Overweging van Jan van der Wal.

Jeseja 35, 1-6a, 10; en Matteus 11, 2-11.

Thema voor de advent: "EEN STEM DIE ROEPT IN DEZE TIJD".

Thema voor deze derde advent viering: "Hoorders van het Woord".

Overkomt u dat ook wel eens? Dat u met mensen in gesprek bent, uw familie, uw kinderen of kleinkinderen, goede vrienden misschien, en zij u vertellen dat zij daar en daar geweest zijn, of dat en dat gedaan hebben. En dat u dan bij u zelf denkt: tja, wat moet je daar nu doen, of, wat is daar nu aan…. Ik kan mijn tijd wel beter besteden. Zo ongeveer moet ook Jezus tegen de verzamelde menigte hebben aangekeken en hen de vraag hebben gesteld, waarom ze nu de woestijn in zijn getrokken. 

Het is echter een retorische vraag. Jezus weet heel goed waarom zij de woestijn in trokken. De grote aantrekkingskracht van Johannes, zijn leermeester, maakte het immers mogelijk dat Jezus nu voort kan bouwen op diens onderricht. Geen rijkdom, dure kleding noch een onbedorven natuur was het doel: zij wilden een mens ontmoeten die hun in alle eenvoud een boodschap heeft gebracht. 

In een tijd die vol was van angst en dreiging, ondergang en wraak, predikte Johannes over een God die met mildheid zich naar zijn volk keerde. Er is vergeving van zonden mogelijk mits mensen zich bekeren. En Johannes was die bode die God uitzond om zijn woord te verkondigen. In het Mattheus-Evangelie lezen we dat Jezus het stokje van Johannes zal overnemen. Zo geven profeten elkaar het woord van God door.

Het woord van God heeft ook een stem: nu is het de stem van iemand die roept in de woestijn, om de weg van de Heer te banen. Het is een oude stem, die al lang heeft geklonken in Israël. Een woord dat steeds weer gehoord wil worden.

Tal van profeten – Jesaja, Jeremia, Daniel, Amos, Zacharias - waren immers vol van het verlangen naar herstel van de glorie van Israël. Zij riepen de mensen op om ook hun eigen geestelijk herstel ter hand te nemen, om zo de vreugdebode te verwelkomen: door hindernissen op je pad weg te nemen, dalen te vullen en bergen te effenen, opdat de Heer bij jou kan komen en er verblijf te nemen.

En de gedachte daar achter is eigenlijk de samenvatting van heel de Bijbelse boodschap: als je wilt dat jij en jouw wereld verbetering behoeven, dan moet je ook zelf aan de slag gaan. Wie de de weg van God wil bereiden, zal beseffen dat God ook door jouw handen tot stand komt.

Een roepende stem die vaak heeft geklonken in het oude Israël, en die steeds weer nodig bleek. Een stem die ook roept in deze tijd, waarin onverschilligheid, haat en woede over van alles en nog wat om voorrang strijden. Een stem die dus heel hard nodig is om ook in onze tijd te laten weerklinken. Meer dan ooit.

Want een stem wil gehoor vinden. Wij vormen als het ware de hoorders van het woord. Kunnen wij die stem versterken? Spreekt die stem dus ook nog tegen ons? Spreekt die stem ons nog wel aan, trouwens? 

Hoe moeten wij dan de weg van de Heer bereiden, onze paden weer recht trekken - als ze nog niet recht genoeg zijn - teneinde onze wereld inclusief onszelf mooier maken?

Mensen als wij belopen allemaal een eigen levensweg. Soms is die weg eindeloos lang, soms blijkt dat we in cirkels lopen. Beide wegen leiden eigenlijk nergens toe. In de doolhof van ons leven lijkt het soms of alleen de sluwen en handigen de uitgang vinden, terwijl de eenvoudigen en zachtmoedigen eindeloos dwalen over de kronkelpaden. 

Nu is het Gods bedoeling geweest om ons rechte wegen te wijzen, die wel ergens heen leiden, dwars door de woestijn die vaak een beeld is van ons leven: zo dor en droog, zo onvruchtbaar, en vooral: zonder horizon, want alles lijkt maar op elkaar, nergens is een stukje groen te bekennen. Maar in de woestijn, zo leert ons het verhaal van Johannes en die duizenden mensen die als een zwerm vliegen op hem afkomt, daar begint ook de ommekeer.

God lijkt zijn bode Johannes te zeggen: kijk verder dan je neus lang is, kijk niet steeds naar de grauwheid om je heen, of de somberheid in jezelf; kijk vooral ook naar de hemel, die is iedere dag weer anders van kleur. De wegen die jullie gaan, en die niet zelden dwaalwegen bleken, kunnen ook wegen worden die een weg effenen dwars door de woestijn heen. 

En die roepende stem in de woestijn, die stem van die bode, kan misschien ook een stemmetje in jullie worden, die niet meer verwarring sticht, maar jullie juist wegleidt uit die wildernis en verwarring van alledag. 

Velen van ons zijn nu op een leeftijd gekomen, die maakt dat je vaker terugblikt op je leven: heb ik de juiste keuzes gemaakt? Welke wegen heb ík bewandeld? Waren dat wegen die mijzelf wel mooier maakten, maar niet zozeer de wereld om mij heen? Hoeveel ruimte heb ik God gegeven in mijn leven? Was ik wel in staat om Gods wegbereider te zijn? En: liepen mijn wegen gelijk met de wegen van God? Liep ik in de voetsporen van zijn bode, of een geheel andere kant uit? 

Vragen te over, maar antwoorden ook. Als we nu weer eens met vrienden, familie of met onze kinderen praten, en er wordt gevraagd aan ons: wat heb jij op zondag gedaan? Dan kunnen we voortaan zeggen: ik trok de woestijn in, en heb een stem horen zeggen dat verandering altijd mogelijk is, dat daardoor de wereld en mijzelf beter kunnen worden… Ga je ook mee volgende keer?

Amen.