Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

Jezus Sirach, 27,30 - 28,7   en    Matteüs 18, 21-35                  

Nog niet zo lang geleden werd in de Tweede Kamer een oproep gedaan om ‘mild en genadig te zijn’. Zonder op de bedoelde kwestie in te willen gaan, is het bijzonder maar ook heel mooi om die woorden te gebruiken en te horen. Vele columns in verschillende kranten associeerden deze woorden meteen met het christelijk erfgoed!! Dat is mooi!! Maar wij christenen hebben natuurlijk niet het alleenrecht op deze woorden. Gelukkig niet!! Als je onenigheid hebt, of misschien zelfs een conflict, heb je de neiging om de ander eens goed de waarheid te zeggen. Misschien wil je hem of haar zelfs eens flink schofferen, dat lijkt steeds meer te gebeuren. Maar diep in je hart weet je ook wel dat door dergelijk gedrag de relatie blijvende schade kan oplopen. Is dat wat je wilt? De lezingen van vandaag wijzen ons er op dat verzoening en vergeving, mild en genadig te handelen de weg kunnen openen naar een nieuwe toekomst. Dat komt ons leven en ons samenleven ten goede.  

In de KBS-vertaling van 1985 staat bij Jezus Sirach: ‘wrok en gramschap’. Deze wat archaïsche woorden geven iets meer aan van de ‘grimmigheid’ bij dit eerste vers. Het gruwelt ons/mij als je deze woorden in een relationele sfeer betrekt. Vaak leiden dergelijke situaties tot gruwelijke taferelen. Wie wraak neemt, zal wraak ondervinden. Jezus Sirach zegt: Vergeef uw naaste zijn onrecht! Tja….dat weten we. Dat willen we ook wel (vaak) maar wat kun je vergeven, vergeten? Het Bijbelboek van Jezus Sirach heet in de Bijbel: De Wijsheid van Jezus Sirach. Dat roept iets op. En dat staat er niet voor niets. Een boek om niet zo maar naast je neer te leggen. Wat kunnen wij daarvan leren? Over het algemeen wordt aangenomen dat de auteur Jezus heette, zoon van Sirach en woonde in Jeruzalem, hij trad op als wijsheidsleraar in zijn leerhuis. Waarschijnlijk was hij rond 190 voor Christus in de volle kracht van zijn leven. Opvallend is dat hij trouw blijft aan de oude Joodse traditie maar ook open staat voor de waardevolle elementen van de hellenistische beschaving. Hij kan een genuanceerd standpunt innemen. En hoe belangrijk is dat vandaag de dag niet!! Het is allemaal niet zwart-wit. Juist niet!! ‘Als iemand die zelf maar een mens is’ (en zijn we dat niet allemaal?), in wrok en gramschap volhardt, wie zal dan verzoening bewerken? Kan een mens die tegenover een medemens in zijn woede volhardt, bij de Heer zijn heil komen zoeken?

Het familiediner dat Betty aan het begin van de viering al noemde, kent daarin vele verschillende gradaties. Vaak weten mensen niet eens meer precies wanneer en hoe en om welke reden het ‘conflict’ ooit begonnen is. Maar als iedereen in wrok en gramschap blijft leven, je nooit de minste wilt/kunt zijn dan is er geen enkel perspectief meer. En hoe ziekmakend dergelijke kwesties kunnen zijn, weten we, denk ik, ook wel uit eigen ervaring. 

De vraag die Petrus stelt in het Evangelie: ‘Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?’, lijkt een neutrale vraag. Maar er zit toch wel een ondertoon in. Petrus wil eigenlijk een duidelijke grens trekken aan wat hij van de ander wil accepteren. En hij heeft zelf het gevoel dat hij die grens heel ruim stelt. Hij wil zeker niet zo maar de banden verbreken met broeder of zuster maar er lijkt bij hem toch wel een grens te zijn. Op een gegeven moment is de maat vol. Je kunt niet oneindig door blijven gaan. En hij wil graag horen dat Jezus zeven maal wel genoeg vindt. Maar Jezus heeft die ondertoon wel gehoord. En zoals altijd, Jezus reageert op een hele verrassende manier. Hij zegt: je kunt aan vergeving geen grens stellen, zeventig maal zevenmaal – tot het oneindige. 

