Overweging van Hans Hamers o.p.

Lezingen: Ezechiël 17, 22-24; en Marcus 4, 26-34.

Thema: KIEMKRACHT.

We hebben het de afgelopen maanden de weermannen en vrouwen op het journaal horen zeggen: groeizaam weer. Fijn voor de tuin, maar tussen de buien door laveren is toch echt minder. Nou dat groeien is goed gelukt, het is bijna zomer en alles is uitgelopen. En we genieten er volop van.

En al die planten begonnen met zaadjes, in ieder geval heel klein. Dat beeld, van een heel klein zaadje dat uitgroeit tot iets heel groots en moois, komt in beide lezingen nadrukkelijk naar voren. Een aansprekend beeld, gebaseerd op de natuur.

In die eerste lezing van Ezechiël zegt God, dat hij wat groot is klein gemaakt is en wat klein is groot gemaakt, en laat uitgroeien tot iets groots. Deze tekst van Ezechiël is sterk geïnspireerd op de politieke situatie van Israël in die tijd. Dat laat ik even voor wat het is. Deze Ezechiël-tekst is vooral gekozen omdat het mooi aansluit bij de Marcus tekst. Zelfde beelden.

In deze evangelietekst spreekt Jezus over het Koninkrijk van God. Het is als zaad in de grond, dus wachten opdat het ontkiemt, groeit en vrucht draagt, en dan de oogst. Het zaad is als het mosterdzaadje, uitgroeiend zó groot dat vogels er zich in kunnen nestelen.

Wie zijn het zaad, de boom, de vogels? De boom - het Koninkrijk van God. De vogels – de mensheid? Het zaad – woord van God, zo wordt het vaak voorgesteld, en dat het Gods woord in de wereld gezaaid wordt en afhankelijk waar het valt (andere voorgaande parabel), zal het ontkiemen. En daar gaat het om, dat het ontkiemt.

Wat maakt dat het zaad ontkiemt, dat het Woord van God de harten van de mensen kan raken? Die grond waarin het zaad valt is een samenstel van stoffen, die allen bijdragen of juist niet dat het zaad goed kan ontkiemen. Eén daarvan is vrijheid. En vrijheid is nodig voor het ontkiemen van Gods woord, de goede boodschap. Vrijheid is daarvoor nodig. Dat kun je denken op alle niveaus, maatschappelijk/politiek, gemeenschap, persoonlijk. Wat die vrijheid dan precies inhoudt op deze drie niveaus, dat uitwerken gaat wel wat ver, maar om een paar aspecten te noemen: vrijheid om je mening/opvatting uit te dragen, je geloof je belijden, in een groep te zijn, te gedragen wie je bent, je gevoelens, geaardheid kunnen uiten. Op persoonlijk niveau: ……. vrij van angst (ook een vorm van vrijheid). Geestelijk vrij zijn als basisvoorwaarde. Als voorbeeld denk ik dan aan mensen alleen nog geestelijk vrij waren en toch zo in woord en daad de christelijke boodschap konden uitdragen. Ik denk dan aan Titus Brandsma, Nelson Mandela, Etty Hillesum. Dit zijn kampioenen, begiftigd met bijzondere vermogens. Geen familie doorsnee.

Maar wát moet er dan ontkiemen? Ja, zoals gezegd het woord van God. In het Marcus evangelie wordt in het begin gezegd dat de boer moet wachten, slaapt en waakt, nachten en dagen dan ontkiemt het zaad en schiet het op. Dat wachten …… wat ligt daar in vervat? Je kunt natuurlijk gewoon zeggen, dat gaat ieder jaar zo, dus die boer weet wel dat het ontkiemt, opschiet, groeit en dat ie kan oogsten. Zo gaat het ieder jaar. Maar wat als het de eerste keer is, dan wordt het spannender. Is het zaad goed? (Gods woord goed verkondigd. Is de grond goed? (Moet ik niet ergens anders gaan verkondigen?). Zal het Woord van God opschieten? En wanneer? Jezus zegt: wachten, zonder te weten hoe, wacht de zaaier op het ontkiemen, opschietende zaad. Zonder te weten hoe. Dat zegt iets over de zaaier. Hij heeft het niet in de hand, hij controleert niet. De meeste boeren heden ten dage willen en doen dat wel. Hoogtechnologisch (en dan gaat het ook niet altijd goed!). Zonder te weten hoe, vat ik hier ook op als een oproep om te vertrouwen op dat wat goed is, zal groeien. Het komt er wel. Ook een aardig uitgangspunt voor ouders en opvoeders.

Oké, vertrouwen dus, als grondhouding voor de zaaiers van Gods woord, wij allen dus, dat eens het Koninkrijk van God voltooid zal zijn. Kleine zaadjes schieten al op. Maar ja, als ik de krant lees, dan denk ik wel eens, hoezo dan? Ik zag een paar dagen geleden een filmpje op NOS.nl over de repressie in Rusland. Op het einde van het filmpje komen ook wat jonge Russen aan het woord die het allemaal niet interesseert, behoorlijk defaitistisch, onverschillig, over wat er in hun land gebeurt. Is het angst die maakt dat zo in het leven staan? En ze waren niet aan het wachten tot het beter zou worden. Toen ik dat zag, dacht ik: als zij ook mensen zijn naar het beeld van God, dan móet er toch iets onder zitten, en die onverschillige houding. Wat leeft in hen? Je ziet in dat filmpje een jong stel. Die willen een toekomst, toch? Echt in hun ziel kijken kunnen we niet. 

Hoe is het met de vrijheid van het jonge onverschillige stel gesteld? Flink ingeperkt, door de staat en door henzelf, al willen ze dat niet weten. Onverschilligheid dus. Maar zij zijn óók geschapen naar Gods beeld, dus dan ligt de kiem van Gods liefde toch ook in hún hart! Ja, vrij worden van angst, die de onverschilligheid doet afbrokkelen, dan kan de liefde van God ontkiemen, en een groei inzetten van vriendelijkheid, hoffelijkheid, burenhulp, oprechte aandacht voor de vreemde. Zo groeit de kiem van Gods liefde uit tot een zachte kracht die bouwt aan het Koninkrijk van God, van vrede en gerechtigheid.

Laat ons vandaag hier weer beginnen met het in vrijheid en onvrijheid zoeken naar onze ingeschapen kiemkracht van Gods liefde.

Moge het zo zijn.