Overweging van Kees Scheffers.

Lezingen: Genesis 33,1-2.9a.1-13,15-18; en Marecus 9, 2-10.

Thema: GROND ONER JE VOETEN.

"Door de geestelijk verzorger ben ik weer op mijn benen gezet".

Ik ben weer op mijn benen gezet. Een goede bekende van mij vertelde over zijn verblijf in het ziekenhuis, na een grote operatie.  

Hij was door de narcose helemaal in de war geraakt, hij zag geen toekomst meer, voelde zich doodziek en ergerde zich vreselijk aan de herrie op de gang. Hij hoopte dat het gauw afgelopen zou zijn.

Maar door een gesprek met de geestelijk verzorger voelde hij zich weer op zijn benen gezet;  hij ervaarde weer grond onder zijn voeten.  Wat er gebeurd is, is meer dan een gevoel,

het is ook meer dan een psychologische behandeling, 

ja, het gaat om een bestaanservaring,  je existentieel gedragen weten door wat groter is dan jezelf. Is het een religieuze ervaring? 

Waarom vertel ik u dit ?  Omdat we dit vandaag in de beide  lezingen meemaken,  een  religieuze ervaring.   

Het eerste verhaal is wel een gruwelijk verhaal.  

In de eerste lezing namelijk wordt Abraham door God op de proef gesteld.  God vraagt hem zijn zoon te offeren.

Een huiveringwekkend verhaal. Hoe kan God zoiets vragen? Hoe kan Abraham zoiets doen?   Wil God dit?    Neen, natuurlijk niet. Het gaat hier om een mythe. Een mythe is een verhaal, een overlevering, die betrekking heeft op het verleden van een volk.        

Abraham doet wat God van hem vraagt. 

Bij de omringende volken in Kanaän was het namelijk de gewóónte om kinderen, de eerstgeborenen, te offeren, als een teken van overgave en vertrouwen op hun God Baäl. Abraham  wil ook doen wat God van hem vraagt en wil zo zijn vertrouwen op God laten zien. De verteller  echter wil ons laten zien hoe bij  Abraham , door dit gebeuren,  zijn geloof juist zuiverder is geworden.

Wanneer namelijk,  in het verhaal,  Abraham de berg op gaat, heeft hij geen been om op te staan. Hij gaat zijn enige zoon offeren; weg is dan een mooie toekomst,    hij kan nooit meer een groot volk worden.  

En toch,  is Abraham, in vertrouwen op God, de berg op gegaan. Het gaat dus om de vraag of Abrahams geloof het houdt.   Kan hij op de Stem van God vertrouwen ? Waar haalt hij het vandaan   om 

halverwege de route naar boven, vol vertrouwen,  tegen de knechten te zeggen,  dat ze moeten wachten totdat hij en de jongen weer zullen terugkeren. 

En tegen zijn zoon zegt hij: 

God zorgt wel voor een lam als brandoffer.  

God zal er wel in voorzien, mijn zoon.  Dit is geloofstaal van Abraham, net als wat hij zei tegen de knechten.

En op het moment, dat Abraham zijn zoon wil offeren, is er een stem uit de hemel: God sprak:  "Abraham, steek je hand niet uit naar de jongen. doe hem niets! Voorwaar, nu weet ik dat jij een godvrezende  bent en dat je mij je zoon, de enige,  niet hebt onthouden". 

En zie, een ram, verstrikt in de stuiken. 

Abraham noemde die plaats: 'God zal er in voorzien'. Daarmee wil hij zeggen dat hij op God vertrouwt; die zal hem de kracht geven die hij nodig heeft. Die God . . . . geeft hem grond onder de voeten. 

En  die God  wil géén kinderoffers.  En dat beloofde grote volk, dat zal er nu ook wel komen.

En dan gaan we nu naar het Evangelie. Opnieuw een verhaal  over een berg, en een  stem uit de hemel.  Opnieuw een religieuze ervaring.

