Overweging van Wim Rigters.

Lezing 1: Jona 3,1-5.10; Psalm 25,4-9; Evanglie: Marcus 1,14-20

Thema: UitgeNODIGd.

Het mag dan wel één van de kleinste boeken van de bijbel zijn, in 1971 is er wel een heuse TV-versie van gemaakt, met tekst van Karel Eykman en muziek van Ger van Leeuwen. Ik heb er de LP van en op YouTube kun je ‘m nog steeds vinden. Op het einde - als Jona in de schaduw van de hem door God geschonken Ricinusboom zit te wachten op de vernietiging van Nineve, horen we hem zeggen:

“God wat is het warm! Dankjewel, God! (voor die Ricinusboom) . . . Zo, nog 30 seconden. Zo mag ik het zien: 30, 29, 28, 27 . . . 4, 3, 2, 1,” Er gebeurt niets. Jona roept perplex: NUL! met als enig effect dat op dat moment zijn boom ontbladert.

“Niks? Wat zullen we nou hebben? Die stad daar, met al de mensen en dieren blijft gespaard? En mijn mooie boompje gaat er aan? Bent u nou God, durft u wel, kan u wel, De hele geschiedenis, waarin ik de hoofdrol had gaat als een nachtkaars uit.

Heb ik me uitgesloofd, kom ik helemaal uit Tarsis aangelopen en mooi dat het feest niet doorgaat. Ik had net zo goed niet hoeven te komen. Ik had er net zo goed niet hoeven te zijn, Ik ben de meest overbodige Profeet uit de hele bijbel, ik ben nergens goed voor. Laat mij maar dood gaan! Dat noemt zich God, laat dat schorem daar leven, aI die mensen met hun dieren, , . Nou ja, zeg, màg ik soms eens zwaar de smoor in hebben?” ....

Onwillekeurig moet ik denken aan Pieter Omtzicht en Renske Leijten en aan al die onterecht van fraude beschuldigden, . . . en ook aan Donald Trump - àls hij dit verhaal al in zijn Bijbel heeft, zal hij het ongetwijfeld in zijn voordeel uitleggen.

We zongen: “Er is geen God aan onze zijde, die zegt: zo ga je goed. Wel één die roept door alle tijden: zoek verder, het komt goed.”

Vandaag 2 verhalen over ‘geroepen worden’: Jona: Nee . . . Ja . . . maar dan wel op mijn manier! Anders . . . En de eerste volgelingen van Jezus: het lijkt een beetje ongeloofwaardig verhaal. Je zou er het evangelie van vorige week naast moeten leggen, waar Johannes vertelt: “De volgende dag was (Johannes)de Doper daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en op hun vraag “waar houdt u verblijf?” nodigde hij ze uit met hem mee te gaan. En ze verbleven die dag bij Hem. Andreas, de broer van Sim on Petrus, was een van die twee De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. ‘We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. Daarop bracht hij hem bij Jezus.”

Zo klinkt het al heel wat aannemelijker dan bij Marcus vandaag, en zo zal het ook wel met die andere twee gegaan zijn: de ontmoeting met Jezus is blijkbaar voor hen van doorslaggevende betekenis, zó dat ze zich radicaal gewonnen geven aan de uitnodiging: Doe je met me mee? Jij bent nodig voor anderen; jij kunt van betekenis zijn voor anderen. . . .

Ook nu, in deze Coronatijd, voorbeelden te over.

Voor velen van ons zal het kerstfeest en de kersttijd niet geweest zijn wat we gehoopt hadden of gewend waren, zowel in huiselijke als kerkelijke kring niet. We mochten zóveel niet, niet met velen samen vieren en kerstliederen zingen, ook al geen sneeuw en nu ook nog na 9 uur binnen blijven, nog meer eenzaamheid, coronamoeheid . . . Wie heeft niet als Jona wel eens verzucht: “nou ja zeg, màg ik soms eens even zwaar de smoor in hebben?”.

En dan meteen klinkt op deze eerste 2 gewone zondagen een duidelijke oproep: ga niet bij de pakken neer zitten; er is werk aan de winkel: laat zien dat “de tijd vervuld en het Rijk Gods nabij is; bekeert u – keer om – en geloof in een blijde boodschap”.

Die oproepen van toen, lang geleden in de bijbel klinken nu, vandaag: de stem van de Eeuwige aan Jona, de stem van Jezus aan die vier bij het meer, een “stem als een zee van mensen om mij, door mij heen; stem als een specht die klopt aan mijn gehoorbeen. Woord dat aanhoudt. God die mij vasthoudt”.

Ze klinken als een uitnodiging, maar niet vrijblijvend, want zoals het woord al zegt: je bent nodig! We zijn nog lang niet uit – genodigd! Met alle beperkingen die er zijn en die we in onszelf voelen en weten, is ieder van ons nodig om – hoe klein ook – een steentje bij te dragen aan wat wij zo graag en gemakkelijk zingen: “aarde, jouw aanschijn te vernieuwen”. Niet alleen die grote wereldbol, maar vooral dat kleine wereldje dat wij met anderen zijn.

Ik werd getroffen door de volgende tekst van Aloys en Nelleke Wijngaards (uit: 'U die ons beweegt')

 

Ga nu, ga nu Ga

jouw eigen weg

je moet je eigen keuzes maken

luister naar Zijn stem

want die is bij je alle dagen.

 

Ga nu

leef je eigen leven

geef alles voor je eigen taken

luister naar je roeping

en maak die waar - alle dagen.

 

Ga nu

wees gezegend op je weg

aarzel niet om steeds te vragen

om zijn leiding

om zijn raad

alle dagen.

 

Moge het zo zijn,

Amen.