Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Leviticus 13,1-2.45-46 en Marcus 1,40-45

Thema: Ziende de onzienlijke.

Komende woensdag begint de 40-dagentijd met As-woensdag, en dus is het dit weekend en morgen en overmorgen Carnaval. Cees Remmers – in de 80-er jaren van de vorige eeuw pastor in Hilvarenbeek – eindigde zijn preek op deze zondag aldus: “het Carnaval koos dit jaar als veelzeggend motto: ‘k zè ‘r gère bij. Ik ben geen Brabander, maar zo moet ’t ongeveer klinken: ‘k zè ‘r gère bij. Remmers zegt dan: “Ik denk dat dit een levenslang verlangen is van alle mensen, ziek en gezond. We horen er allemaal graag bij, en niemand staat graag alléén. Toen Jezus de melaatse genas, hoorde hij er weer bij.” – einde citaat uit zijn boekje ‘Van toen en thans’ met preken voor het B-jaar.

Tussen toen en thans is wat dit betreft weinig veranderd. Ziek of gezond, maar wàt verlangen we nu - misschien meer dan ooit - dat we weer bij en met elkaar kunnen zijn: een omhelzing, een knuffel, een kus - Valentijn - een feestje, maar vooral sámen.

Ja, Corona heeft heel wat teweeg gebracht en het eind is nog niet in zicht: grote zorgen over de jeugd en de jongeren , en over de ouderen in verzorgings- en verpleeghuis: vereenzaming, alléén zijn, gemis aan contact. Grote zorgen bij velen tussen die twee leeftijdsgroepen in: zonder werk, moet ik mijn bedrijf sluiten? relatiecrisis, lang herstelproces na corona, hoe kom ik hieruit? Ik zie het niet meer zitten, ik in m’n eentje. . . .

De lezingen van deze zondag maken het voor predikanten zeer verleidelijk om het daar maar eens uitgebreid over te hebben. Maar het gaat vandaag over veel meer dan alléén de gevolgen van Corona; het gaat over mensen die zich buitengesloten voelen, apart gezet, gediscrimineerd, misplaatst, geëtiketteerd als fraudeur, slachtoffer van politiek en machten als Gasunie en Shell - om maar een paar voorbeelden te noemen . . ., mensen die zich niet gezien voelen, onzienlijken.

We weten natuurlijk allemaal hoe dat komt, we zijn met z’n 17 miljoenen die het allemaal beter weten dan die ene en alle praatprogramma’s op TV zijn heel blij met al die betweters.

En dan is er vandaag die man: ‘diep ontroerd stak hij zijn hand uit . . . en raakte hem aan . . . ‘ik wil het, word rein’ zei hij . . . .

Zou die man ook niet ontzettend bang geweest zijn? . . . Voor besmetting met die vreselijke ziekte? . . . . en wat zullen anderen . . . .? trouwens het mag helemaal niet, de wet, de regels, de hogepriesters . . . ik weet toch hoe je hoort om te gaan met een melaatse . . .

Angst schept wantrouwen, afstand, isolement,

Er is een nieuw boek uit over het Marcus evangelie van de Jezuïet Dries van den Akker. De titel is: ‘Ga anders denken’. Ik citeer over de schrijver: “hij laat zien hoe Markus Jezus portretteerde: een man die niet de regels, maar de mensen voorop stelde. Vooral de mensen die verstoten werden en op wie werd neergekeken. Zo gaf hij het voorbeeld aan zijn leerlingen: meer dan ze te ‘bekeren’ leerde hij ze anders te denken.“ Anders denken begint met anders kijken; zó anders kijken naar de ander, dat die voelt: ik mag er zijn, ik word gezien, ik word aangeraakt, ik word geraakt, ik hoor er bij! Ik las deze dagen ergens: “Ik vroeg een dame: ‘Wat vindt u het ergste van deze tijd? Ze zei spontaan: ‘Dat ik niet meer aangeraakt wordt, dat ik mijn kleinkind allen van achter een raam mag zien. Dat ik haar niet even in de armen mag houden, dat ik soms angstig voorzichtig ben.’ Het kwam er achter elkaar uit alsof het opgekropt in haar keel zat. Alleen het vertellen werkt soms al als bevrijding. We raakten elkaar voorzichtig aan.’

En ook las ik dit: ‘Ik vroeg een Palestijnse moeder gevlucht uit Aleppo of ze haar weg al een beetje gevonden had in onze samenleving. Ze vertelde dat ze vrijwilligerswerk was gaan doen in een zorgcentrum. Ze zou een ommetje maken met iemand in een rolstoel. Toen ze op weg zouden gaan, draaide de vrouw in de rolstoel zich om en riep hard zodat iedereen het kon horen: ‘Ik mot die hoofddoek niet!’ Ze is na die tijd nooit meer in het zorgcentrum geweest. Later zei ze: Paradijs is relatie, geen relatie, geen paradijs’.

In de brief aan de Korintiërs – de 2 e lezing vandaag die we niet gelezen hebben – schrijft Paulus: “wat je ook doet, geef geen aanstoot, en zoek niet je eigen voordeel, maar dat van anderen, opdat allen gered worden. Wees mijn navolgers, zoals ik het ben van Christus.” Die navolgers zijn er; ik denk meteen aan Damiaan de Veuster - pater Damiaan - en Petrus Peerke Donders, die hun leven inzetten voor de melaatsen, de onzienlijken op Molokai en in Suriname, maar ze zijn er ook nu, naamloos, en velen.

40 Dagen tijd . . . tijd om te bezinnen en je af te vragen: en ik dan? Bekering, omkeren, anders denken, anders kijken . . .

Wat zongen we ook al weer bij binnenkomst?

“De Heer heeft mij gezien en onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen.

Hij heeft mijn licht ontstoken in de nacht, gaf mij een levend hart en nieuwe ogen. Zo komt Hij steeds met stille overmacht en zo neemt Hij voor lief mijn onvermogen.”

Moge het zo zijn.

NB: het Griekse woord ‘metanoia’ wordt meestal vertaald met ‘bekering’, maar volgens het woordenboek is de eerste betekenis ‘verandering van gedachte’.