Overweging van Wim Rigters.

Lezingen:  Spreuken 31, 10-31 (ingekort) en Matteüs 25,14-28

Thema: “Alléén sámen . . . .” 

“Wij zijn de Verenigde Staten en SAMEN is er niets dat we niet kunnen doen, zolang we het SAMEN doen” – sprak de vooralsnog nieuw gekozen president Biden. – en hier in ons land horen we al maanden onze leiders roepen onze leiders roepen: 'Alleen samen krijgen we corona onder controle'. Ik gun ze van harte dat ook zij eens te horen zullen krijgen: “Uitstekend, goede en trouwe dienaar!”. Maar zó verband leggen tussen de lezingen van vandaag en het door ons gekozen thema is misschien wat al te simpel. 

Tja, die lezingen van vandaag, zó overbekend!

Die ‘sterke vrouw”, dat moet wel een super-woman zijn; en die ‘heer en zijn dienaren’ dan: moeten we dan toch zoveel mogelijk geld verdienen en vooral de banken spekken?

De tekst van de eerste lezing is de slottekst van het boek Spreuken -  weliswaar een ingekorte versie van die tekst, maar de liturgische richtlijnen laat er nog minder van over dan onze keuze. Maar toch heb ik spijt dat we vers 30 hebben weggelaten, waar staat: ‘Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig, maar een vrouw die de Heer vreest, moet worden geroemd”. In de openingstekst van hetzelfde boek staat: ’De vrees voor de Heer is het begin van de kennis, wijsheid en discipline worden door de dwazen verworpen’. Sommige exegeten denken dan ook dat met de sterke vrouw bedoeld is ‘Vrouwe Wijsheid’, die niet bang is voor de Heer, maar eerbied heeft, eerbied heeft voor hoe de Eeuwige wil dat wij leven. En dat geldt voor ieder mens.

Wijsheid – daar ging het vorige week al over: dat verhaal van de tien meisjes die de bruidegom tegemoet gingen met hun lampen – vijf waren dom en vijf waren verstandig – en de moraal was: weest waakzaam, want je kent dag nog uur. Daarmee begon hoofdstuk 25 van Matteüs, waar het verhaal van vandaag op volgt.

Het gaat over het worden van het Koninkrijk der Hemelen en over: ‘wanneer de mensenzoon komt’, het laatste oordeel. In Matteüs’ verhaal is dit hoofdstuk het laatste van alle redevoeringen, dus onderricht van Jezus, hierna begint het lijdensverhaal, de voltooiing van zijn leven. De kernvraag van de parabel van vandaag is dus: wat doe jij ondertussen met je leven? Hoe vul je het in? 

Het evangelie van de talenten klinkt je wellicht overbekend in de oren als een aanmoediging om jouw talenten goed te gebruiken en geen talent uit angst in de grond te stoppen. Want de heer die jou zijn vermogen heeft toevertrouwd, houdt bij zijn wederkomst afrekening. Deze parabel kan gemakkelijk uitlopen op een moraliserende levensles. Je kunt de parabel ook vanuit een totaal ander perspectief bezien. Als je de geest van de verteller even tussen haakjes zet en aansluit bij het marktdenken, dan kun je de parabel zelfs verstaan als een uitdaging om in het leven zoveel mogelijk bonus in de wacht te slepen... Maar dan ben je ver van de geest van het evangelie. Hoe verbind je het evangelie met het leven nú? Dan gaat het wellicht niet alleen om mijn financiële vermogen, zelfs niet om mijn intellect, hoe gehaaid of slim ik ben, hoeveel ik aandurf en welke risico’s ik durf te nemen.... Misschien gaat het dan over de mensen die mij zijn toevertrouwd, voor wie ik zorg draag; misschien gaat het ook over de akker, de grond waarop ik leef en hoe ik daarmee omga...?  Draag ik zó zorg voor hetgeen de Eeuwige mij heeft toevertrouwd, dat het ook in mijn handen toekomst heeft... ? Hoe kan ik zo luisteren naar de parabel, dat ik anders ga kijken naar mijn leven, mijn belangen en inzet, mijn geloven en levenszin? 

Volgende week zullen we het vervolg van Matteüs horen op de parabel van vandaag: ‘Wanneer de mensenzoon komt en zal plaatsnemen op zijn troon’ en zijn enige vraag zal zijn: wat heb je voor één van de minste broeders of zusters van Mij gedaan . . . ?

Daarom kozen wij vandaag voor het thema: Alléén Samen!

Amen