helemaal begrepen. Hij dacht dat je de vergevingsgezindheid en de liefde van de vader moest verdienen: ‘al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg’. De vader geeft het antwoord dat de mooiste samenvatting is van onvoorwaardelijke wederkerigheid: ‘mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou.’

In die onvoorwaardelijkheid van de vergeving licht een glimp van de Eeuwige op. Ook die, zo belijden wij, is pure schenkende liefde, en daarom ook onvoorwaardelijke vergeving. Wij mogen ons aanvaard weten door de Eeuwige: wij mogen er zijn zoals wij zijn. Dat is ten diepste een ervaring van bevrijding. En die ervaring van bevrijding stelt ons in staat niet alleen bevrijde, maar ook bevrijdende mensen te zijn. De gedachte dat ons vergeving wordt geschonken door de Eeuwige, onvoorwaardelijke vergeving, stelt ons in staat ook anderen te vergeven. En zo kunnen wij eraan bijdragen dat ook anderen deze dag, ja elke dag van hun leven, als Bevrijdingsdag ervaren.

Moge het zo zijn!