Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Jeremia 31,31-34 en Johannes 12,20-33.

Thema: Als de graankorrel .....

Nederland heeft gestemd. In een column vooraf las ik: ‘Politici dromen van een maakbare samenleving. Een mensheid die luistert naar idealen en programma’s. Lijsten vol beloftes en toezeggingen. “Veel beloven, weinig geven, doet een gek in vreugde leven”neuriede mijn grootmoeder al bij het haardvuur.’ – einde citaat. We weten nu het resultaat: de grote meerderheid koos voor voortzetting en uitbreiding van de macht van het geld en voor welváárt ten koste van weer minder aandacht voor het wel-zíjn van mensen, en die zich voor dit laatste uitdrukkelijk en daadwerkelijk hebben ingezet, werden niet beloond. En nu moet er een verbond gesloten worden voor de toekomst. Maar vrees niet: ik zal het verder niet over politiek hebben.

Wel wil ik aansluiten bij mijn laatste overweging op de zondag voor het begin van deze 40dagentijd, die ik beëindigde met “40 dagen tijd om anders te gaan denken. . . “. ‘Ga anders denken’ is namelijk de letterlijke betekenis van het woord dat we meestal met ‘bekering’ vertalen: het Griekse ‘metanoia’. Ik weet niet of en in hoeverre dit ieder van ons heeft bezig gehouden de voorbije vier weken, maar wel kunnen we aan de symbolen die hier staan zien waar het over ging in de vieringen: de regenboog, teken van Gods verbond; de icoon van de Gedaanteverandering op de Tabor bij het thema ‘Grond onder je voeten’, de bezem van de tempelreiniging: ‘opruimen’, en de lamp van ‘onderweg naar het licht’ vorige zondag.

Terugkijkend zie ik dat de eerste lezingen van alle 4 zondagen gaan over het Verbond dat God sloot en sluit met de mens: na de zondvloed: ‘Ik zet mijn boog in de wolken, teken van het verbond tussen mij en de aarde’; Gods verbond met Abraham op de berg: ‘door u komt zegen over alle volken van de aarde omdat ge naar mij hebt geluisterd’; op de 3 e zondag de inhoud van het verbond, de 10 geboden, de 10 leefregels; en vorige zondag werd verteld hoe het volk lak had aan al die geboden en leefregels en God zelf een vreemdeling inschakelde –de koning van Perzië – om dat volk tot de orde te roepen om terug te keren naar Jeruzalem, de stad Jeruzalem die staat voor de Tempel, de plaats van de Ark van het Verbond.

Vandaag worden wij door Johannes ook teruggebracht naar Jeruzalem, waar ook Jezus is aangekomen om Pascha te vieren. ‘Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen’. . . vreemdelingen dus . . . andersdenkenden? . . . allochtonen? . . .

Ik zie me er zelf tussen staan . . . wat zou ik die Jezus graag eens ontmoet hebben . . . echt zelf horen wat Hij te vertellen heeft.

Zou Hij het lef hebben van Jeremia? Zo’n 600 jaar eerder, nog vóór de grote ballingschap, de verwoesting van de tempel, de deportatie van het volk naar Babylonië, zag hij de dreiging daarvan heel scherp: de mensen zijn bang geworden: hun leiders pappen aan met de grootmachten Assyrië en Babylonië en hebben lak aan de Thora, de door God gegeven leefregels; er is geen respect meer voor God noch gebod; mensenlevens tellen niet. Jeremia ziet wat anderen niet zien: dit kan nooit Gods bedoeling geweest zijn toen Hij ons bij de hand nam en wegleidde uit het land van slavernij en onderdrukking; kijk diep in je hart en ontdek dat vrijheid niet in ongebondenheid kan, maar alleen in verbondenheid met elkaar. Een nieuw Verbond! 600 jaar later vieren dertien mensen in een bovenzaal in Jeruzalem met elkaar het paasmaal – de herdenking van die uittocht uit Egypte naar de vrijheid. Bij de beker op het einde van de maaltijd zegt de gastheer: “Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed, dat voor u vergoten wordt”.

Deze woorden van Jezus vind je in het evangelie van Lucas, niet bij Johannes. Hij laat Jezus aan het begin van dat laatste Paasmaal neerknielen en de voeten van zijn leerlingen wassen. Daarna vroeg hij hun: “Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?”. Ze zijn er wel achter gekomen, ook Johannes. Het is wel bekend dat Johannes veel heeft nagedacht, gemediteerd, over wie die Jezus wel was; pas veel later heeft hij zijn gedachten aan papier toevertrouwd, toen hij het zeker wist: die Jezus is de verpersoonlijking van het ‘nieuw verbond’: in Hem zie je hoe God de mens bedoeld heeft: de bedoeling van je leven is het delen met de ander, in verbondenheid met anderen, in relatie tot de ander op jouw weg, tot die naast jou. Dat kan alleen als je jezelf relativeert, niet belangrijker vindt dan die ander, ook niet dan die Grieken, die vreemdelingen in Jeruzalem: als je alleen jezelf liefhebt, heeft je rijkdom geen nut of waarde, maar als je durft risico lopen en van jezelf durft geven, jezelf durft geven, dan zal je leven vruchtvaar zijn.

“Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan?” . . . . Je mag dus ook bang zijn; het is ook niet niets: een graankorrel zijn, tenminste als je vruchten wilt voortbrengen . . .

Straks zullen we horen zingen:

‘Zoals een moeder zorgt

voor kinderen, haar toevertrouwd,

en waarborgt dat zij leven:

zo werkt een god van liefde . . .’

Moge Hij / Zij zo werken in ons.

Amen.