Overweging van René Klaassen.

Jesaja 62, 1-5; en  Johannesw 2, 1-12.

Thema: .... Wonderbare raadsman ...?

U weet het wellicht van mij en zo niet dan hoort u dit vandaag voor het eerst. Ik heb jarenlang als schoolbegeleider les mogen geven op openbare scholen in onze regio aan kinderen die wel degelijk een religieuze achtergrond hadden, maar toch op een openbare school zaten. Laat duidelijk zijn dat ik dat jarenlang met heel veel plezier gedaan heb. Die lessen bestonden vooral wekelijks uit een inleidend gesprek, een sterk levensbeschouwelijk verhaal en dan een levensbeschouwelijk nagesprek daarachteraan. Meestal was de tijd te kort.

Niet altijd, maar regelmatig waren die verhalen bijbelverhalen. Rond kerst en Pasen in elk geval en verder met regelmaat in een cyclus van drie jaargangen kwamen er een stel terug.

Wanneer ik in die kerstverhalen de aanspreektitels voor Jezus gebruikt zou hebben die Jesaja ons vandaag en al in aanloop naar de kersttijd heeft aangereikt, had ik in de nagesprekken heel wat uit te leggen gehad. Ze konden meer vragen dan in drie kwartier was uit te leggen.

Maar eerst even naar Jesaja: In een van de kerst-teksten van Jesaja horen we de eretitels die Jezus al aan het  begin van zijn leven mee krijgt : … Wonderbare raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst …. Koning van de vrede …. zijn er daar een paar van. Vandaag horen we van diezelfde Jesaja dat Jezus zelfs vergeleken wordt met … een kostbaar diadeem in de hand van God …. 

Bij mij roepen deze titels elke keer wanneer ik ze opnieuw hoor, lees of er een overweging bij moet schrijven de vraag op : zou Jezus ergens in zijn opvoeding dat boek van Jesaja in handen gehad hebben? Zou hij al lezend geweten hebben dat het over hem ging? En vervolgens roepen deze vragen de catecheet in mij wakker …. 

Het openbare leven van Jezus, waarvan afgelopen week het begin, met de doop van de Heer door collega Hans uitvoerig met u besproken is, begint eigenlijk nog iets eerder denk ik persoonlijk dan met de doop in de Jordaan en de stem van de eeuwige uit de hemel die spreekt en aan de wereld bekend maakt dat zijn zoon aan zijn openbare leven begint.

Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat Jezus al een vermoeden heeft gehad. Niet wetend wat er precies bedoeld werd, maar er moet zoiets als een voorgevoel geweest zijn. En dan is het de plotselinge dood van zijn vader Jozef, de timmerman achter wiens rug hij zijn voorgevoel jarenlang heeft weten te verbergen als zijn knecht, misschien zeg ik in deze tijd beter facilitair medewerker, dan hebt u meer ruimte om zelf die rol in uw gedachten in te vullen. Dan staat Jezus echt voor de belangrijkste keus in zijn leven. Blijf ik schuil gaan achter de rol van timmerman of wat dan …. En op dat punt in zijn leven aangekomen neemt hij bij de evangelisten Mattheus, Marcus, Lucas pas ná de doop het besluit zich te gaan beraden in de woestijn … maar bij Johannes, van wie we het verhaal van de bruiloft zojuist hoorden is niets van veertig dagen in de woestijn te lezen. Toch moet er door die doop en in de tijd in die woestijn het een en ander zijn gebeurd dat verandering in gang gezet heeft. De impact van het getal veertig kennen we  goed genoeg en de rest eigenlijk ook …

Als Jezus dan terugkeert uit de woestijn, waar belandt hij dan? Hij moet uitgeput geweest zijn? Mattheus, Marcus en Lucas laten Jezus direct aan zijn tweede leven beginnen met prediking in synagogen in de buurt. Maar het is alleen Johannes, die met het verhaal van vandaag, als het ware een springplank bedenkt. In zijn tekst, veel gedetailleerder dan de anderen, blijft Jezus nog in Nazareth, hij zal naar Maria zijn teruggekeerd. Op de eerste plaats om aan te sterken. En daar doet hij al de ontdekking dat er de eerste volgelingen zijn. mensen die bij de doop in de Jordaan de stem ook gehoord hebben en in de overtuiging verder leven dat ze nu de beloofde Messias gevonden hebben. En dan is er opeens de uitnodiging aan Maria om naar een bruiloft in haar familie te komen. Het was in die dagen niet ongebruikelijk, waarschijnlijk Joods voorschrift, dat een weduwe niet alleen reisde en niet alleen naar bruiloften ging. Ze heeft Jezus dus gevraagd haar te vergezellen. 

De rest heeft u gehoord.

Vlak voor het gebeurt is er nog twijfel in Jezus: ‘Vrouwe, mijn uur is nog niet gekomen !’… maar dan ervaart Jezus voor het eerst wat het is om zelf, eigenstandig zo u wil, een wonder verricht. Het lijkt nog, alsof hij erbij staat en er als het ware naar keek zonder zelf iets te doen, maar : Water verandert in wijn. En niet zomaar wijn, maar de beste wijn! Vanaf die dag moet hij geweten hebben dat zijn leven definitief anders werd. Daar, op dat moment, vindt hij zijn tweede identiteit, die van … Wonderbare raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst …. Koning van de vrede ….

Hij heeft nog zo’n drie jaar de tijd gehad om daar mee aan het werk te gaan en er als een diplomaat, manoeuvrerend langs de uiterste grenzen van de botsende en schurende culturen en religies van het joodse en het romeinse. En wij zitten hier nu samen, omdat hij er heel ver mee gekomen is. Zijn opdracht aan de wereld die hij uiteindelijk achtergelaten heeft, heeft in onze levens wortels gezet en wij doen ons blijvende best, met vallen en opstaan om in dat voetspoor te blijven volgen. Nu durven wij met elkaar uit te spreken dat we geloven in een God die zoals jezus, hart heeft voor mensen, die zichtbaar wordt wanneer wij ons liefdevol inzetten voor anderen. Een God, wiens geest nog altijd onder ons doorwerkt.

Moge het zo zijn.