Overweging van Jan van der Wal.

Lezingen: Wijsheid van Jezus Sirach 27, 4-9; en Lucas 6, 39-45.

Thema: Aan de vruchten herken je de boom.

Vandaag begint officieel de Carnavalstijd: bij ons in het Zuiden drie dagen van onbezorgde vrolijkheid, spontane ontmoetingen en algemene gezelligheid en eendracht. We gunnen het al die mensen die drie jaar geleden voor het laatst hun feest vierden. En als we terugblikken hebben we sindsdien een eigenaardige tijd achter de rug: een tijd van beproeving, van afzien en geduld, van algemene neerslachtigheid en zwaarte, en vooral van uitzichtloosheid. Het leek net alsof er sinds februari 2020 een eindeloze Vastentijd was aangebroken waarin we ons onthielden van datgene wat het leven nu juist aangenaam en verrassend maakte.

Nu de tekenen er op wijzen dat de pandemie op zijn retour is, kunnen we herademen. En juist nu verschijnen er donkere wolken boven Europa omdat het oorlog is in het Oosten. We zien beelden van mensen in angst en onzekerheid, ontredderde mensen omdat hun huis is verwoest, omdat ze vluchten naar veilige gebieden. We zien een niets ontziende dictator die grove leugens en haat verspreidt om meer macht en invloed terug te winnen. Daarvoor zijn burgers en militairen pionnen in een sinister schaakspel. En we zien naast dapperheid vooral ook machteloosheid. Voor al die mensen in nood zijn het tijden van beproeving en afzien. Een eindeloze Vastenperiode is voor hun aangebroken.

In de lezing uit het boek Ecclesiasticus heeft men weet van deze oude wijsheid: de mens wordt beproefd in de hitte van de strijd, en laat dan zien wat hij waard is, wat zijn motieven zijn. Want aan de vruchten herkent men de boom. 

Het werk van onze handen, het ijveren voor een mooi en degelijk resultaat, voor een vruchtbare aarde tonen de intentie van de mens. Want in het hart van iedere mens is de waarheid opgesloten over zijn eigen levensmotieven. De waarheid van zijn werken vloeit als het ware daaruit voort. En daar kan iedereen kennis van nemen, zij het ten goede, zij het ten kwade.

In het Evangelie van Lucas zet Jezus deze gedachtegang voort. In wat later de Veldrede is genoemd geeft Hij aan zijn leerlingen en de verzamelde menigte de essentie weer van een evangelische leer. Wie de wereld en zijn mensen liefheeft brengt daden van gerechtigheid voort; maar wie zichzelf zoekt, berekenend is, uit op eigen voordeel en macht, die kan dat niet lang verbergen.

“Een goed mens haalt uit de voorraad van zijn goede hart het goede tevoorschijn, en een slecht mens uit zijn slechte hart het slechte; want waar iemands hart vol van is, daar loopt de mond van over. ”Mensen hebben dus de keus om zichzelf in het licht te plaatsen en het goede na te streven. En ze hebben een ruim hart, een voorraad waar ze uit kunnen putten!

In werkelijkheid bestaan we allemaal uit goede en minder goede gedachten en plannen. We hebben moeite om dat goede steeds voor ogen te hebben, ook al willen we dat graag. We scheppen ook een beeld van onszelf dat daarbij past, dat het goede steeds ons doel is. 

St. Thomas van Aquino formuleerde het destijds zo: ieder mens is op het goede gericht, omdat hij zijn voleinding, zijn doel nastreeft. Want kenmerkend voor het goede is de nastreefbaarheid. Iets is nastrevenswaardig in zoverre het volkomen is. Door de gevolgen van ons handelen worden de oorzaken ervan, onze intenties en het streven naar voleinding, openbaar. Ten diepste is de mens in zijn verlangen op het ware en goede gericht. 

Jezus geeft levenslessen die erop gericht zijn om de goede intentie van de mens – het hart – aandacht en ruimte te geven. Het hart is als het ware onze echte schat. Wie onecht is en veinst zal vroeg of laat verzanden in huichelarij en leugens. Het Koninkrijk van God begint namelijk daar bij mensen waar zij van het goede en het onbedorvene in zichzelf willen uitgaan. En zich daar in willen ontwikkelen. Het Koninkrijk is midden ons onder, zegt Jezus elders in het boek van Lucas. Hij nodigt ons uit om deze goede intentie vast te houden als een rode draad. 

Niet opgeven dus, maar proberen vol te houden totdat het resultaat er is. En daar trots op kunnen zijn, zoals een kweker op zijn boomkwekerij een rijke oogst kan binnenhalen als de bomen rijke vruchten voortbrengen. Zo kunnen wij ook vruchten in ons gedrag voortbrengen die vanuit een authentiek verlangen naar vrede en ware menselijkheid zijn gegroeid. 

Deze tijd vraagt om solidariteit. Solidariteit die nu verder gaat dan gebouwen ’s avonds geel en blauw te laten kleuren. Solidariteit vraagt offers en schuwt de angst voor kwetsbaarheid of pijn niet. Omdat de waarheid en de rechtvaardigheid niet anders verlangen dan dat we allemaal een stukje meelijden en willen, kunnen verdragen dat als een volk lijdt onder agressie we zelf ook een deel ervan kunnen dragen. Omwille van het recht en ons geloof in het goede.

Solidariteit zonder zelf nadien beproefd te worden, medeverantwoordelijk te zijn voor je daden, bestaat niet. Wie zijn leven verliezen kan, die zal het winnen.

Een troost hebben we: de geschiedenis van dictaturen leert ons dat die andere wijsheid van Jezus ‘wie het zwaard opneemt er door wordt omgebracht’ waar is.

Ik wens ons allen een mooie Carnavalstijd toe. Onbezorgd, vrij en luchtig als het kan, maar bezonnen en standvastig indien nodig.

Amen.