Overweging van Willem Pelser

 Jes. 22,19-23, en Mt. 16,13-20

 Thema: Sleutelfigurn.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen met de eerste lezing van Jesaja: die speelt zich af tegen de achtergrond van de Assyrische belegering van Jeruzalem. Juda en Jeruzalem hebben geen oog voor de Schepper en zegenen Hem niet door te leven volgens de Thora. In plaats daarvan maken ze plezier en vieren ze feest. Dit wangedrag kan God niet vergeven en daarom worden ze belegerd door de Assyriërs.

De hofmaarschalk en paleisbestuurder van het koninklijk paleis is  Sebna. Hij is een soort onderkoning, zoals Jozef was in Egypte, rechtstreeks onder de farao. Sebna had de sleutels van het paleis en als hij het paleis opende begon het leven in het paleis en in het hele land. Hij nam het niet zo nauw met het naleven van de Thora en in zijn hoogmoed en arrogantie mat hij zich koninklijke rechten aan: hij liet een laatste rustplaats in de rotsen uithakken en hij liet zich vervoeren in praalwagens. Hij legde zichzelf in de watten in plaats van dienstbaar te zijn aan het volk.

Daarom is hij een schande voor het huis van zijn meester, koning Hizkia, en ontneemt God hem zijn ambt, zoals we lazen in de eerste paar regels van de eerste lezing.

Op dezelfde dag waarop Sebna van zijn post wordt beroofd, wordt Eljakim als zijn opvolger aangesteld. Bekleed met de volmacht van een priester (een gewaad en een sjerp, zoals Aäron) dient hij te bemiddelen tussen God en zijn volk. Als een goede vader zal hij moeten zijn voor de inwoners van Jeruzalem en het volk van Juda, respectvol en met gezag.

Aan deze priesterlijke en vaderlijke dienstknecht vertrouwt God de sleutel van het huis van David toe. Hij krijgt een zware taak: “De sleutel van Davids huis zal ik op zijn schouders leggen en als hij opendoet zal niemand sluiten en als hij sluit, zal niemand opendoen.” Hé, dat komt ons ergens bekend voor, maar daarover later meer.

Deze wijze van dienstbaar leiderschap staat als een spijker op een stevige plek; zij is betrouwbaar en je kunt je erop verlaten. In tegenstelling tot zijn voorganger Sebna is de sleutelmacht bij Eljakim in zeer goede handen. Je kunt ervan uitgaan dat God zijn sleutelfiguren heel goed uitzoekt, sleutelfiguren die de mensen kunnen vertrouwen en waar ze achter kunnen staan.

Tot zover Jesaja, Sebna en Eljakim.

Voor velen van ons loopt de vakantieperiode op zijn laatste benen. Sommigen zijn al op vakantie geweest, anderen moeten nog gaan, hoewel in deze coronatijd…..? We hebben een lange hittegolf achter de rug, waarin onze planten binnen en buiten snakten naar wat water. Gelukkig zijn de temperaturen nu wat dragelijker.

Wat deed u toen u een paar dagen of een paar weken uw huis had verlaten? Bleven uw planten zonder verzorging achter? Dacht u wellicht: “Ach, laat ze maar verdorren, na de vakantie koop ik wel weer nieuwe!” Of vond u het belangrijk dat ze goed werden verzorgd? Maar ja, wie laat je dan toe in je huis, aan wie geef je de sleutels?

Aan die ene aardige en vriendelijke buurvrouw, maar die haar tuin verschrikkelijk verwaarloost (o wee, mijn planten!!!) of aan die buurvrouw met haar keurig verzorgde tuin, maar met wie je eigenlijk niet zoveel contact hebt.

Zo moet Jezus ook gedacht hebben: “Aan wie laat ik mijn zorgvuldig opgebouwde levenswerk na? Aan wie kan ik de sleutels van het rijk der hemelen toevertrouwen? Wie zal mijn schapen behoeden tegen de machten van goed en kwaad?”

De Mensenzoon heeft hier op aarde zijn taak volbracht. Hij was een beeld voor de rechtvaardigen van het Joodse volk en sommigen zagen Hem als de Messias. Wanneer het volk zich niet afkeert van het kwade, zal Hij, de Messias toch komen, dat is immers Gods belofte aan zijn volk: “Ik zal er zijn voor jou.” Maar dan komt Hij niet glorieus en majesteitelijk, maar minder verheven, als een arme man op een ezel. Met deze Mensenzoon identificeert Jezus zich.

En Simon Petrus had dat goed gezien: hij zag in de man op de ezel de Mensenzoon: “Gij zijt de Christus, de Messias, de Zoon van de levende God.”

En dat was voor Jezus genoeg om Petrus te benoemen tot zijn plaatsvervanger hier op aarde. En Hij prijst Simon zalig: dankzij de Vader in de hemel erkent en herkent hij wie Jezus is en wat zijn programma is. Hij wil een volgeling van de Messias zijn. Jezus antwoordt Simon met een belijdenis, die tevens een opdracht inhoudt: “Jij bent Petrus, de Rots, waarop ik mijn kerk bouw en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.” De hel, de zonde en de dood, zullen geen vat krijgen op het rijk der hemelen, omdat de Kerk geroepen is die machten te weerstaan. Een zware opdracht.

Als een betrouwbaar rotsblok moet Simon Petrus het bij elkaar geroepen volk van God voorgaan op de weg van de Messias. Hij is de nieuwe dienstknecht Eljakim aan wie de sleutelmacht van het koninkrijk der hemelen is toevertrouwd, hij mag namens God in barmhartigheid en gerechtigheid bindende uitspraken doen: “Wat  gij binden zult op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.”  Ja, en daar hebben we dan de tekst weer uit Jesaja: als hij opendoet zal niemand sluiten en als hij sluit, zal niemand opendoen.

Deze woorden van Jezus zijn ook precies dezelfde opdracht die aan alle leerlingen, de hele geloofsgemeenschap, de Kerk wordt gegeven in Mattheüs 18, twee hoofdstukken verder. Het is dus niet alleen een opdracht aan Petrus. Wij allen, mensen uit de 21ste eeuw, ook in onze Effatagemeenschap, kunnen veroordelen of vrijspreken, mensen van de knellende banden van kwaad en lijden bevrijden. Dus ook voor ons is dit een opdracht. En dan gaat het er niet om of wij beter zijn dan anderen. Het gaat ten diepste over onze verhouding tot God, onze verbondenheid en onze relatie met Hem. En als die relatie goed is, dan kunnen wij ook zorgen voor onze naasten. Wij kunnen dan naast Petrus en de andere leerlingen van Jezus gaan staan om de sleutel in ontvangst te nemen. Ook wij zijn dan sleutelfiguren.

De hele geschiedenis door roept God mensen op zoals Eljakim en Petrus op om hun plaats in te nemen in de geschiedenis van God en mensen, het leven van de Kerk. En telkens weer ontvangen mensen Gods Geest om die taak te vervullen vanuit hun verbondenheid met God en iedereen naar zijn eigen vermogen. En dat geldt niet alleen voor paus en bisschoppen, maar voor ieder van ons.

Moge het zo zijn dat we, in verbondenheid met de gehele Kerk, voor velen in onze eigen omgeving, sleutelfiguren zijn tot een leven met God.

Amen