Overweging van Agaath Ulrich.

Lezingen: Spreuken 31, 10-31; enLucas 2, 41-52.

Thema: Moederdag.

Vandaag is Moederdag. Heel veel mensen zullen vandaag aan hun moeder denken. De vrouw, waaruit je geboren bent. De vrouw die je de eerste jaren van je leven heeft begeleid en heeft geholpen op te groeien.

Deze mens houdt van haar kind en doet er alles aan om een goede ouder te zijn. Moeders staan altijd klaar voor hun kinderen, een leven lang.

En dat valt niet altijd mee, want je wilt je kind behoeden voor allerlei moeilijke zaken, voor het kwaad van deze wereld. Je wilt jouw kinderen de goede dingen meegeven.

Waar denkt u aan, als u aan uw moeder denkt? Is er iets speciaals wat boven komt drijven? Voor iedereen zal dat anders zijn. Ik denk aan moeders, die hun kinderen alleen hebben moeten opvoeden, soms onder moeilijke omstandigheden. Waar halen zij hun kracht vandaan? Zijn zij als die sterke vrouw uit de eerste lezing?

Kracht komt ergens diep van binnen vandaan. Het heeft te maken met de drang om te leven. Want leven moet worden doorgegeven. Het is momenteel wel heel zichtbaar in de moeders van de wereld. De moeders uit de Oekraïne, andere oorlogsgebieden en de beelden van moeders uit gebieden in hongersnood. De beelden die ons bereiken laten vrouwen zien in wanhoop. Het verdriet en pijn spat ervan af.

Kracht van diep van binnen. Dat is wat elke moeder ervaart zodra zij een kind baart. Die kracht gaat een heel leven mee.

We komen die kracht ook tegen in bijbelse verhalen. Denk aan de moeder van Mozes, zij legde haar kind in een rieten mandje, zodat het kon leven. Of de moeder bij Salomon: liever haar kind bij een andere vrouw dan dat het gedood zou worden.  De keuze is het leven van het kind te beschermen en als het nodig is: het kind los te laten. Dan maar opgroeien bij iemand anders.

En Maria bewaarde wat zij van Jezus zag in haar hart.

Dat doen moeders.

Dat doet mij ook denken aan die serie Spoorloos. Waarin mensen op zoek gaan naar hun biologische ouders. Hoe vaak is een kind niet afgestaan uit nood? Omdat er geen geld was of de omstandigheden zo beroerd, dat dat de beste oplossing was.

Ik raak elke keer ontroerd door de ontmoeting van kinderen met hun biologische ouders. Het zijn kinderen met meerdere ouders geworden: adoptie-ouders en biologische ouders. Deze kinderen dragen de sporen van al hun ouders en voorouders met zich mee. 

Dat doen we allemaal. Iedereen draagt de sporen mee van ouders en voorouders. Voelen  vrouwen dat sterker? Dat weet ik niet. Voel ik mij meer verbonden met mijn oma’s dan met mijn opa’s? soms denk ik van wel.

Ouder zijn, moeder zijn. Het is werk in uitvoering: moeders en kinderen ze horen bij elkaar,   ze groeien aan elkaar en zo hoort het ook. Immers we geven verworven wijsheid door. We vertellen verhalen over vroeger en wat we geleerd hebben. Als onze dochters groot geworden zijn, als ook zij moeder zijn geworden, kunnen we onze ervaringen delen.

En we luisteren naar de verhalen van onze kinderen. We zijn ervoor  om ze te troosten, om ze lief te hebben, om in beweging te komen, om er te zijn. 

En tenslotte om ze los te laten als de tijd rijp is. Dat is liefde.

Moeder zijn is vreugde en verdriet, pijn en groeien naar wijsheid. Om liefde.

Amen.