Dat gaat ver boven de grens van Petrus en vele anderen – tot in het oneindige??? Alleen kun je dat pas als je zelf beseft hoezeer jij zelf vergeving nodig hebt. Een ander vergeving schenken, begrip hebben voor zijn zwakke kanten, voor zijn minder goede kanten zelfs, is alleen mogelijk wanneer je ook je eigen schaduwzijden kent. Dat betekent dat je als leraar allereerst leerling moet blijven. Dat je weet dat je goed moet luisteren voordat je zelf je eigen mening geeft of het vingertje opheft. Dat je beseft dat je zelf integer moet zijn als je dat ook van een ander verlangt. Dat vergeven vanzelfsprekend moet zijn omdat jij zelf leeft van Gods genade.

Wat is dat toch dat het zo moeilijk is om ‘de minste te zijn’? Hebben we onze ego’s zo opgevijzeld dat we dat niet meer kunnen? Het is natuurlijk goed om in je eigen kracht te staan, te weten wat je wilt, wat je doelen en missies zijn in het leven. Maar moeten we daarin ook niet erkennen dat het soms wel een beetje veel van ‘dit’ is. Het kan aan je vreten als er onenigheid is met vrienden, met familie, op de werkvloer. En zoals we vaak – als het om kinderen gaat – thuis, in de klas, buiten op straat – met onze hand over ons hart strijken, is dat ook de houding die Jezus van ons vraagt. ‘Als gij niet wordt de minste’….. want in de praktijk blijkt dat rechtlijnigheid, op je strepen staan, niet altijd goed werkt. Je wilt niet de minste zijn……… maar je houdt verdriet omdat een goede vriendschap of een relatie stuk is gegaan. Je draagt dan voortdurend een gevoel van bitterheid met je mee. Als je in wrok en gramschap door het leven gaat, gaat dat je helemaal beheersen. Daar worden we geen beter en prettiger mens van. 

De Duits-Amerikaanse, Joodse filosofe Hannah Arendt die veel, heel veel gepubliceerd heeft over ‘kwaad’ beweert ‘het kwade is niet alleen een intellectuele kwestie. Het betreft je hele wezen, je zijn’. Iemand vergeven is een emotioneel en moreel proces. Daarover met elkaar van gedachten wisselen, je scherpen aan elkaar, kan je helpen. 

Vaak is het zo in conflictsituaties dat mensen niet meer van perspectief kunnen wisselen. Door de ervaring die je op hebt gedaan, de jaren die verstreken zijn, het aangedane leed kan zo groot worden dat je ook niet meer in staat bent, te voelen, te bedenken wat ‘de ander’ is aangedaan, of denkt of heeft ervaren. Het worden dan hele starre standpunten. En daar worden we nooit beter van. 

De lezingen van vandaag bieden ons vele kansen. Denk aan het verbond met de Allerhoogste en zie door de vingers wat maar onwetendheid is. Kan hij die onverbiddelijk is voor zijn medemens, (zoals de dienaar in het Evangelie) om vergeving bidden voor zijn eigen zonden? De Heer ontfermt zich over een ieder die eerbied voor Hem heeft. De goedheid van de Almachtige is eeuwig. En het Evangelie leert ons dat de koning over zijn hart kon strijken bij zijn dienaar! Maar dan ook van zijn dienaar verwacht dat ook die zijn hand over zijn hart strijkt! Het past niet in de lijn van Jezus om wel vergeving te krijgen maar geen vergeving te schenken. Als wij samen regelmatig in de spiegel kunnen kijken die Matteüs ons vandaag voorhoudt dan worden wij een zegenrijke geloofsgemeenschap.