Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

Lezingen: Jozua 24, 1-2a 15-17.18b en Johannes 6, 60-69

In het boek ‘Bezonken rood’ van Jeroen Brouwers beschrijft hij zijn kleuterjaren in een Jappenkamp in Nederlands Indië, begin jaren veertig van de vorige eeuw. Behalve dat 15 augustus het feest van Maria ten Hemelopneming gevierd wordt, staan we stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden en worden alle slachtoffers herdacht van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands Indië. Op vele manieren is dit onder onze aandacht gebracht, voor mij een reden dit boek te lezen. Het is een boek(je), hartverscheurend, dat je af en toe naar de strot grijpt omdat de gebeurtenissen in dat kamp hemeltergend zijn. Op verschillende momenten in het boek staat de zin geschreven: NIETS BESTAAT DAT NIET IETS ANDERS AANRAAKT – te pas en te onpas – zo lijkt het aanvankelijk gebruikt. Een zin die door je hoofd kan spoken omdat hij zo intrigerend is: Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. 

Jeroen Brouwers begint dit boek te schrijven als hij bericht krijgt dat zijn moeder overleden is en hij beschrijft hoe de gebeurtenissen van destijds, op een of andere manier, doorwerken in zijn leven. Alles heeft met alles te maken, hoe je opgroeit, je gevormd bent, waar je wieg heeft gestaan, het zal u niet vreemd in de oren klinken, dat werkt door in je hele leven. 

Als je op een bepaald moment in je leven een keuze moet maken, is die keuze toch altijd, op een of andere manier, verweven met je leven. Zo zal het Petrus vergaan zijn op het moment dat Jezus indringend vraagt: ‘Wilt ook gij soms weggaan?’. In de Naardense Bijbel staat het nog scherper: ‘wilt ook gij dat niet: heengaan??’ Hier klinkt het zelfs wat cynisch, verwijtend.

 Hoe zouden wij vandaag zo’n vraag van Jezus beantwoorden? Als wij vandaag hier samen die vraag beantwoorden dan zullen er allemaal verschillende antwoorden komen (verwacht ik). Wellicht zullen sommigen van u antwoorden: nee hoor, dat is voor mij niet aan de orde. Of anderen: ik heb daar wel mee geworsteld maar daar is rust in gekomen en ik ben er wel uit. En misschien wel: ik ben weggegaan en weer teruggekomen. En zo zijn er nog vele andere mogelijke antwoorden die allemaal te maken hebben met het eigen leven, eigen ontwikkeling, eigen gebeurtenissen. 

En ik hoef u hier niets nieuws te vertellen – wij ‘geregelde’ kerkgangers – worden een steeds kleinere groep. Steeds meer mensen haken af. En het zal u ongetwijfeld net zo vaak overkomen als mij dat overkomt – blijf jij nog bij die club?? Of soms wat subtieler: waarom blijf jij bij die kerk? Wat zegt ‘geloven’ jou nog?

Wilt ook gij dat niet: heengaan??? Als ik voor mijzelf spreek dan zijn er zeker momenten dat ik daar aan toe zou willen geven. Er zijn momenten dat mij het schaamrood op de kaken staat. Maar inmiddels weet ik ook dat ik niet zonder ‘geloven’ kan. Het is een essentieel onderdeel van mijn leven geworden. Het voedt mij, geeft richting aan mijn leven. En ik weet ook mijn geloof mij helpt om soms te leven met grote levensvragen waar geen antwoorden op zijn. 

Op dit moment vraagt onze wereld met al zijn problematiek, klimaat, Afghanistan, corona en noem maar op, dat wij keuzes maken. Wie kunnen wij volgen? Wie kiezen wij?

Wij kennen Johannes als de Evangelist die meer schrijft en bedoelt dan de letterlijke gebeurtenissen uit het leven van Jezus. Hij is met name de Evangelist die verbanden aanbrengt in zeer bloemrijke en symbolische taal. In hoofdstuk 6 krijgen we ‘het teken van het brood’, hoe 2 gedroogde visjes en 5 gerstebroden voedsel kan worden voor een hele menigte. De leerlingen ontdekken dat Jezus hen ‘vaste grond’ onder de voeten geeft als Hij over het water loopt en ze bemoedigt ‘wees niet bang, Ik ben het’. Maar zijn uitspraken veroorzaken ook veel onrust, er zijn mensen die Hem niet begrijpen (willen/kunnen). Die taal stuit mensen tegen de borst. Het is duidelijk dat Jezus volgen niet aan iedereen gegeven is. Je moet een keuze maken……wie kies jij?

En al kennen we Petrus als een haantje de voorste, een impulsief man – hij gelooft ook rotsvast in deze mens: Jezus van Nazareth. 

In de eerste lezing uit het Boek Jozua horen wij vandaag een deel uit de afscheidsrede van Jozua. In dit Bijbelboek wordt de vestiging van de Israëlieten in het Beloofde Land beschreven. En wij weten dat het dienen van afgoden regelmatig op de loer ligt. Jozua maakt duidelijk dat je iedere keer opnieuw moet kiezen voor de God die je uit Egypte geleid heeft. De God van onze vaderen, heeft ons van de slavernij bevrijd en Hem alleen willen we dienen: Hij is onze God. En na een paar keer opnieuw vragen en aandringen, van de kant van Jozua, getuigt het volk: wij blijven de Heer dienen. En zo sloot Jozua op die dag in Sichem een verbond voor het volk.

Ook hier blijkt ‘niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’. Als je eenmaal geraakt bent door de verhalen, de geloofsgetuigenissen, persoonlijke ervaringen waardoor je geloof gevoed is door de jaren heen – dan hoop ik dat wij, iedere keer opnieuw kunnen zeggen en getuigen: Heer, naar wie zouden wij gaan? Of het lied dat net gezongen is: Alles heeft Hij wel gedaan, tot wie zou ik anders gaan?

En al werden wij afgelopen week op een wat andere manier geconfronteerd met een ietwat provocerende uitroep uit de voetbalwereld – ‘wie moet het anders doen?’…..De keuze is aan ons, iedere dag opnieuw. 

Wij kunnen, met vallen en opstaan, met wanhoop en moed, de levensstijl van Jezus tot ons eigen vlees en bloed maken. Dat doen wij door samen te komen, te zingen, te vieren en te bidden en in het teken van het brood dat wij met elkaar delen.

En dan zijn er zeker momenten dat wij volmondig en hartstochtelijk, zoals Petrus, kunnen zeggen: ‘uw woorden zijn woorden van eeuwig leven’.