Dominee Hans Noordeman

Jesaja 58, 7-10; en Matteüs 5, 13 - 16

Viering van de Effata Geloofsgemeenschap met de DoRe gemeente te Nijmegven.

 

Gemeente,

Duidelijker kan Jezus het niet zeggen tegen zijn volgelingen; explicieter kan hij niet zijn bij het uiteenzetten van de missie die hij voor hen en voor ons in petto heeft:

“Jullie zijn het zout van de aarde en het licht van de wereld.”

Betekenisvolle woorden, woorden met een zekere vanzelfsprekendheid uitgesproken, woorden als een constatering - zo is het nu eenmaal - woorden waar je eenvoudig niet om heen kunt.

Doe maar wat ik je zeg: wees zoutend zout en schijnend licht en je zult zien: dat precies maakt het verschil!

Misschien inspireren deze woorden van Jezus u en misschien helpen ze om ons te bepalen bij wie we zijn als gelovige mensen, en hoe we met ons geloof in het leven, in de wereld staan.

Om vervolgens te constateren dat het ons nog niet zo erg lukt de boel op smaak te brengen of licht te verspreiden waar het donker is. 

En dan kan je er met zo’n kwalificatie van zout en licht behoorlijk mee in je maag komen te zitten…

Op z’n minst: aarzeling en twijfel; ik heb al genoeg aan de vragen die ik zelf heb; hoe zou ik er ook nog met anderen over moeten spreken en bovendien:

Ik weet eigenlijk niet of dat nou wel moet: anderen overtuigen van mijn geloof.

Zout en Licht dus.

Twee beelden, die Jezus gebruikt en die hij met elkaar verbindt.

Twee beelden die elk een eigen accent hebben maar toch alles met elkaar te maken hebben; hij schrijft ze ons beide op het lijf.. hij zegt niet: “wat zou het aardig zijn als jullie dat waren” hij zegt niet: “het zou leuk zijn als jullie zouden proberen dat te zijn”

Hij zegt eenvoudig: “Dat zijn jullie: Zout en Licht”

Zo is het. 

Je bent het!

Dat is jullie identiteit.

Maar wat wil dat beeld van het zout dan zeggen?

In onze tijd heeft ‘zout’ niet altijd een gunstige pers:

Wij worden voortdurend gewaarschuwd voor het risico van overmatig zoutgebruik.

Overal zit zout in en dat is uiteindelijk niet goed voor hart en bloedvaten, nieren enzovoort.

Je zou bijna vergeten dat zout in bijbelse tijden een vooral positieve betekenis had, in elk geval net zo’n krachtige symboliek met zich meedroeg als licht.

Zout is een smaakmakend en ook conserverend middel.

Het is eeuwig houdbaar en het maakt voedingsmiddelen lang houdbaar.

en omdat het zout toen moeilijker te winnen was, was het een kostbaar artikel zo kostbaar zelfs dat Romeinse soldaten vaak in zout werden uitbetaald (sal. - vandaar salaris)

Dat zout zo oneindig lang houdbaar is maakt het ook tot een veelzeggend beeld.

Aan alle offers werd zout toegevoegd, om zo de eeuwige waarde, duur en duurzaamheid van het verbond tussen God en zijn mensen te representeren en actualiseren.

Zout als een onmisbare toevoeging aan het leven, heel aards en concreet; net zo aards en concreet als de identificatie van Gods mensen met het zijn van zout der aarde.

Het zout heeft een verborgen werking, je mist het als het er niet in zit en je proeft het als er te veel is toegevoegd.

Zou het beeld van het zout kunnen wijzen op het geloof dat zijn werk in de wereld doet als een verborgen invloed van gelovigen op hun omgeving, zonder een verband met een directe actie?

Het doet me denken aan een oude missiepater, die afreisde naar Afrika en daar in een melaatsen-dorp ging wonen.

Hij bouwde er een hutje, deelde zijn leven met de andere dorpsbewoners en hielp hen met het verzorgen van hun wonden.

Na weken vroegen de dorpsbewoners wat zo’n blanke man nu toch bij hen te zoeken had.

Zij immers waren naar de rand van de samenleving geschoven vanwege hun ziekte, maar hij - ze konden zich niet voorstellen waarom hij nu juist bij hen was komen wonen.   En hij vertelde hen wat het voor hem betekende zout van de aarde te heten……

Naast het beeld van het zout gebruikt Jezus het beeld van het licht; een beetje anders en in een dubbele betekenis.

Eerst noemt hij het beeld van de stad op de berg.

In de nacht kan de stad niet verborgen blijven, als in de huizen de lichten worden aangestoken kan je al van grote afstand de stad zien liggen.

Bij dit beeld blijft Jezus dicht bij het beeld van het zout: de volgelingen zijn licht en door dat te zijn zijn ze zichtbaar en verspreiden ze licht.