Een godservaring. Hier is het verhaal een visioen. Een visioen is een innerlijk vergezicht, dat wordt ervaren als een verschijning.    De drie leerlingen ondergaan het, op de berg.    Jezus verandert daar  

voor hun ogen, van gedaante, zijn kleren worden schitterend wit.     Een beeld dat al verwijst naar Pasen.    

Een stukje terug heeft Jezus zijn lijden en dood aan de leerlingen aangekondigd. . . . .

En nu zien drie van hen Jezus, verheerlijkt,  in een gesprek met Mozes en Elia. 

Die twee  komen hem als het ware te hulp nu hij zijn voeten zet in de richting van Jerusalem. Daar zal het heel moeilijk worden, daar zal hij misschien wel gedood  worden. Mozes en Elia inspireren hem, spreken hem moed in.  Zoals Mozes staat voor de uittocht uit Egypte. Hij heeft het volk bevrijd van  de slavernij, zo wil Jezus nu,  in zijn voetspoor,  opnieuw het volk bevrijden en wel van de wetten en de regels en de scherpslijperij van de schrift-geleerden  en Farizeeërs. 

Hij wil de mensen hun vrijheid en zelfstandigheid teruggeven . Dat ze grond onder hun voeten voelen en  hun eigen roeping kunnen vinden. 

Welnu, zoals Mozes vocht tegen de slavernij, zo vocht Elia tegen de afgoderij, die hij zag.  De mensen  offerden mensenoffers aan de Goden. Om de goden te vriend te houden.  Maar ze gingen aan angst voor de goden ten gronde. Elia heeft de mensen laten zien wat ware godsdienst is .  En in dat spoor van Elia wil Jezus nu ook

 de mensen bevrijden uit de verstikking van de wet en hen roepen tot waarachtig leven en echt menszijn. Mozes en Elia, ze inspireren Jezus, ze geven hem moed.   Maar ja, Jezus zal de berg weer af moeten gaan, om  met  en  tussen  de mensen te leven. Een religieuze ervaring kan mooi zijn, maar, wat doe je er mee ?   Beneden aangekomen bevrijdt Jezus een jongen die bezeten is van boze geesten. Zijn religieuze ervaring houdt Jezus dus op het goede spoor, leven ten dienste van mensen.  

Een voorbeeld vind ik ook de man, waar ik mee begon, en die vertelde over de bijzondere ervaring in het ziekenhuis. Hij vertelt er steeds bij dat een geestelijk verzorger hem heeft geholpen,  iemand van kerk. Zijn woorden vormen zo een getuigenis voor het belang van geestelijke verzorging in een ziekenhuis.

Er zijn natuurkijk nog vele verhalen te vertellen. 

Wellicht hebt u ook verhalen over een bijzondere spirituele ervaring, iets als grond onder je voeten. Of een diep geluksgevoel, of een diepe verbondenheid of heelheid, of een ontmoeting met Jezus, die jou richting heeft gegeven. 

Tot slot, ik was eens bij een lezing van Herman Wijffels , u weet wel oud-Rabo man en ex-voorzitter van de SER. Hij vertelde over een kosmische ervaring, die hij had als jongen, thuis, vroeger,  op de boerderij.      Om naar de veldleeuweriken te luisteren ging hij op zijn rug in het gras liggen. Dat gaf hem een enorm gevoel van verbondenheid, een kosmische ervaring.  Later, tijdens een bezoek aan Afrika, overkwam hem iets soortgelijks. Ook weer die verbondenheid met de natuur. Hij begreep  hoe je door die overstijgende ervaringen de overgang kunt maken naar een duurzame manier van leven. Dat betekent voor hem  dat er een verbinding wordt gelegd tussen  het ecologische ( het milieu),  het sociale en   het economische . En volgens Wijffels is ook de spirituele dimensie hier sterk mee verbonden. Dit alles heeft hem een richting gegeven in het leven, in zijn werk.. . . . . Grond onder je voeten ervaren en daar dan ook iets mee doen.      Hoe mooi zou dat zijn !    

Amen.