Overweging van Hans Hamees OP.

Jesaja 42, 1-7; Lucas 3, 15-16 + 21-22.

Vandaag het feest van de Doop van de Heer. Lucas verhaalt daarover in zijn evangelie. De tekst is kort gehouden door de liturgen (vers 17-20 zijn weggelaten) om de betekenis van deze gebeurtenis te onderstrepen. Het is ook een bijzonder moment omdat hiermee het publieke optreden van Jezus start. In het begin van dit doopverhaal is Jezus niet de handelende centrale figuur, maar Johannes. Jezus staat wél centraal op het einde als de stem uit de hemel klinkt. Op het toneel is Johannes naar de achtergrond geschoven en Jezus naar het voetlicht.

Aan deze gebeurtenis is een flink voorspel voorafgegaan: het optreden van Johannes. Dat is zodanig indrukwekkend dat mensen vragen of hij niet de messias is. Al honderden jaren eerder werd uitgekeken naar de messias, getuige de teksten in Jesaja. De liturgen hebben de keuze gegeven tussen twee teksten uit Jesaja, uit de deutero-jesaja, In de tekst uit Jesaja 40, die we niet gelezen hebben wordt ronkend vooruitgeblikt op de komst van de HEER, doelend op God. De wegen moeten worden recht gemaakt, heuvels tot vlak land maken. En vanaf een hoge berg moet de boodschap van vreugde worden afgekondigd, dat God komt, en dat hij als een herder de kudde zal weiden en de lammeren aan de borst draagt. Een grootse aankondiging dat God zal zorgen voor zijn mensen. In de tekst uit Jesaja 42, die we wel gelezen hebben vandaag, wordt het wat specifieker gemaakt, want er wordt gezegd bij monde van de profeet door God een dienstknecht ten tonele gevoerd. Een dienstknecht die Gods uitverkorene is, Gods geest is op hem gelegd, hij maakt het recht bekend aan alle volken en zal een licht zijn voor alle volken. Zijn optreden zal niet schreeuwerig zijn maar rustig. Wie met deze dienstknecht wordt bedoeld, dat is een vraag die exegeten nog niet uitgemaakt hebben. Het ligt voor de hand, en het is bijna niet anders te doen, dan hierin een voorafbeelding te zien van het optreden van Jezus.  Vandaar de keuze van deze OT-tekstWat mij betreft zijn de sleutelwoorden in de Jesaja-tekst: “Ik neem u bij de hand, Ik vorm u, en bestem u tot een verbond met het volk, tot een licht voor de naties; om blinde ogen te ontsluiten, om gevangenen uit de kerker te bevrijden, degenen die in de duisternis van de gevangenis wonen.”  Vooral “ik vorm u”; overigens is dat een wel heel specifieke vertaling in de Willibrord95. In vele andere vertalingen wordt gesproken over beschermen en sterk maken. Dit ‘ik vorm u’ verwijst terug naar de geest van God die op de dienstknecht is gelegd. Om dan uit te pakken met woorden die je kunt lezen als direct verwijzend naar Jezus optreden, dat begint na Jezus’ doop door Johannes in de Jordaan. Een sleutelmoment in het leven van Jezus.

Wij christenen, als volgelingen van Jezus, hebben dat herkend en dat moment van doop opgenomen als sleutelmoment, eigenlijk het beginmoment, in het leven van een christen als christen; een moment waarop we anders tot de wereld gaan verhouden, anders kijken, anders denken, anders handelen. Oké, onze doop dus: onze opdracht om als christenen, als navolgers van Jezus, zelf zo te leven. Maar ook om anderen daartoe te bewegen, om te beginnen onze kinderen. Dan moet ik het eerste terugdenken aan de homilie van onze bisschop Gerard de Korte bij zijn installatie als bisschop van Den Bosch. Nu bijna 6 jaar geleden. Ik heb deze viering gevolgd op tv en herinnerde de preek als dat deze volledig ging over het opnieuw opnemen van ons doopsel. Ik heb de preek opnieuw beluisterd (op YouTube te vinden).  Wanneer De Korte daarover spreekt doelt hij op het hele leven, ons geloof, hoe we ons opstellen naar anderen waarmee we in conflict zijn. En in alles wijst het doopsel ons op de verantwoordelijkheid om ons geloof in de opstanding van Christus te delen met elkaar, te weten en te spreken hierover en waar te maken door in liefde te leven met elkaar. Ik zei zojuist dat we ook door ons doopsel anderen te bewegen om Jezus te volgens. En daar benoemt De Korte in zijn preek een overdrachtscrisis. De kerk, vooral in West-Europa, vergrijst. Het geloof doorgeven aan onze kinderen is in deze tijd voor ouders niet gemakkelijk, in de eerste plaats omdat geloven zelf in deze tijd niet een bon ton is. We spreken er niet gemakkelijk over met vrienden, kennissen, ook omdat we zelf zoveel twijfels hebben.

En toch…… het begint bij de doop: Jezus’ openbare optreden begint na zijn doop door Johannes, ons ‘openbare optreden’ met onze doop, na ons H. Vormsel, onze doop met de heilige Geest. Johannes zegt ook met zoveel woorden dat hij weliswaar doopt met water, maar degene die na mij komt, zal dopen met heilige geest en vuur. De heilige geest en het vuur wijst naar ons vormsel: klaar om getuigen, om de verantwoordelijkheid van ons doopsel daadwerkelijk op je te nemen. Een ideale voorstelling van zaken. Ik weet het. .

En toch …. het begint bij de doop: In de paaswake hernieuwen we onze doopbeloften. In die nacht, vlak voor de opstanding, spreken we dat opnieuw uit, hardop en ten overstaan van ieder die het horen kan, wat we geloven met de opstanding van Christus als kernpunt, en beloven om te leven en te werken om het rijk van vrede en gerechtigheid naderbij te brengen. Niet een enkele keer per jaar, maar gewoon in alledag, anders (opnieuw) kijken, anders (creatief) denken, en anders (creatief) handelen. We kunnen dit oefenen, een ja…. die overdrachtscrisis is er, en zal ook nog zeker wel een tijdje blijven.

Ik denk dat de lezingen van vandaag, op het feest van de Doop van de Heer, ons oproepen om weer vanuit onze doop te starten, het besef dat God zijn Geest op ons legt, of ook wel anders gezegd, zijn helper heeft gestuurd. En dit geldt voor alle leeftijden!

Moge het zo zijn.