Dan het tweede beeld:

Het licht op de kandelaar wordt daar heel bewust op geplaatst en niet onder de korenmaat geplaatst.

 Hier hebben we te maken met een keuze, een keuze om  te schijnen in een bepaalde omgeving.

Om b.v. je stem te verheffen en onrecht aan het licht te brengen; om mensen bij te lichten op het donkere pad dat ze moeten gaan.

Enerzijds is er de stille ongeziene invloed van het zout; dat is wie we zijn en anderzijds is er het licht, dat is wat we doen om als een licht door de wereld te gaan.

Voordat we nu het gevoel krijgen dat we worden opgezadeld met een opdracht die ons eigenlijk te zwaar is, of die we denken niet te kunnen vervullen, —er wordt ons wel heel wat toegedicht… is enige nuancering op zijn plaats:

Ik wil u nog eens even meenemen naar hoe het begon.

We moeten denk ik goed voor ogen houden hoe de bergrede, daar is het gedeelte over zout en licht een onderdeel van, wordt ingezet.

Jezus gaat rond in de landstreek verkondigende het goede nieuws en mensen genezend.

En dan, terwijl van alle kant de mensen toestromen, gaat Jezus de berg op om onderricht te geven.

De mensen zijn verlangend om van hem woorden te ontvangen die er voor hun leven toe doen.

Het zijn onzekere tijden daar in Israel ten tijde van de Romeinse bezetting.

Het land verkeert in grote onzekerheid, de mensen zijn in verwarring over hoe ze verder moeten met hun leven.

Jezus’ woorden geven opnieuw richting en doel en zin.

Hij maakt een einde aan de verwarring en Hij zegt:

Jullie mogen zout der aarde zijn omdat je het woord van God hebt ontvangen en dus weet hoe het koninkrijk van God, hoe God is.

Gods plan licht op in wat je de eerste gelukswensen van de bergrede zou kunnen noemen.

Gelukkig de vredestichters, gelukkig de zachtmoedigen, gelukkig….

Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht der wereld.

Ga daar maar mee aan de slag, want daarmee kan je het leven aan.

Ik hoor daar geen heilstriomfantalisme, geen heilsfanfare klinken.

Maar eerder een soort bescheiden, praktisch christendom dat als ‘“tegenpartij’ Gods woord leeft in een verwarde wereld.

In een wereld die zich van God lijkt af te bewegen, mogen wij zo Gods programma leven en doel en zin en richting geven aan ons bestaan en dat van anderen.

Niet de hardste schreeuwer zal het winnen, maar de zachte kracht van het Koninkrijk.

Maar wat betekent het dan, dat Jezus ons zo nadrukkelijk zegt dat wij zout der aarde zijn en licht der wereld zijn ?

Het voelt eerder als een opgave , je kunt het als een dwingend keurslijf ervaren, een identiteit die je wordt opgelegd, maar waarin je jezelf niet altijd herkent.

Ik denk dat Jezus ons ervan wil doordringen, dat we, door ons met God te verbinden, anders in het leven kunnen staan, beter opgewassen tegen de verwardheid van onze tijd.

Het woord van liefde, vrede en recht

is in uw eigen mond gelegd,

is in uw eigen hart geschreven……..

vlak voor u ligt de weg ten leven.

Zo is het geen opgave maar een gave, een geschenk, aan ons gegeven vooral om te gebruiken; voor onszelf…. en met onszelf ten dienste van anderen om ons heen.

Het lijkt wat op een app op je smartphone…

Via die app kom je in contact met anderen en komen anderen soms ongevraagd bij je binnen.

Als je ‘m niet gebruikt heb je er niets aan, gebruik je hem wel, dan gaat er een wereld voor je open…

Aan de andere kant van de Atlantische oceaan denkt een president zijn land ook als een stad op de berg, waarvan het licht in de wijde omtrek te zien is.

Alleen schijnt dat licht vooral tot zijn eigen genoegen en worden anderen daarvan buitengesloten.

Het is dus kiezen en delen met dat licht en dat zout.

We zijn dragers van Gods verbond met ons allemaal en ook uitdragers daarvan.

En af en toe werkt het: is onze uitdragerij succesvol, weten we werkelijk smaakmakers te zijn of lantaarnopstekers waar het donker was.

een heel klein beetje zout, maakt al het verschil…

een enkel kaarsje,  verdrijft al de duisternis….

een stapje, brengt je al verder….

Tenslotte,

ik heb voor vanmorgen een protestants kinderversje en een katholiek lied in elkaar geschoven en zo is het ‘een lied van samen’ geworden: 

en beter dan deze versjes, die u allemaal kent, kan ik het niet zeggen.

Ik wens u toe dat ze zich in uw oren nestelen om af en toe van zich te laten horen, om niet te vergeten: 

Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht

dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht…

….om zout en zoet en zuur te zijn

om mens— voor een mens te zijn…

wordt alleman geboren.

Amen.