Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Deuteronomium 30, 11 - 14; en Mattheus 28, 5-10; 16-20.

Thema: Gaat dus in Zijn spoor.

 

In Nederland hebben veel parochies het moeilijk. Er is sprake van grote teleurstelling en vermoeidheid, van ouder geworden parochianen die met minder mensen dezelfde taken vervullen, van een ontstellend gebrek aan priester-voorgangers die geen leiding geven aan de parochies. De gevolgen zijn bekend: financiële nood, kerksluitingen en algehele afbraak van geloofsgemeenschappen. Boven alles uit ontwaren wij een groot gebrek aan visie op de kerk in de huidige tijd en op de toekomst.

In deze belabberde situatie hebben wij kennis genomen van de gedachten van James Mallon, een Canadese priester. In zijn boek “Als God renoveert” presenteert hij een aansprekende visie op de kerk. Zijn voornaamste stelling is, dat we als katholieke gemeenschappen vooral een onderhoudskerk zijn. Maar we zijn vergeten dat we ook een missionaire kerk zijn. Ons geloof dat heil van Godswege in Jezus Christus vlees is geworden, ons uitnodigt om de goede boodschap te verkondigen, is ondergesneeuwd.

Mallon wil ons via een nieuw model, ‘divine renovation’, goddelijke vernieuwing, het initiatief opnieuw bij God leggen. Daarin is geen ruimte voor zelfvoldaanheid, wel voor een nieuwe verbeeldingskracht. Paus Franciscus, die door Mallon zeer wordt bewonderd, formuleert deze visie aldus: “Ik droom van een missionaire kerk die in staat is alles te veranderen, opdat de gewoonten, de stijlen, de tijdschema’s, de taal en iedere kerkelijke structuur een kanaal worden dat geschikt is voor de evangelisatie van de huidige wereld, meer dan voor de bescherming van zichzelf.” De kerk is een vehikel van zelfvoldaanheid geworden, i.p.v. een instrument ter verspreiding van de Goede Boodschap.

Het belangrijkste element om een missionaire kerk te worden, is om leerlingen te maken. Het is, naast het grote gebod van de naastenliefde (Deut 30),  de voornaamste opdracht die Jezus ons gegeven heeft (Matth. 28). Leerlingen maken is een oude rabbijnse gewoonte die de goddelijke traditie levend houdt. Zoals Jezus als leermeester aanvankelijk door de Farizeeën is geschoold, en later leerling is geworden van Johannes de Doper, zo geeft Hij op zijn beurt nu zijn eigen leerlingen de opdracht om weer nieuwe leerlingen te maken. 

Maar juist die opdracht om leerlingen te maken, om ons geloof te verkondigen aan hen die niet door de liefde van Christus zijn aangeraakt, vinden vele mensen erg lastig. Er zijn meer doeners in de kerk dan dromers en profeten. En de parochies zijn er meestal niet op gericht. We onderhouden ons geloof, we bidden op zondag in de kerk en delen brood en wijn samen, maar leggen we ook getuigenis van ons geloof af aan buitenstaanders? Zijn wij in staat om ons geloof te delen en anderen uit te nodigen? Is ons geloof niet erg binnenkerkelijk,  met andere woorden: kunnen mensen aan ons zien, merken dat wij christenen zijn?

In de evangelietekst lezen we dat de vrouwen als eersten bij het lege graf aangekomen, de dode Jezus missen. Een engel vertelt hun dat Hij verrezen is. Niet begrijpend vragen de vrouwen zich af wat te doen. Maar de engel stuurt hen naar de leerlingen om hen te vertellen waar ze de verrezen Jezus zullen zien. De vrouwen zijn verkondigers en boodschappers bij uitstek: zij worden door Jezus opnieuw tot leerling gemaakt. En op hun terugtocht, angstig en opgelucht tegelijk, ontmoeten ze Jezus, zomaar. Jezus heeft hun harten al lang geraden en komt op hen toe, zoals ook later Hij zelf verschijnt aan de discipelen in Galilea. 

Het is God die op ons toe komt, ons hart kan veroveren als wij ons openstellen voor die boodschap van liefde en vergeving. Daarvoor is gebed een belangrijk element om ons als christen te onderscheiden: alle actie in de missionaire parochie komt voort uit contemplatie, vanuit een persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Dat is het missionaire fundament. En die missionaire kerk, die wil, net als in de apostolische tijd,  een visionaire kerk zijn: we willen niet alleen maar mensen bedienen die naar onze kerk toekomen zoals de vaste parochianen en vrijwilligers; neen we willen ook mensen van buiten de parochie de kans geven om Jezus en zijn gemeenschap beter te leren kennen. De focus van de missionaire kerk is er op gericht om zoekende mensen, en dat zijn er velen, zowel gedoopten als niet gedoopten, in contact te brengen met het Evangelie van Jezus Christus. Durven we zo in zijn spoor te treden?

Een gemeenschap vormen, zoals Jezus ons de opdracht gaf om leerlingen te maken, gaat natuurlijk niet vanzelf. Het vraagt om gebed, om bekering en anders leren kijken naar jezelf, om een overgang van ‘ik’ naar ‘wij’. Ieder van ons is geroepen om iets los te laten om de vriendschap met Jezus en zijn heilsboodschap aan te nemen. Iedereen kan het ook! Zo kunnen we een missionaire gemeenschap worden waar vriendschap en liefde zo sterk is ontwikkeld, dat mensen er Gods onvoorwaardelijke liefde kunnen ervaren. En andere mensen aantrekken. Gaan we dus op weg: in zijn spoor. Het spoor van de liefde loopt nooit dood, maar gaat altijd door. Het reikt, zoals de afbeelding op de voorkant van ons boekje naar de hemel.

Amen.