Overweging van Jan van der Wal.

Jesaja 49, 8-10; 13, en Lucas 2, 15-21.

Thema: en zij bewaarde het stil in haar hart.

Een oud verhaal: twee mensen zijn op weg naar een onbekende toekomst. Maria uit Nazareth verwacht een kindje. Het is een wonderbaarlijke verwachting, want haar kind is haar door een engel aangezegd: zij zal een zoon baren die een groot man zal worden. Hij zal koning zijn over heel Israël en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Maria is perplex over deze boodschap maar begrijpt tegelijkertijd dat zij een bijzondere genade ontvangt. Dat moet dan maar gebeuren, stamelt ze nog. En over die gebeurtenis van toen denkt ze nog steeds na nu ze op reis is en de geboorte van haar zoon nabij is.

Jozef begeleidt zijn hoogzwangere vrouw op een ezeltje naar Bethlehem, stad van David, om zich te laten registreren. Heimelijk heeft Jozef getwijfeld of hij Maria wel tot vrouw zou nemen. Zij is immers in verwachting van een kind dat niet het zijne is. En hij besluit haar te verlaten om haar niet in opspraak te brengen.

Maar in een droom wordt hem door een engel gemaand om geen afstand te nemen tot Maria, maar zich juist met haar te verbinden. Hij mag Jezus ook als zijn kind ontvangen en er zorg voor dragen. Want dit kind is voorbestemd tot heil en genezing van Israël, opdat het hele volk van zijn zonden bevrijd wordt.

Een opdracht waar je als toekomstige vader en moeder onder zou bezwijken! Wat moet er door deze twee jonge mensen heengegaan zijn? Zullen ze vaker getwijfeld hebben over hun beslissing? Ze kunnen de consequenties echt niet overzien. Maar ze gaan er voor. Ze kiezen niet voor een gemakkelijke weg. Maar dergelijke keuzes kunnen wel eens de beste beslissingen zijn die mensen in hun leven nemen. 

Ze blijken uitverkoren te zijn. En ze beamen dit, want hun vrome geloof staat hun toe dat ze ja zeggen tegen God. In alle onzekerheid vertrouwen ze op de boodschapper van de Heer, dat ze deze weg niet alleen hoeven gaan. 

Ze hebben besloten bij elkaar te blijven en samen de onzekere toekomst in te gaan. Door hun keus voor verbondenheid mogen zij samen de geboorte van hun zoontje verwachten. God heeft ze niet toegezegd dat hun leven zonder moeilijkheden zal verlopen, maar Hij belooft wel zijn onvoorwaardelijke trouw. Dat is nu de kracht van genade: dat God steeds aan jouw zijde je bijstaat.

En zo gingen ze op weg in alle eenvoud, totdat de geboorte van Jezus hen tot ouders maakte. En Maria bewaarde, zoals geschreven staat, alles wat ze had beleefd in haar hart, en overwoog het telkens weer om de betekenis van haar leven en de grote genade die zij had ontvangen, te doorgronden.

Die eenvoud van dat leven van die twee mensen en de keuze die ze maakten, mag ons inspireren in onze tijd, waarin de omstandigheden voor velen van ons bijzonder moeilijk zijn. Weten dat je er niet alleen voor hoeft te staan, beseffen dat we in een lange geloofstraditie staan waarin steeds opnieuw mensen de keuze maken om elkaar bij te staan: opdat onderlinge verbondenheid ons sterker, mooier maakt.

Misschien herinnerden Jozef en Maria zich in hun onzekere bestaan die oude teksten uit de Bijbel: teksten waarin hoop en verwachting de boventoon voeren, als wereldse duisternis bezit van hen dreigt te nemen. “In de tijd van genade verhoor Ik u, op de dag van het heil sta Ik u bij; Ik vorm u, en bestem u tot een verbond met het volk, om het land weer op te richten” (Jesaja 49, 8).

Door telkens deze en andere hoopvolle woorden in stilte te overwegen, kunnen ze helpen om een moeilijke en onzekere periode in hun leven te doorstaan. 

Want een moeilijke periode kan niettemin ook een tijd van genade voor je zijn. Een tijd waarin er stil gezaaid wordt in je hart zonder dat je het merkt. Maar als de oogsttijd daar is, de tijd van verwachten eindigt omdat nieuw leven zich in je aandient, dan kun je jubelen van vreugde. Je bent weer in je kracht gekomen, bemoedigd door de trouw van de Eeuwige die zich aan je verbonden heeft.

Het zijn ook woorden waarin verlangen naar een beter leven doorklinkt. Woorden die tot ons willen zeggen dat er een nieuw begin mogelijk is waar voorheen de weg eindig leek. Waar voor ons in veel opzichten de weg eindig lijkt, en ons bestaan flink door elkaar is geschud, daar kondigt God een nieuwe tijd aan. Een tijd van heerschappij van zijn Rijk, die nooit zal ophouden. 

Jezus is daar het levend teken van, zijn naam betekent ‘God redt’. Hij is voorzegd aan zijn ouders Jozef en Maria, lang geleden voorspeld aan de wijzen van Israël, en nu opnieuw tijdens zijn geboorte aangezegd aan de herders op de velden. Daar treffen zij inderdaad een kindje aan, waar zulke hoge verwachtingen over zijn uitgesproken. Nu beseffen de herders dat hun God niet een God ver weg in de hemelen is. God is op aarde verschenen als mens: Hij is werkelijk God-met-ons geworden. 

“Mogen wij God loven en danken om de grote dingen die Hij heeft gedaan” (Lucas 1, 46; 49), zo zingt ook Maria zachtjes haar kindje toe.

Amen.