Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Handelingen 7,55-60 – Evangelie: Johannes 17,20-26.

Thema: “Opdat zij één mogen zijn zoals Wij één zijn”.

Het was een aangrijpend verhaal, kort geleden, over een echtpaar  dat werd aangereden door een automobilist die op hun auto knalde die achterin de file voor een openstaande brug stond te wachten, met vreselijke gevolgen: de man raakte verlamd, zijn vrouw zwaargewond waarbij hun ongeboren kindje overleed, en hun drie zoontjes op de achterbank ook ernstig gewond raakten. Het kwam tot een rechtszaak, maar het echtpaar deelde mee dat zij het de veroorzaker van het 

ongeluk vergeven hebben: “Hij heeft dit nooit gewild. Ook hij moet al bijna twee jaar leven met de gevolgen van het ongeluk. Wij hebben hem vergeven.” Dat mensen dat kunnen opbrengen.

Stefanus kon dat ook: “Heer, reken hun deze zonde niet aan”, bad hij terwijl het volk hem stenigde, – hoorden we in de eerste lezing. Eerlijk gezegd gaat de afbeelding op de voorpagina daar niet over; als u goed kijkt, staat daar “Cron 24”, dat is het Oudtestamentische 2e boek Kronieken hoofdstuk 24, waarin wordt verteld hoe het volk de profeet Zekarja stenigt en zijn laatste woorden zijn: “De Heer moge het zien en het wreken”.

En ik kan me voorstellen dat deze laatste reactie bij de meeste mensen die dit nu overkomt eerder op de lippen ligt.

Ja, “Stenigen” is niet van ver in het verleden, het gebeurt hier en nu en elke dag, weliswaar niet met keiharde stenen – hoewel een steen door je ruit ook geen lolletje is – maar met keiharde woorden en meestal anoniem via de moderne sociale media. Minister Kaag voelde zich gedwongen er een boekje over open te doen en onze eigen burgemeester Bruls moest moest pas nog hierom met zijn gezin onderduiken voor eigen veiligheid.

Stéfanus . . . of is het Stefánus? . . . of Steven? . . . patroon van onze stad en naamdrager van ons oudste en grootste kerkgebouw, en van  de parochie waar wij als gemeenschap deel van uitmaken. Wat zou hij vinden als hij vandaag zijn Nijmegen zou bezoeken? Nog maar kortgeleden zagen enkele pastors, voorgangers zich gedwongen te stoppen met hun werk vanwege gebrek aan samenwerking. . . 

Dit alles: wat een contrast met het thema onder de afbeelding op de voorpagina: “Opdat zij één mogen zijn zoals Wij één zijn”.

De lezingen vandaag lijken vooral gekozen vanwege deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Hij, Jezus, onze grote inspirator, is er niet meer; hoe nu verder? 

Stefanus wordt ons ten voorbeeld gesteld – de eerste missionaris pur sang: met woord en daad getuigen van . . . we hoorden het net: Hij stond daar, vol van de Heilige Geest, en wie of wat anders kon dat zijn dan de “spirit”van Jezus die hem onder de huid was gekropen.

Maar toen was dat zo vers, zo kort geleden; ze hadden naast hem gelopen, met hem gepraat en brood gebroken, Hem meegemaakt of liever: Hij had hen mee gemaakt.

Voor ons is dat zo lang geleden; natuurlijk, we vertellen zijn verhaal wel steeds opnieuw, we vieren Hem elke zondag, maar hoe diep is Hij onder onze huid gekropen?

Dat is, volgens mij, de zorg van Jezus, als Hij - met de dood voor ogen, bidt – niet alleen voor hen, zijn leerlingen, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven, waardoor wij ons aangesproken zouden moeten voelen.

‘Dat ze allen één mogen zijn’ bidt Hij, en vaak wordt daarbij gedacht aan eensgezindheid, en dat zal er zeker in besloten liggen. Maar wie Jezus woorden goed beluistert, hoort een diepere laag: ‘zoals U Vader in mij bent en ik in u’: onder elkaars huid gekropen; één van geest.

De lezingen vandaag stellen vragen aan ons, christenen in deze tijd en antwoorden zijn er genoeg voor wie wil zien en horen.

Ikzelf werd getroffen door woorden van Mw. Christine Lagarde, president van de Europees Centrale bank in het programma College Tour van vorige zondag. Op de vraag of zij advies had voor de studenten daar en de kijkers thuis, volgden er meerdere en tenslotte zei ze: “weet je, volgens mij heeft het vooral met liefde van doen; je moet die liefde voeden, stimuleren en vooral zoveel mogelijk delen. Dan kun je alle beslissingen nemen en kom je er wel.

Psalm 97 sluit hier bij aan:  (Huub Oosterhuis )

            “Tot jouw hart zegt Hij

            als jij recht betracht

            wordt de aarde nieuw

            als jij liefde doet

            wordt het licht gezaaid.

            Vrees niet, Ik-met-jou.

En straks zullen we zingen in een eigentijds Marialied – het is nog meimaand – :

ach mochten wij geloven, dat geestkracht, groot en klein,
de mensen uit tilt boven de tobbers die wij zijn. 

Moge het zo zijn.